← België

GLOBAL LOGISTIK COMPANY

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240102.2N.6 Rolnummer: P.23.1453.N Zaak: GLOBAL LOGISTIK COMPANY Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2024-01-15 Raadplegingen: 610 - laatst gezien 2026-06-15 06:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Indien blijkt dat de verwijzing door de rechter naar een toegepaste wetsbepaling een verschrijving inhoudt, kan het Hof dit verbeteren. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Fiches 3 - 5 De wetgever heeft het aan de rechter overgelaten te oordelen of er omstandigheden zijn eigen aan de te beoordelen feiten of aan de dader, die als verzachtende omstandigheden in de zin van artikel 110 Sociaal Strafwetboek kunnen worden aangenomen; het middel dat opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de aanwezigheid van verzachtende omstandigheden is niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: STRAF - VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN Wettelijke bepalingen: Wet 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek - 06-06-2010 - Art. 110 - 07 ELI link Pub nr 2010A09589 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek - 06-06-2010 - Art. 110 - 07 ELI link Pub nr 2010A09589 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter Wettelijke bepalingen: Wet 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek - 06-06-2010 - Art. 110 - 07 ELI link Pub nr 2010A09589 Fiches 6 - 7 Indien een beklaagde enkel aanvoert dat er verzachtende omstandigheden zijn in de zin van artikel 110 Sociaal Strafwetboek, zonder enige concretisering, beantwoordt de rechter dit verzoek met het enkele oordeel dat er geen dergelijke verzachtende omstandigheden zijn. Thesaurus CAS: STRAF - VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN Wettelijke bepalingen: Wet 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek - 06-06-2010 - Art. 110 - 07 ELI link Pub nr 2010A09589 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek - 06-06-2010 - Art. 110 - 07 ELI link Pub nr 2010A09589 Fiches 8 - 9 De uit de artikelen 195, tweede lid, en 211 Wetboek van Strafvordering voortvloeiende bijzondere motiveringsverplichting voor de rechter om de maat van een straf nauwkeurig te motiveren, geldt enkel indien hij vrij kan oordelen over die maat; indien de rechter het door de wetgever bepaalde minimum oplegt, heeft hij geen beoordelingsvrijheid en is er bijgevolg geen bijzondere motiveringsverplichting. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1453.N GLOBAL LOGISTIK COMPANY bv, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Sander Van Hulle, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 22 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt zonder verdere verduidelijking dat er geen verzachtende omstandigheden zijn die een geldboete beneden het wettelijk minimum verantwoorden; het verwijst daarvoor naar artikel 110 Strafwetboek dat echter vreemd is aan de motivering van de geldboete, wat een miskenning van de motiveringsplicht impliceert; daardoor laat het arrest na te motiveren waarom er geen geldboete beneden het wettelijk minimum kan worden opgelegd en motiveert het evenmin het bedrag van de uitgesproken geldboete.
  3. Artikel 110, eerste lid, Sociaal Strafwetboek bepaalt dat indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, de geldboete kan worden verminderd tot een bedrag onder het wettelijk minimum, zonder evenwel lager te mogen zijn dan 40 procent van het voorgeschreven minimum bedrag.
  4. Het arrest (p. 14) oordeelt dat de minimumgeldboete voor de eiseres 3.000,00 euro bedraagt, te vermenigvuldigen met het aantal werknemers dat betrokken is bij de bewezen verklaarde feiten. Het arrest oordeelt verder dat er in deze geen verzachtende omstandigheden zijn die de appelrechters ertoe zouden kunnen brengen om “overeenkomstig artikel 110 Strafwetboek” een geldboete onder het wettelijk minimum uit te spreken. Daaruit blijkt dat de verwijzing naar artikel 110 Strafwetboek een verschrijving is, die het Hof kan verbeteren en die moet worden gelezen als een verwijzing naar artikel 110 Sociaal Strafwetboek. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  5. De wetgever heeft het aan de rechter overgelaten te oordelen of er omstandigheden zijn eigen aan de te beoordelen feiten of aan de dader, die als verzachtende omstandigheden in de zin van artikel 110 Sociaal Strafwetboek kunnen worden aangenomen. In zoverre het middel opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de aanwezigheid van verzachtende omstandigheden door het arrest, is het niet ontvankelijk.
  6. Indien een beklaagde enkel aanvoert dat er verzachtende omstandigheden zijn in de zin van artikel 110 Sociaal Strafwetboek, zonder enige concretisering, beantwoordt de rechter dit verzoek met het enkele oordeel dat er geen dergelijke verzachtende omstandigheden zijn. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. De uit de artikelen 195, tweede lid, en 211 Wetboek van Strafvordering voortvloeiende bijzondere motiveringsverplichting voor de rechter om de maat van een straf nauwkeurig te motiveren, geldt enkel indien hij vrij kan oordelen over die maat. Indien de rechter het door de wetgever bepaalde minimum oplegt, heeft hij geen beoordelingsvrijheid en is er bijgevolg geen bijzondere motiveringsverplichting. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 107,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240102.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.