← België

G. contra ZURICH INSURANCE PLC UK BRANCH

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 8 - 10 De rechter oordeelt onaantastbaar over de noodzaak, de raadzaamheid en de gepastheid van het bevelen van een deskundigenonderzoek; aldus belet niets de rechter om de aanstelling van een deskundige te weigeren wanneer er geen dienstige reden bestaat om die maatregel te bevelen; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Tekst van de beslissing Nr. P.23.1364.N D. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen

  1. ZURICH INSURANCE plc UK BRANCH, die woonplaats kiest te 2600 Antwerpen, Grotesteenweg 633,
  2. SWISS RE INTERNATIONAL se, die woonplaats kiest te 2600 Antwerpen, Grotesteenweg 633,
  3. LLOYD’S INSURANCE COMPANY nv, die woonplaats kiest te 2600 Antwerpen, Grotesteenweg 633,
  4. BOODLE & DUNTHORNE ltd, die woonplaats kiest te 2600 Antwerpen, Grotesteenweg 633, burgerlijke partijen, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 13 september
  5. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. Het arrest houdt de beslissing over de rechtsplegingsvergoeding aan de verweersters 1, 2 en 3 aan. Dit is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, noch een beslissing als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. In zoverre gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk.
  7. Het arrest stelt vast dat de verweerster 4 geen vordering meer stelt tegen de eiser. In zoverre gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang evenmin ontvankelijk. Eerste middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 14 IVBPR, artikel 149 Grondwet, de artikelen 190 en 211 Wetboek van Strafvordering en artikel 505, eerste lid, 1°, Strafwetboek, alsmede miskenning van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces, met inbegrip van het recht op tegenspraak en het recht op wapengelijkheid: het arrest oordeelt dat er geen expertise op tegenspraak dient te gebeuren op de diamant als overtuigingsstuk en dat de niet op tegenspraak opgestelde verslagen van de door de onderzoeksrechter aangestelde gerechtsdeskundige evenmin uit het debat dienen te worden geweerd; de eiser had echter geen toegang tot de diamant, die voorheen reeds werd teruggegeven aan de verweersters, zodat hij de diamant niet kon onderzoeken of laten onderzoeken door zijn technisch raadsman; de eiser kon enkel opmerkingen formuleren op basis van andere stukken uit het strafdossier; aldus zijn hem niet alle stukken à charge en à décharge voorgelegd tijdens een openbare rechtszitting en heeft hij deze stukken niet kunnen tegenspreken, hoewel hij de bevindingen van de gerechtsdeskundige betwist; het arrest neemt dan ook ten onrechte op grond van onder meer deze bevindingen aan dat de diamant van de eiser dezelfde is als de gestolen diamant; het arrest miskent eveneens de motiveringsplicht en het is tegenstrijdig gemotiveerd door enerzijds aan te nemen dat de eiser een aantal vaststellingen van de gerechtsdeskundige niet betwist en anderzijds vast te stellen dat de eiser en zijn technisch raadsman de diamant niet hebben kunnen onderzoeken.
  9. Een juridische tegenstrijdigheid die slechts in het licht van de interpretatie van een wetsbepaling of een wettelijk begrip kan worden beoordeeld, is vreemd aan de motiveringsverplichting. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  10. In zoverre het middel verder niet preciseert niet hoe en waarom het arrest artikel 149 Grondwet schendt, is het onduidelijk en bijgevolg niet ontvankelijk.
  11. Artikel 190, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt onder meer dat de stukken die tot overtuiging of tot ontlasting kunnen dienen, aan de getuigen en aan de partijen worden vertoond. Deze bepaling, die niet is voorgeschreven op straffe van nietigheid, belet niet dat de rechter zijn oordeel over de schuld van een beklaagde steunt op een stuk dat tijdens het strafonderzoek werd onderworpen aan een gerechtelijke expertise, maar dat in het verdere verloop van de procedure niet meer beschikbaar is voor verdere expertise of tegenexpertise omdat het niet meer voorhanden is.
  12. De omstandigheid dat een partij of diens technisch raadsman een voor de vervolging relevant stuk niet meer kan onderzoeken omdat dit stuk reeds is teruggeven aan een schadelijder, heeft niet noodzakelijk de bewijsuitsluiting tot gevolg van de bevindingen die met betrekking tot dat stuk zijn opgenomen in een niet op tegenspraak opgesteld deskundigenverslag.
  13. Het staat aan de rechter om onaantastbaar te oordelen in welke mate de verrichtingen en bevindingen van de gerechtsdeskundige nog dienstig kunnen zijn voor de waarheidsvinding, rekening houdend onder meer met de door de partijen daarover gemaakte opmerkingen en gevoerde betwistingen, de uitleg daarover van de gerechtsdeskundige aan de rechter, de mogelijkheid tot tegenspraak daarover en de bevestiging ervan door andere gegevens van het strafdossier. Dit houdt geen schending in van artikel 6 EVRM noch een miskenning van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces.
