id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240104.1N.2 Rolnummer: C.23.0111.N Zaak: T. contra T. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-01-29 Raadplegingen: 1079 - laatst gezien 2026-06-18 20:11 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche Het verbod om bloedverwanten in nederdalende lijn te horen in zaken waarin hun bloedverwanten in opgaande lijn tegengestelde belangen hebben steunt op de overweging dat het niet past dat bloedverwanten in nederdalende lijn stelling innemen in conflicten tussen hun ouders, en moet worden begrepen in die zin dat geen enkele verklaring van de bloedverwanten in nederdalende lijn, ongeacht de vorm waarin ze is verkregen, tijdens een geding tussen hun ouders, in rechte mag worden overgelegd, behalve de verklaringen betreffende feiten waarvan ze persoonlijk het slachtoffer zijn geworden. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Getuigen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 931, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0111.N M.T., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen M.T., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 december 2022. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Art. 931, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat bloedverwanten in nederdalende lijn niet mogen worden gehoord in zaken waarin hun bloedverwanten in opgaande lijn tegengestelde belangen hebben. Deze wetsbepaling steunt op de overweging dat het niet past dat bloedverwanten in nederdalende lijn stelling innemen in conflicten tussen hun ouders. Dit verbod moet worden begrepen in die zin dat geen enkele verklaring van de bloedverwanten in nederdalende lijn, ongeacht de vorm waarin ze is verkregen, tijdens een geding tussen hun ouders, in rechte mag worden overgelegd, behalve de verklaringen betreffende feiten waarvan ze persoonlijk het slachtoffer zouden zijn geweest. 2. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verweerster vordert om de stukken 1, 2, 4, 5, 6, 25, 26, 28 en 29 van de eiser die verklaringen van de kinderen zijn, uit het debat te weren; - overeenkomstig artikel 931 Gerechtelijk Wetboek bloedverwanten in de nederdalende lijn niet gehoord mogen worden in zaken waarin hun bloedverwanten in opgaande lijn tegengestelde belangen hebben, en dit verbod niet alleen geldt voor rechtstreekse getuigenissen in het kader van een procedure, maar ook voor onrechtstreekse getuigenissen of door hen geschreven verklaringen; - de stukken derhalve uit het debat worden geweerd en met de eventuele verwijzingen in conclusie naar de inhoud ervan geen rekening wordt gehouden. 3. De appelrechter die oordeelt dat de stukken uit het debat moeten worden geweerd, zonder na te gaan of het gaat om verklaringen betreffende feiten waarvan de bloedverwanten in nederdalende lijn persoonlijk het slachtoffer zijn geweest, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 4 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240104.1N.2 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:HBGNT:2024:ARR.20241223.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.