id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 8
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 584, eerste, vierde en vijfde lid, 871, 877, 878, 1026 en 1462 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 584, eerste, vierde en vijfde lid, 871, 877, 878, 1026 en 1462 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 15 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 584, eerste, vierde en vijfde lid, 871, 877, 878, 1026 en 1462 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0373.N
- HYLER bv, met zetel te 8710 Wielsbeke, Vijvedreef 54, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0667.953.282,
- N.B., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen DEPOORTERE nv, met zetel te 8791 Waregem, Kortrijkseweg 105, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0431.339.402, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 30 juni
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 584, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek doet de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt. Krachtens artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de zaak voor de voorzitter aanhangig gemaakt in kort geding of, in geval van volstrekte noodzakelijkheid, bij verzoekschrift. Het in voormelde bepaling bedoelde verzoekschrift is het eenzijdig verzoekschrift in de zin van de artikelen 1026 en volgende Gerechtelijk Wetboek.
- Artikel 584, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek bevat een niet-limitatieve opsomming van de voorlopige maatregelen die de voorzitter kan nemen, waaronder het aanstellen van een sekwester.
- Krachtens artikel 871 Gerechtelijk Wetboek kan de rechter aan iedere gedingvoerende partij bevelen het bewijsmateriaal dat zij bezit, over te leggen. Artikel 877 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat wanneer er ernstige en bepaalde aanwijzingen bestaan dat een partij of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt van een ter zake dienend feit, de rechter kan bevelen dat het stuk of een eensluidend verklaard afschrift ervan bij het dossier van de rechtspleging wordt gevoegd. Artikel 878 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien een derde het stuk onder zich heeft, de rechter deze verzoekt om vooraf het origineel of een afschrift ervan bij het dossier van de rechtspleging te voegen op de wijze en binnen de termijn die hij bepaalt.
- Artikel 1462 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat in de gevallen waarin er grond bestaat om de eigendom, het bezit of het houden van een roerend goed terug te vorderen, hij die terugvordert dit goed, onverschillig in wiens handen het zich bevindt, met toelating van de rechter in beslag kan nemen.
- Uit de samenhang van voormelde bepalingen volgt dat de voorzitter, op eenzijdig verzoekschrift, en met het oog op het veiligstellen van bewijsmateriaal, de overlegging aan een sekwester kan bevelen van welomschreven stukken die zich bij een partij of een derde bevinden, waarbij de voorzitter aan de sekwester desgevallend toelating kan verlenen om zich toegang te verschaffen tot de woning of bedrijfsruimte waar de stukken zich bevinden, en om deze stukken in bewaring te nemen.
- Artikel 15 Grondwet bepaalt dat de woning onschendbaar is en dat geen huiszoeking kan plaats hebben dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft.
- Artikel 8.1 EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Krachtens het tweede lid van deze bepaling is geen inmenging van enig openbaar gezag toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover deze bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Het begrip “wet” in de zin van artikel 8.2 EVRM moet worden begrepen in zijn materiële en niet in zijn formele betekenis. Als wet geldt de van kracht zijnde rechtsregel, zoals de interne rechtscolleges die interpreteren.
- Uit het voorgaande volgt dat artikel 584 Gerechtelijk Wetboek, samen met de artikelen 871, 877 en 878 Gerechtelijk Wetboek en artikel 1462 Gerechtelijk Wetboek, de grondslag vormen voor een bewijsbeslag met toegang tot de woning, zodat voldaan is aan de voorwaarde uit artikel 15 Grondwet en artikel 8.2 EVRM dat de inmenging in het recht op eerbiediging en onschendbaarheid van de woning bij wet voorzien moet zijn. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor een bewijsbeslag, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 644,84 euro en op de som van 650 euro verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 4 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240104.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div