id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.3 Rolnummer: P.23.1375.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-01-15 Raadplegingen: 1052 - laatst gezien 2026-06-18 19:59 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het uitspreken van de beveiligingsmaatregel bepaald in artikel 42 Wegverkeerswet vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig, alsook de grond voor die beslissing; de rechter oordeelt onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing en hij kan voor dat oordeel steunen op de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren; opdat het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen, moet de rechter in zijn beslissing de gegevens vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleidt en het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord
(1).
(1)Cass. 28 november 2023, AR P.23.1274.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.17, AC 2023, nr. 785; Cass. 11 oktober 2022, AR P.22.0793.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8, AC 2022, nr. 619; Cass. 31 mei 2022, AR P.22.0211.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8, AC 2022, nr. 388. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 3 Het uitspreken van de beveiligingsmaatregel bepaald in artikel 42 Wegverkeerswet vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig, alsook de grond voor die beslissing; de rechter oordeelt onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing en hij kan voor dat oordeel steunen op de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren; opdat het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen, moet de rechter in zijn beslissing de gegevens vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleidt en het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord
(1). () Cass. 28 november 2023, AR P.23.1274.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.17, AC 2023, nr. 785; Cass. 11 oktober 2022, AR P.22.0793.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8, AC 2022, nr. 619; Cass. 31 mei 2022, AR P.22.0211.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8, AC 2022, nr.
- Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1375.N A. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sander Van Hulle, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 31 augustus
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 42 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis stelt vast dat de eiser in staat van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid verkeert en baseert zich hiervoor op de aard van de voorliggende feiten en zijn strafregister; de aard van de voorliggende feiten, te weten rijden zonder geldig rijbewijs, rijden spijts verval en rijden zonder de vereiste proeven en examens te hebben afgelegd, impliceren nochtans geen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid; evenmin kan dit worden afgeleid uit het strafregister; de eiser werd nog niet veroordeeld voor feiten van rijden onder invloed van alcohol of drugs, noch werd eerder toepassing gemaakt van artikel 42 Wegverkeerswet; aldus verbindt het bestreden vonnis een gevolg aan de vastgestelde feiten dat niet eruit kan worden afgeleid.
- Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat wanneer naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader en de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig, het verval van het recht tot sturen moet worden uitgesproken.
- Het uitspreken van deze beveiligingsmaatregel vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig, alsook de grond voor die beslissing.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing. Hij kan voor dat oordeel steunen op de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren. Deze vaststelling kan niet worden afgeleid uit de omstandigheid dat er geen stukken worden neergelegd die aantonen dat hij wel lichamelijk of geestelijk geschikt is om een motorvoertuig te besturen.
- Opdat het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen, moet de rechter in zijn beslissing de gegevens vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleidt.
- Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- Het bestreden vonnis oordeelt dat met rekening houdend met het strafregister van de eiser, waaruit blijkt dat hij op een tijdspanne van circa negen jaar maar liefst achttien veroordelingen opliep voor verkeersinbreuken, waaronder meermaals voor het sturen spijts verval en zonder rijbewijs en éénmaal voor het sturen spijts het voorgeschreven onderzoek, en de aard van de voorliggende feiten, de eerste rechter terecht toepassing maakte van de veiligheidsmaatregel van artikel 42 Wegverkeerswet. Het oordeelt verder dat er geen stukken worden neergelegd die zouden aantonen dat de eiser wel lichamelijk en geestelijk geschikt is om een motorvoertuig te besturen.
- Uit deze vaststellingen kan de rechter niet wettig afleiden dat de eiser lichamelijk of psychisch ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen en op grond daarvan de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uitspreken. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis maar enkel in zoverre het artikel 42 Wegverkeerswet toepast. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 157,96 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240130.2N.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.17 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div