← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.13 Rolnummer: P.23.1470.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-01-15 Raadplegingen: 609 - laatst gezien 2026-06-15 06:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Artikel 252, eerste lid, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus, bepaalt dat de opdrachten en bevoegdheden die de wetten en reglementaire besluiten toekennen aan de gemeentepolitie of aan haar personeelsleden worden uitgeoefend door de lokale politie of haar personeelsleden; derhalve kunnen de lokale politie en haar personeelsleden de opdrachten en bevoegdheden uitoefenen die de Wet Economische Reglementering toekent aan de gemeentepolitie. Thesaurus CAS: PRIJSMAKING Wettelijke bepalingen: Wet 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen - 22-01-1945 - Art. 6, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1945012201 Wet 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen - 22-01-1945 - Art. 7, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1945012201 Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 252 - 31 ELI link Pub nr 1998021488 Thesaurus CAS: POLITIE Wettelijke bepalingen: Wet 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen - 22-01-1945 - Art. 6, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1945012201 Wet 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen - 22-01-1945 - Art. 7, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1945012201 Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 252 - 31 ELI link Pub nr 1998021488 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Wet 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen - 22-01-1945 - Art. 6, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1945012201 Wet 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen - 22-01-1945 - Art. 7, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1945012201 Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 252 - 31 ELI link Pub nr 1998021488 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1470.N

  1. M. M., beklaagde, eiser,
  2. MICKEY GOLD bv, met zetel te 2018 Antwerpen, Pelikaanstraat 48, voor wie optreedt de lasthebber ad hoc Eden PAPISMADOVE, met kantoor te 2018 Antwerpen, Van Eycklei 20, beklaagde, eiseres, beiden met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen, Koninklijkelaan 60, waar de eiser 1 woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 oktober
  3. De eisers voeren elk in afzonderlijke memories die aan dit arrest zijn gehecht, drie gelijkluidende middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 6, § 1, en 7, § 2, van de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen (hierna Wet Economische Reglementering): het arrest oordeelt dat de door de hoofdinspecteur en inspecteurs van de lokale politie Antwerpen uitgevoerde huiszoeking regelmatig is op basis van artikel 7, § 2, Wet Economische Reglementering, terwijl artikel 6, § 1, Wet Economische Reglementering weliswaar melding maakt van de gemeentepolitie, maar niet van de lokale politie.
  5. Artikel 252, eerste lid, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus, bepaalt dat de opdrachten en bevoegdheden die de wetten en reglementaire besluiten toekennen aan de gemeentepolitie of aan haar personeelsleden worden uitgeoefend door de lokale politie of haar personeelsleden. Derhalve kunnen de lokale politie en haar personeelsleden de opdrachten en bevoegdheden uitoefenen die de Wet Economische Reglementering toekent aan de gemeentepolitie. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. De beslissing van het arrest dat de door de hoofdinspecteur en inspecteurs van de lokale politie Antwerpen uitgevoerde huiszoeking regelmatig is, is dan ook naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het beslist enerzijds dat de zaak op de rechtszitting van 7 september 2023 ab initio wordt hernomen; het beslist anderzijds dat het tussenarrest van 26 januari 2023 verder wordt uitgewerkt.
  8. Er is sprake van een tegenstrijdigheid als juridisch sanctioneerbaar motiveringsgebrek in de zin van artikel 149 Grondwet als eenzelfde rechterlijke beslissing redenen of beschikkingen bevat die elkaar opheffen of teniet doen.
  9. Het Hof ontwaart de door het onderdeel aangevoerde tegenstrijdigheid niet. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van artikel 779 Gerechtelijk Wetboek: het arrest oordeelt dat op de rechtszitting van 7 september 2023 de behandeling van de zaak ab initio wordt hernomen en dat het tussenarrest van 26 januari 2023 verder wordt uitgewerkt; evenwel wordt de behandeling van de rechtsvraag die het voorwerp uitmaakt van het tussenarrest van 26 januari 2023 niet hernomen.
  11. Met het oordeel dat een tussenbeslissing verder wordt uitgewerkt, geeft de rechter enkel aan dat vertrekkend van wat reeds werd beslist in die tussenbeslissing, hij de zaak verder beoordeelt. Daarmee wordt niet aangegeven dat wat reeds met de tussenbeslissing is beslist, opnieuw zal worden beoordeeld. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het oordeelt enerzijds dat er geen stukken voorhanden zijn betreffende een lening voor een belangrijke geldsom met als borg de overdracht van een waardevolle diamant; het oordeelt anderzijds dat er een voorgetypte verklaring is uit het jaar 2020 van een zekere S.T., waarin staat dat hij de diamant als borg gaf voor een lening die door de eiser wordt overgelegd.
  13. Het arrest stelt niet vast dat in de voorgetypte verklaring van S.T. is vermeld dat die de diamant als borg gaf voor een lening. In zoverre mist het middel feitelijk grondslag.
  14. De aangevoerde tegenstrijdigheid is afgeleid uit die onjuiste lezing. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 186,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.