id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240102.2N.12 Rolnummer: P.23.1743.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-01-15 Raadplegingen: 893 - laatst gezien 2026-06-19 00:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Het onderzoeksgerecht kan bij de beoordeling van de regelmatigheid van een bevel tot aanhouding uitgevaardigd tegen een eerder in vrijheid gelaten of gestelde inverdenkinggestelde, het verzuim melding te maken van de nieuwe en ernstige omstandigheden als bedoeld door artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, Voorlopige Hechteniswet en van het gegeven dat het bevel tot aanhouding op grond van die bepaling werd verleend, rechtzetten, maar wel is vereist dat het bevel tot aanhouding de in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet bedoelde vermeldingen bevat; de rechtsmacht van het onderzoeksgerecht om het verzuim van de vermelding van de in artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, Voorlopige Hechteniswet bedoelde gegevens recht te zetten, heeft niet tot gevolg dat een nieuw bevel tot aanhouding wordt verleend met een andere rechtsgrond en doet geen afbreuk aan de discretionaire bevoegdheid van de onderzoeksrechter om een bevel tot aanhouding te verlenen
(1).
(1)Zie Cass. 4 februari 2009, AR P.09.0155.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090204.2, AC 2009, nr. 93; Cass. 22 januari 2003, AR P.03.0047.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030122.15, AC 2003, nr. 48; Cass. 14 november 2001, AR P.01.1483.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011114.11, AC 2001, nr.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 28 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 28 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 28 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1743.N E. S., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDEN
- Op 9 augustus 2023 vaardigt de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (hierna de onderzoeksrechter) een bevel tot aanhouding uit tegen de eiser wegens poging tot vernieling van een gebouw door ontploffing bij nacht, bezit van een verboden wapen en deelname aan een criminele organisatie.
- Bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (hierna de raadkamer) van 14 augustus 2023 wordt geoordeeld dat dit bevel regelmatig is en wordt eisers voorlopige hechtenis gehandhaafd.
- De onderzoeksrechter heft op 24 augustus 2023 met verwijzing naar artikel 25 Voorlopige Hechteniswet het bevel tot aanhouding van 9 augustus 2023 op met als motief dat de verdere aanhouding van de eiser niet meer volstrekt noodzakelijk is.
- Op 28 augustus 2023 vaardigt de onderzoeksrechter met verwijzing naar artikel 34, § 1, Voorlopige Hechteniswet een bevel tot aanhouding bij verstek uit tegen de eiser voor dezelfde feiten en met vermelding van dezelfde ernstige aanwijzingen van schuld als die welke zijn vermeld in het bevel tot aanhouding van 9 augustus
- Dezelfde dag vaardigt de onderzoeksrechter op basis van dit bevel tot aanhouding bij verstek een Europees aanhoudingsbevel uit tegen de eiser.
- De eiser wordt op basis van dit Europees aanhoudingsbevel op 27 november 2023 door Nederland overgeleverd aan België.
- Op 27 november 2023 vaardigt de onderzoeksrechter tegen de eiser opnieuw een bevel tot aanhouding uit en dit voor dezelfde feiten als die waarvoor op 9 augustus 2023 een bevel tot aanhouding was uitgevaardigd. In dit nieuw bevel wordt geen melding gemaakt van artikel 28 Voorlopige Hechteniswet noch van nieuwe en ernstige omstandigheden in de zin van artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, eerste zin, Voorlopige Hechteniswet. Wel worden ernstige aanwijzingen van schuld vermeld lastens de eiser en wordt vastgesteld dat de aanhouding van de eiser volstrekt noodzakelijk is voor de openbare veiligheid en aangegeven dat die is gegrond op de nader beschreven feitelijke omstandigheden van de zaak en die welke eigen zijn aan de persoonlijkheid van de eiser. Ook wordt melding gemaakt van een gevaar voor recidive, collusie en onttrekking.
- De raadkamer oordeelt bij beschikking van 1 december 2023 dat het bevel tot aanhouding van 27 november 2023 regelmatig is en handhaaft eisers voorlopige hechtenis.
- Op het hoger beroep van de eiser oordeelt de kamer van inbeschuldigingstelling bij arrest (p. 6-8) van 15 december 2023 onder meer als volgt: - de eiser, die op 24 augustus 2023 door de onderzoeksrechter in vrijheid is gesteld, is een in vrijheid gestelde in de zin van artikel 28, § 1, Voorlopige Hechteniswet (randnr. 3.2.16); - de onderzoeksrechter kon op 27 november 2023 enkel een nieuw bevel tot aanhouding verlenen als voldaan was aan een van de voorwaarden van artikel 28, § 1, Voorlopige Hechteniswet (randnr. 3.2.17); - het verleende bevel tot aanhouding van 27 november 2023 vermeldt geen enkele nieuwe en ernstige omstandigheid die aan het licht zou zijn gekomen na 24 augustus 2023 (randnr. 3.2.17); - het onderzoeksgerecht kan een inhoudelijk motiveringsgebrek in een bevel tot aanhouding rechtzetten en een juiste reden in de plaats stellen van een foutieve reden (randnr. 3.2.18); - uit het proces-verbaal met referte 523916-23 dat is opgesteld op 26 oktober 2023 volgt dat het op basis van de nieuwe informatie mogelijk is om de exacte uren te bepalen waarop op het aan de eiser toegeschreven gsm-toestel opzoekingen werden verricht die kunnen worden gelinkt aan de plaats delict (randnr. 3.2.19); - deze informatie is te beschouwen als een nieuwe en ernstige omstandigheid die pas aan het licht is gekomen na de datum van handlichting van 24 augustus 2023 en die de ernstige aanwijzingen van schuld versterken nu hieruit prima facie lijkt voort te vloeien dat een deel van de verdachte opzoekingen via het aan de eiser toegeschreven gsm-toestel plaatsvonden en dat enkele minuten voor het tijdstip van de onderzochte feiten (randnr. 3.2.20); - het bevel tot aanhouding van 27 november 2023 werd dan ook door de onderzoeksrechter ten onrechte gesteund op artikel 16 Voorlopige Hechteniswet, maar dient te worden gesteund op artikel 28 Voorlopige Hechteniswet (randnr. 3.2.21); - na aanvulling met deze nieuwe en ernstige omstandigheid is het bevel tot aanhouding van 27 november 2023 regelmatig (randnr. 3.2.22).
