id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 23
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 139
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 526- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.1681.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LIMBURG, afdeling Hasselt, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, in de zaak van
- D. E. F. D., beklaagde,
- Y. J., beklaagde,
- LAGARDÈRE TRAVEL RETAIL BELGIUM nv, met zetel te 1820 Steenokkerzeel, Vliegveld 132/a, burgerlijke partij,
- NICOLAS VAN BRANDT bv, met zetel te 1970 Wezembeek-Oppem, Pleinlaan 34, burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De verzoeker vraagt regeling van rechtsgebied ingevolge: - de beschikking van de raadkamer bij de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 25 februari 2022 die D. D. en Y. J. verwijst naar de correctionele rechtbank wegens respectievelijk de feiten omschreven onder de telastlegging A en onder de telastlegging B2 zoals nader beschreven in de vordering van de procureur des Konings van 6 mei 2021 (hierna de beschikking van de raadkamer); - het vonnis van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 26 juni 2023 (hierna het vonnis van de correctionele rechtbank). De verzoeker zet in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, de redenen van het verzoek uiteen. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Limburg, afdeling Hasselt, was ingevolge een klacht met burgerlijkepartijstelling van 19 mei 2017 gelast met een gerechtelijk onderzoek tegen een onbekende wegens diefstal, misbruik van vertrouwen en oplichting en tegen een te Sint-Truiden gevestigde vennootschap wegens heling.
- De onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg Henegouwen, afdeling Bergen, was ingevolge klachten met burgerlijkepartijstelling van 27 februari 2017 en van 5 december 2017 gelast met een gerechtelijk onderzoek tegen D. D. en Y. J. wegens heling en medeplichtigheid aan diefstal.
- Bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Henegouwen, afdeling Bergen, werd met verwijzing naar de samenhang tussen de te Hasselt en de te Bergen onderzochte feiten en de bereidheid van de procureur des Konings te Limburg, afdeling Hasselt, zich met de zaak te gelasten, de onderzoeksrechter te Bergen ontlast van het door hem gevoerde onderzoek.
- Op 6 mei 2021 heeft de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, gevorderd de rechtspleging te regelen betreffende de volgende feiten: A loonbediendendiefstal, bij samenhang te Machelen (gerechtelijk onderzoek Brussel), tussen 1 januari 2015 en 20 februari 2017, meermaals, op niet nader te bepalen data, door D. D.; B1 heling, te Sint-Truiden en elders in het gerechtelijk arrondissement Limburg, afdeling Hasselt en bij samenhang elders in het Rijk, tussen 1 januari 2015 en 20 februari 2017, meermaals, op niet nader te betalen data, door De Hoeve nv en A. S.; B2 heling, bij samenhang te La Louvière (gerechtelijk arrondissement Henegouwen, afdeling Bergen) en elders in het Rijk, tussen 1 januari 2015 en 20 februari 2017, meermaals, op niet nader te bepalen data, door Y. J.. De procureur des Konings vorderde de raadkamer te verklaren dat er geen reden is om de vier inverdenkinggestelden te vervolgen voor deze feiten gelet op de afwezigheid van bezwaren.
- De raadkamer heeft verklaard dat er betreffende de inverdenkinggestelden De Hoeve nv en A. S. geen redenen waren voor vervolging voor de feiten omschreven onder de telastlegging B1 en heeft D. D. en Y. J. verwezen naar de correctionele rechtbank voor de feiten omschreven onder respectievelijk de telastlegging A en B
- Tegen deze beschikking van de raadkamer staat vooralsnog geen rechtsmiddel open.
- Het vonnis van de correctionele rechtbank oordeelt dat deze rechtbank niet de rechtbank is van de plaats waar de aan D. D. en Y. J. verweten feiten zouden zijn gepleegd, noch deze van hun verblijfplaats op het ogenblik van het instellen van de strafvordering noch deze van de plaats waar zij konden worden aangetroffen. De rechtbank verklaart zich dan ook territoriaal onbevoegd om kennis te nemen van de zaak en verwijst de zaak naar de procureur des Konings om te handelen als naar behoren.
- Tegen het vonnis van de correctionele rechtbank kan geen ontvankelijk rechtsmiddel meer worden aangewend.
- De onderlinge tegenstrijdigheid tussen deze beide beslissingen doet een conflict van rechtsmacht ontstaan dat de rechtsgang belemmert.
- Er bestaat dan ook grond tot regeling van rechtsgebied.
- De territoriale bevoegdheid van de correctionele rechtbank met betrekking tot natuurlijke personen wordt bepaald door ofwel de plaats van het misdrijf, ofwel de verblijfplaats van de beklaagde op het ogenblik waarop de strafvordering op gang wordt gebracht, ofwel de plaats waar de beklaagde kan worden aangetroffen.
- Uit de gegevens van de rechtspleging volgt dat de raadkamer in beginsel territoriaal bevoegd was om de rechtspleging te regelen aangezien de feiten omschreven onder de telastlegging B1 te situeren vielen in het gerechtelijk arrondissement Limburg, afdeling Hasselt en derhalve een van de criteria voor de territoriale bevoegdheid aanwezig is en er bovendien samenhang wordt vastgesteld met de feiten omschreven onder de telastleggingen A en B2 waarvoor die bevoegdheidscriteria niet aanwezig zijn.
- Door de beslissing voor de feiten omschreven onder de telastlegging B1 evenwel een buitenvervolgingstelling te bevelen, werd de samenhang verbroken tussen enerzijds de feiten omschreven onder de telastlegging B1 waarvoor een territoriaal bevoegdheidscriterium aanwezig was en anderzijds de feiten omschreven onder de telastleggingen A en B2 waarvoor geen van die bevoegdheidscriteria voorhanden was, zodat de raadkamer D. D. en Y. J. wegens territoriale onbevoegdheid niet langer kon verwijzen naar het vonnisgerecht.
- De beschikking van de raadkamer dient derhalve te worden vernietigd in zoverre die D. D. en Y. J. verwijst naar de correctionele rechtbank voor de feiten omschreven onder de respectieve telastleggingen A en B
- Gelet op de situering van de feiten omschreven onder de telastlegging A te Machelen (gerechtelijk arrondissement Brussel), moet de zaak worden verwezen naar de kamer van inbeschuldigingstelling te Brussel, die voor die feiten en de ermee samenhangende feiten omschreven onder de telastlegging B2, bevoegd lijkt te zijn. Dictum Het Hof, Regelt het rechtsgebied. Vernietigt de beschikking van de raadkamer van 25 februari 2022 die D. D. heeft verwezen wegens de feiten omschreven onder de telastlegging A en Y. J. heeft verwezen voor de feiten omschreven onder de telastlegging B2 naar de correctionele rechtbank. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beschikking. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240109.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div