← België

R. contra Gemeente Haaltert

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231221.1N.13 Rolnummer: C.22.0358.N Zaak: R. contra Gemeente Haaltert Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-19 Raadplegingen: 186 - laatst gezien 2026-06-19 00:35 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231221.1N.13 Fiches 1 - 2 Het verbod te bouwen of te verkavelen als gevolg van een in uitzicht gestelde onteigening van het goed doet zich slechts voor, onder gelding van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wanneer de onteigenende instantie in het bezit is van een door de Vlaamse regering goedgekeurd onteigeningsplan dat betrekking heeft op het geheel of op een deel van het op het plan van aanleg afgebeelde grondgebied en, onder gelding van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 14 februari 2017, wanneer een definitief onteigeningsbesluit werd vastgesteld overeenkomstig artikel 28 van dit decreet

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie Cass. 27 juni 2003, AR C.01.0023.N, AC 2003, nr. 383, ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030627.
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 4.7.11 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, zoals gewijzigd bij decreet 19 december 1998 - 22-10-1996 - Art. 35, eerste lid - 40 ELI link Pub nr 1996102250 Decreet 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut - 24-02-2017 - Art. 28 - 22 ELI link Pub nr 2017040219 Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 7.4.11 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, zoals gewijzigd bij decreet 19 december 1998 - 22-10-1996 - Art. 35, eerste lid - 40 ELI link Pub nr 1996102250 Decreet 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut - 24-02-2017 - Art. 28 - 22 ELI link Pub nr 2017040219 Tekst van de conclusie C.22.0358.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Deconynck:
  2. Situering. De discussie die aan uw Hof wordt voorgelegd, betreft enerzijds de vraag naar de overeenstemming van het bijzonder plan van aanleg “Molenstraat – Denderhoutem” met het toepasselijke gewestplan en anderzijds de mogelijkheid al dan niet vergoeding te bekomen voor het vooruitzicht ooit eens te zullen worden onteigend. De eisers voeren 2 middelen aan.
  3. Bespreking. (…) TWEEDE MIDDEL EERSTE ONDERDEEL (…) TWEEDE ONDERDEEL (…) Gegrondheid Overeenkomstig artikel 35, laatste lid, 1° van het Coördinatiedecreet is geen planschadevergoeding verschuldigd in geval van het verbod te verbouwen of te verkavelen als gevolg van een in uitzicht gestelde onteigening van het goed en dit onder voorbehoud van de toepassing van artikel 33 van het Coördinatiedecreet. Het Coördinatiedecreet omvat geen specifieke definitie van het begrip “een in uitzicht gestelde onteigening van het goed” zodat dit begrip in zijn normale taalkundige betekenis dient te worden begrepen. Het volstaat derhalve dat de betrokken overheid duidelijk de intentie heeft om tot onteigening over te gaan: er moet sprake zijn van een vast voornemen te onteigenen
(1). Of dit al dan niet het geval is, vergt voorts een feitelijke beoordeling door de rechter ten gronde. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat deze bepaling slechts kan toegepast worden indien er sprake is van een definitief onteigeningsbesluit, voegt het een voorwaarde toe aan de wet. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Conclusie: verwerping. __________________________________
(1)Contra: Cass. 27 juni 2003, AR C.01.0023.N, AC 2003, nr. 383, met concl. van advocaat-generaal met opdracht THIJS. Zie evenwel de rechtsleer aangaande dit punt die aan dit arrest van uw Hof vooraf ging zoals aangehaald in de schriftelijke conclusie van advocaat-generaal met opdracht THIJS overeenkomstig dewelke geacht werd voldaan te zijn aan de vereiste van een “in uitzicht gestelde onteigening van het goed” wanneer het mogelijk was een vast voornemen tot onteigening vast te stellen in hoofde van de overheid. Volledigheidshalve kan nog opgemerkt worden dat uit de conclusie van advocaat-generaal met opdracht THIJS bij dit arrest ook blijkt dat de onderliggende casus toen weinig gelijkenis vertoont met deze die in casu aan uw Hof wordt voorgelegd. Er werd toen immers aangevoerd dat het loutere feit dat het bijzonder plan van aanleg voor de betwiste zone voorzag in de “aanleg van beplante openbare of private groene ruimten” volstond om te besluiten tot het voorhanden zijn van een “in uitzicht gestelde onteigening”. Aangezien het bijzonder plan van aanleg dus echter ook uitdrukkelijk naar private ruimten verwees, klopte dit inderdaad niet. Dit verklaart dan ook dat advocaat-generaal met opdracht THIJS in zijn conclusie onder verwijzing naar de rechtsleer inzake het begrip “in uitzicht gestelde onteigening” schreef dat die “ten deze” niet kon worden gevolgd. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231221.1N.13 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231221.1N.13 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030627.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.