id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240102.2N.9 Rolnummer: P.23.1403.N Zaak: D. contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2024-01-15 Raadplegingen: 751 - laatst gezien 2026-06-15 06:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 De rechter die vaststelt dat een partij bij het bepalen van het totale bedrag van zijn schadevergoedingsvordering een materiële vergissing begaat, die vergissing verbetert en die gelet op die verbetering vaststelt dat het door die partij in werkelijkheid gevorderde bedrag hoger ligt dan het verkeerdelijk in de conclusie vermelde bedrag en het aldus verbeterde bedrag toekent aan die partij, miskent noch het beschikkingsbeginsel noch de bewijskracht van die conclusie. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum BURGERLIJKE RECHTSVORDERING RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Tekst van de beslissing Nr. P.23.1403.N K. D., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen G. V., als curator van het faillissement van SELCOM nv, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 18 september 2023, gewezen op verwijzing bij het arrest van het Hof van 28 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel beschikkingsbeginsel genoemd, dat de rechter verbiedt meer toe te kennen dan is gevorderd: niettegenstaande de verweerder in zijn appelconclusie na cassatie (hierna appelconclusie) de veroordeling van de eiser vroeg tot betaling van een definitieve schadevergoeding van 1.041.075,13 euro, meer de interesten, ook al beperkte de schade zich volgens de eiser in dezelfde appelconclusie tot 1.041.608,13 euro, meer de interesten, veroordeelt het arrest de eiser tot betaling aan de verweerder van een definitieve schadevergoeding van 1.041.608,13 euro, meer de interesten; de vaststelling door het arrest dat de verweerder in zijn appelconclusie “verkeerdelijk” een bedrag van 1.041.075,13 euro vermeldt, doet geen afbreuk aan het gegeven dat het arrest meer toekent aan de verweerder dan is gevorderd.
- De rechter die vaststelt dat een partij bij het bepalen van het totale bedrag van zijn schadevergoedingsvordering een materiële vergissing begaat, die vergissing verbetert en die gelet op die verbetering vaststelt dat het door die partij in werkelijkheid gevorderde bedrag hoger ligt dan het verkeerdelijk in de conclusie vermelde bedrag en het aldus verbeterde bedrag toekent aan die partij, miskent noch het beschikkingsbeginsel noch de bewijskracht van die conclusie. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De verweerder heeft in zijn appelconclusie (stuk 10 rechtspleging hoger beroep) het volgende aangevoerd: - het eigen vermogen, dus de aandelen van de nv Z. per 1 juni 2010, bedroeg minstens 1.868.405,00 euro; - de schade, met name de vermindering van het actief, bedraagt dus 1.868.405,00 euro: 1.000 = 1.868,40 x 938 = 1.752.563,89 euro; - omdat het passief slechts 1.215.683,26 euro bedraagt, wat nog dient te worden verminderd met het gerealiseerd actief ten bedrage van 174.075,13 euro = 1.041.608,13 euro, beperkt de schade zich tot dit laatste bedrag; - de verweerder vraagt dan ook de provisionele schadevergoeding van 60.000,00 euro om te zetten in een definitieve schadevergoeding van 1.041.075,13 euro.
- In het dictum van zijn appelconclusie vordert de verweerder de veroordeling van de eiser tot betaling van een definitieve schadevergoeding van 1.041.075,13 euro, te vermeerderen met de interesten.
- Het arrest (p. 19) stelt vast dat de verweerder een definitieve schadevergoeding vordert voor een bedrag van 1.041.608,13 euro, die in het beschikkend gedeelte verkeerdelijk is vermeld als 1.041.075,13 euro. Het wijst erop dat het bedrag van 1.041.608,13 euro werd verkregen door van het totale passief van 1.215.683,26 euro het bedrag aan gerealiseerd actief van 174.075,13 euro af te trekken, dat de verweerder eveneens tot het bedrag van 1.041.608,13 euro kwam, maar dat hij verkeerdelijk een bedrag van 1.041.075,13 euro heeft gevorderd in het beschikkend gedeelte van zijn appelconclusie.
- Aldus stelt het arrest vast dat de verweerder bij materiële vergissing in het dictum van zijn appelconclusie een totaal bedrag aan gevorderde definitieve schadevergoeding heeft vermeld van 1.041.075,13 euro, terwijl de vordering van de verweerder wel degelijk betrekking had op 1.041.608,13 euro en dan ook voor dat laatste bedrag moet worden toegekend, te vermeerderen met de interesten. Daarmee miskent het arrest het beschikkingsbeginsel noch de bewijskracht van de appelconclusie van de verweerder. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 123,61 euro waarvan 88,61 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240102.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div