Obsah (5)
Art. 1168Art. 1178Art. 1181Art. 1182Art. 1184id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 1168
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1178
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1181
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1182
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1184
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Wanneer de opschortende voorwaarde door de toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar niet is vervuld, kan de rechter gelet op die wanprestatie overgaan tot ontbinding van de overeenkomst in het nadeel van de schuldenaar en veroordeling tot betaling van een aanvullende schadevergoeding. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1168
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1178
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1181
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1182
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1184
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RDC-Revue de droit commercial belge - 2024, n° 5, p. 570-578. - HIGNY, Mathieu; Note'Convention contenant promesses réciproques de vente/acquisition d'un immeuble conclue sous condition(
- s)suspensive(
- s)Sa résolution est possible en cas d'empêchement...' Tekst van de beslissing Nr. C.23.0256.N 1. L.V., 2. R.G., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kie-zen, tegen 1. G.D.B., 2. L.R.R., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 5 december 2022. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 december 2023 verwe-zen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Eerste onderdeel Ontvankelijkheid 1. De verweerders werpen een eerste grond van niet-ontvankelijkheid op: het onderdeel voert in wezen aan dat de appelrechter de verbindende kracht van arti-kel V van de overeenkomst schendt, maar voert niet de schending aan van artikel 1134 Oud Burgerlijk Wetboek. 2. Het onderdeel voert niet aan dat de appelrechter de verbindende kracht van artikel V van de overeenkomst schendt. Het voert aan dat artikel 1178 Oud Bur-gerlijk Wetboek niet eraan in de weg staat dat indien de schuldenaar die zich on-der opschortende voorwaarde verbonden heeft, door zijn fout de vervulling van die voorwaarde heeft gehinderd, de schuldeiser gelet op die fout kan opteren voor de ontbinding van de overeenkomst in het nadeel van de schuldenaar en zijn ver-oordeling tot betaling van een aanvullende schadevergoeding, terwijl de appel-rechter door de ontbinding van de overeenkomst en de forfaitaire schadevergoe-ding van artikel V van de overeenkomst in de gegeven omstandigheden te weige-ren, de artikelen 1168, 1178, 1181, 1182 en 1184 Oud Burgerlijk Wetboek schendt. De eerste grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. 3. De verweerders werpen een tweede grond van niet-ontvankelijkheid op: het onderdeel geeft niet aan waaruit de schending van de artikelen 1168, 1181, 1182 en 1184 Oud Burgerlijk Wetboek bestaat. 4. Het onderdeel voert aan dat wanneer bij overeenkomst een verbintenis wordt aangegaan onder een opschortende voorwaarde in de zin van de artikelen 1168, 1181 en 1182 Oud Burgerlijk Wetboek, de overeenkomst hangende die voorwaarde tussen de partijen rechten en plichten doet ontstaan, die in geval van niet-naleving ervan aanleiding kunnen geven tot contractuele aansprakelijkheid. De tweede grond van niet-ontvankelijkheid moet eveneens worden verworpen. Gegrondheid 5. Wanneer verbintenissen uit een overeenkomst onder opschortende voor-waarde zijn aangegaan, komt de overeenkomst tot stand, maar wordt de uitvoe-ring van die verbintenissen geschorst. Niettemin doet de overeenkomst aan de zijde van de partijen rechten en plichten ontstaan. Wanneer de opschortende voorwaarde door de toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar niet is vervuld, kan de rechter gelet op die wanprestatie overgaan tot ontbinding van de overeenkomst in het nadeel van de schuldenaar en veroor-deling tot betaling van een aanvullende schadevergoeding. 6. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eisers met toepassing van rubriek V (‘Sanctionering van de overeenkomst’) van de overeenkomst (‘Verkoop/aankoopbelofte huis’) de ontbinding ervan vorderen in het nadeel van de verweerders en hun veroordeling tot betaling van een schadevergoeding ten bedrage van 37.000 euro; - de toepassingsvoorwaarden van voormelde rubriek tot sanctionering van de overeenkomst niet zijn vervuld; - de overeenkomst werd aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de verweerders vóór het verstrijken van de termijn waarvoor de verkoopbelofte was verleend, de regularisatie van hun eigendom verkrijgen; - niet wordt betwist dat deze termijn is verstreken terwijl geen regularisatiever-gunning voorlag; - de opschortende voorwaarde door de toerekenbare niet-nakoming van de ver-weerders niet is vervuld. De appelrechter vervolgt evenwel dat: - met toepassing van artikel 1178 Oud Burgerlijk Wetboek voormelde opschor-tende voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld; - dit niet tot gevolg heeft dat op de verweerders automatisch de verbintenis tot verkoop van hun woning aan de eisers rustte; - die verbintenis op grond van de bepalingen van de overeenkomst aan de zijde van de verweerders slechts na lichting door de eisers van de hen door de ver-weerders gedane verkoopbelofte of na lichting door de verweerders van de hen door de eisers gedane aankoopbelofte tot stand kwam; - de eisers echter niet aantonen dat zij de verweerders schriftelijk hebben uitge-nodigd tot ondertekening van de notariële verkoopakte zoals de overeenkomst voor de lichting van de verkoopbelofte vereist; - evenmin het bewijs voorligt dat de verweerders dan wel hun notaris de hen door de eisers gedane aankoopbelofte op de overeengekomen wijze hebben gelicht; - de eisers bijgevolg niet bewijzen dat op de verweerders de verbintenis rustte hun woning te verkopen aan de voorwaarden bepaald onder rubriek VI (‘Voorwaarden waaronder de verkoop zal plaatsvinden’), waaronder deze aangaande de stedenbouwkundige toestand van de eigendom; - de verweerders geen contractuele wanprestatie hebben begaan, zodat de eisers zich onterecht beroepen op het sanctiemechanisme bedongen in rubriek V van de overeenkomst. 7. De appelrechter die zodoende, na te hebben vastgesteld dat de opschorten-de voorwaarde door de toerekenbare niet-nakoming van de verweerders niet is vervuld, uitsluit dat hij gelet op die wanprestatie kan overgaan tot ontbinding van de overeenkomst in het nadeel van de verweerders en hun veroordeling tot beta-ling van een aanvullende schadevergoeding, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven 8. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep ont-vankelijk verklaart. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 8 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzit-ter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240108.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div