  14. De rechter oordeelt onaantastbaar over de noodzaak, de raadzaamheid en de gepastheid van het bevelen van een deskundigenonderzoek. Aldus belet niets de rechter om de aanstelling van een deskundige te weigeren wanneer er geen dienstige reden bestaat om die maatregel te bevelen.
  15. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  16. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  17. Het arrest (p. 12-25) oordeelt met eigen redenen en met redenen die het overneemt van het beroepen vonnis (p. 5-10) onder meer als volgt: - het feit dat de diamant in kwestie reeds jaren geleden, meer bepaald op 29 maart 2018, werd vrijgegeven aan de verweersters en dus niet meer in het dossier aanwezig is als overtuigingsstuk, vormt op zich geen onherstelbare miskenning van het recht van verdediging en het recht op tegenspraak: de door de onderzoeksrechter aangestelde gerechtsdeskundige heeft de diamant onderzocht (waarbij de verweersters evenmin betrokken waren en dus evenmin tegenspraak hebben kunnen voeren) en het hof van beroep stelt vast dat er over het merendeel van de door deze deskundige gedane technische vaststellingen (exact gewicht, geslepen in hartvorm, kleur, zuiverheid, ...) geen betwisting bestaat tussen de partijen. Enkel de conclusies die uit de gedane technische vaststellingen kunnen worden getrokken, lopen uiteen; - het loutere feit dat het voorwerp van een gerechtelijk deskundigenonderzoek na uitvoering van dit onderzoek niet meer beschikbaar blijft als fysiek overtuigingsstuk, betekent niet dat de vaststellingen en onderzoeken van de aangestelde deskundige plotseling waardeloos zouden worden, noch dat het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces met inbegrip van de wapengelijkheid van de procespartijen onherroepelijk zouden zijn miskend; - de onderzoeksrechter heeft de gerechtsdeskundige de bijkomende opdracht gegeven om de opmerkingen van eisers raadsman en technisch raadsman op haar eerste deskundigenverslag van 6 oktober 2016 te beoordelen en te becommentariëren, wat heeft geresulteerd in een bijkomend verslag van de gerechtsdeskundige van 10 april 2017, waarin zij op uitvoerige wijze heeft geantwoord op de opmerkingen, hetgeen een modaliteit van tegenspraak inhoudt; - het hof van beroep heeft bovendien zowel de gerechtsdeskundige als eisers technisch raadsman als getuigen gehoord op de rechtszitting van 10 februari 2023, waarna in onderling overleg bijkomende conclusietermijnen zijn bepaald, waarvan de eiser gebruik heeft gemaakt om nog een uitvoerige appelsyntheseconclusie na getuigenverhoor neer te leggen; - ter rechtszitting van 9 juni 2023 werd de zaak uitvoerig gepleit en kreeg de eiser eveneens uitvoerig de mogelijkheid om zijn versie van de feiten te geven en om (technische) opmerkingen te formuleren over de bevindingen van de gerechtsdeskundige; - rekening houdend met deze uitvoerige, effectieve en afdoende mogelijkheden om tegenspraak te voeren met bijstand van een eigen technisch raadgever die ter rechtszitting de mogelijkheid heeft gekregen om op een gelijkwaardige wijze zijn technische uitleg te geven aan de hand van een toestel infraroodspectrofotometer, is het hof van beroep van oordeel dat er geen miskenning van het recht van verdediging, noch van het recht op een eerlijk proces met inbegrip van het recht op tegenspraak, wapengelijkheid, interne openbaarheid en de regels in verband met het deskundigenonderzoek voorligt; - de rechter is niet gebonden door een deskundigenverslag, dat enkel een advies inhoudt, maar kan de beoordeling van de schuldvraag baseren op alle resultaten van het gerechtelijk onderzoek en alle door de partijen aangedragen argumenten en stukken, waarvan een deskundigenverslag slechts één element is; - evenmin bestaat er, gelet op wat voorafgaat, enige reden om het verslag van de gerechtsdeskundige uit het debat te weren, noch toont de eiser aan dat de gerechtsdeskundige haar opdracht niet onpartijdig, met kennis van zaken en naar behoren zou hebben vervuld; - uit het schrijven van prof. M. zelf (de tegenexpert van de eiser) blijkt dat een expertise enkel indien de natuurlijke objecten duidelijke verschillen vertonen, kan bewijzen dat ze niet hetzelfde zijn. Het omgekeerde zou in de meeste gevallen onmogelijk zijn. Vermits 'beide' stenen geen duidelijke verschillen vertonen, zal een tegenexpertise niet meer zekerheid kunnen geven; - ten slotte oordeelt het arrest dat de beweringen van de eiser over de wijze waarop hij in het bezit van de diamant is gekomen, ongeloofwaardig zijn en worden gelogenstraft door een aantal in het arrest aangehaalde feitelijke vaststellingen.