- Eisers cassatieberoep is gericht tegen dit arrest. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 16, 21 en 28, § 1, Voorlopige Hechteniswet: met het arrest hebben de appelrechters hun bevoegdheid overschreden; zij beroepen zich op een volledig nieuwe rechtsgrond om de aanhouding van de eiser te rechtvaardigen en ze hebben deze rechtsgrond vervolgens zelf ingevuld door op zoek te gaan naar vermeende nieuwe en ernstige omstandigheden; in het bevel tot aanhouding werd niet louter een materiële tekortkoming rechtgezet, maar er werd door de kamer van inbeschuldigingstelling in feite een nieuw bevel tot aanhouding verleend met een andere rechtsgrond en andere motieven, wat in strijd is met de discretionaire bevoegdheid van de onderzoeksrechter.
- Artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, eerste zin, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de onderzoeksrechter in elk stand van de zaak tegen een in vrijheid gelaten of in vrijheid gestelde verdachte een bevel tot aanhouding kan uitvaardigen indien nieuwe en ernstige omstandigheden die maatregel noodzakelijk maken. Artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, tweede zin, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat in dat geval het bevel de nieuwe en ernstige omstandigheden vermeldt die de aanhouding wettigen. Artikel 28, § 1, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet schrijft voor dat de bepalingen van onder meer hoofdstuk III van toepassing zijn en bijgevolg ook artikel 16 Voorlopige Hechteniswet.
- Volgens artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet: - bevat het bevel tot aanhouding de opgave van het feit waarvoor het wordt verleend, vermeldt het de wetsbepaling die bepaalt dat het feit een misdaad of een wanbedrijf is en stelt dit het bestaan vast van ernstige aanwijzingen van schuld; - vermeldt de rechter de feitelijke omstandigheden van de zaak en die welke eigen zijn aan de persoonlijkheid van de verdachte, die de voorlopige hechtenis wettigen gezien de criteria bepaald in paragraaf 1; - wordt de verdachte bij ontstentenis van deze vermeldingen in vrijheid gesteld.
- Daaruit volgt dat het onderzoeksgerecht bij de beoordeling van de regelmatigheid van een bevel tot aanhouding het verzuim melding te maken van de nieuwe en ernstige omstandigheden als bedoeld door artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, Voorlopige Hechteniswet en van het gegeven dat het bevel tot aanhouding op grond van die bepaling werd verleend, kan rechtzetten. Wel is vereist dat het bevel tot aanhouding de in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet bedoelde vermeldingen bevat.
- De rechtsmacht van het onderzoeksgerecht om het verzuim van de vermelding van de in artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, Voorlopige Hechteniswet bedoelde gegevens recht te zetten, heeft niet tot gevolg dat een nieuw bevel tot aanhouding wordt verleend met een andere rechtsgrond en doet geen afbreuk aan de discretionaire bevoegdheid van de onderzoeksrechter om een bevel tot aanhouding te verlenen.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Met de redenen die het arrest (p. 6-8) bevat, verantwoorden de appelrechters de beslissing dat het vastgestelde motiveringsgebrek kan worden rechtgezet en dat het bevel tot aanhouding van 27 november 2023 regelmatig is, naar recht. In zoverre kan het middel, dat niet betwist dat dit bevel werd verleend voor dezelfde feiten als het bevel van 9 augustus 2023, dat de eiser een in vrijheid gestelde verdachte is en dat het bevel tot aanhouding de door artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet bedoelde vermeldingen bevat, niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, Voorlopige Hechteniswet: het arrest neemt, anders dan de bevelen tot aanhouding van 9 augustus 2023 en 27 november 2023, aan dat enkele minuten voor de feiten met de gsm van de eiser opzoekingen werden gedaan naar het adres S. uit W., terwijl in de beide bevelen er wordt verwezen naar een tijdsverschil van een aantal uren; het is dat gegeven dat het arrest aanneemt als nieuwe en ernstige omstandigheid en dan nog enkel met betrekking tot de ernstige aanwijzingen van schuld; dat is geen omstandigheid die nog niet was gekend bij de opheffing van het bevel tot aanhouding; met het proces-verbaal 523916 worden slechts elementen aan het dossier toegevoegd uit het proces-verbaal 511357 van 5 mei 2023, dat dateert van voor de inzage op 5 juli 2023 door de federale politie nadat op 26 mei 2023 daartoe opdracht was gegeven en de toelating tot inzage dezelfde dag was verkregen ; het is evenmin een ernstige omstandigheid, aangezien een tijdsverschil van enkele minuten in plaats van een aantal uren weinig verandert aan de vaststelling zelf; volgens de wil van de wetgever kan elk nieuw element een nieuw bevel rechtvaardigen maar moet het nieuw gegeven voldoende ernstig zijn.
- Het staat aan het onderzoeksgerecht onaantastbaar te oordelen of een onderzoeksgegeven een nieuwe en ernstige omstandigheid uitmaakt in de zin van artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, eerste zin, Voorlopige Hechteniswet. Het onderdeel dat geheel opkomt tegen die onaantastbare beoordeling of verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240102.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241217.2N.18 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011114.11 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030122.15 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090204.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div