  18. Het arrest (p. 24) besluit inzake de vastgestelde overeenstemming tussen de gestolen diamant en de diamant van de eiser als volgt: “Het hof (van beroep) baseert zich voor deze besluitvorming niet enkel op de verslagen van deskundige [P.] d.d. 10.06.2016 en 16.03.2017, doch tevens en dit bij wijze van samenlezing op de vaststellingen van de verbalisanten, hierin begrepen de bij GIA Legal Department bekomen informatie zoals opgenomen in het aanvankelijk proces-verbaal (…), de (ongeloofwaardige) verklaringen van [de eiser] over de wijze waarop hij in het bezit zou zijn gekomen van de bewuste diamant, de resultaten van het gevoerde telefonieonderzoek en de vluchtgegevens, de informatie over (de afwezigheid van grensoverschrijding vanuit Georgië door) de heer [G.], de technische toelichting zoals gegeven ter terechtzitting van het hof (van beroep) d.d. 10.02.2023 door deskundige [P.] en door de technisch raadgever van [de eiser] (…), de rapporten van GIA en de vaststelling dat de bewuste diamant meermaals herslepen werd tot een gewicht net onder 20ct. hetgeen een economisch onverantwoorde handeling is die de waarde van de diamant merkelijk heeft doen dalen, waaruit kan besloten worden dat de werkelijke reden van het meermaals herslijpen van de steen erin bestond om aldus in een andere 'categorie' van diamant terecht te komen waardoor het verband met de diefstal van de diamant gecamoufleerd zou blijven.” Op grond van deze redenen kunnen de appelrechters wettig oordelen dat eisers recht van verdediging en zijn recht op een eerlijk proces niet zijn miskend doordat hij en zijn technisch raadsman de inmiddels teruggegeven diamant niet hebben kunnen onderzoeken en is hun beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  19. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 505, eerste lid, 1°, Strafwetboek, is het afgeleid uit de hiervoor vergeefs aangevoerde onwettigheden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede middel
  20. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 14 IVBPR, artikel 149 Grondwet, de artikelen 11, 31 en 40 Taalwet Gerechtszaken, artikel 13 Wet Internationale Rechtshulp en artikel 505, eerste lid, 1°, Strafwetboek, alsmede miskenning van het recht van verdediging, het recht op een eerlijk proces en het vermoeden van onschuld: het arrest baseert de schuldigverklaring van de eiser op oncontroleerbare, eenzijdige en niet-vertaalde stukken uit het buitenland, die niet op hun regelmatigheid kunnen worden nagegaan en waarover geen tegenspraak kon worden gevoerd; deze stukken werden opgesteld in de Engelse taal en er ligt geen beëdigde vertaling van voor; het arrest neemt ten onrechte aan dat de constitutieve bestanddelen van het misdrijf heling bewezen zijn, wat de eiser heeft betwist; aldus miskent het arrest ook de motiveringsplicht.
  21. Het middel dat formeel schending van de wet en miskenning van algemene rechtsbeginselen en van de motiveringsplicht van de rechter aanvoert, komt in werkelijkheid geheel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest of verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Derde middel
  22. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest oor-deelt: “Het hof (van beroep) aanvaardt dat de exacte schade in hoofde van [de verweersters 1 tot 3] (als gesubrogeerde verzekeraars in de rechten van [de verweerster 4]) thans nog niet kan bepaald worden, zodat het hof (van beroep) de veroordeling van [de eiser] tot het betalen van een provisionele schadevergoeding van 1,00 euro, meer de vergoedende intresten vanaf 10.03.2016 tot de dag der volledige betaling, bevestigt”; daarmee beantwoordt het arrest niet eisers verweer dat de rechtsvordering van de verweersters dient te worden afgewezen “aangezien niet in te zien valt waarom na zoveel jaren nog steeds niet tot een concrete schadebegroting zou kunnen overgegaan worden. [De verweersters] geven in hun conclusies ook geen enkel argument waarmee zij hun bewering “dat de beide schadeposten op dit moment onmogelijk begroot kunnen worden” ondersteunen.”
  23. Met de in het middel aangehaalde reden beantwoordt het arrest eisers verweer, zonder te moeten antwoorden op een argument dat de eiser enkel tot staving van dat verweer heeft aangevoerd, maar dat geen zelfstandig verweer uitmaakt. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  24. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 160,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240102.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.