id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.6 Rolnummer: P.23.1398.N Zaak: LOGISTIC SERVICE CONSULTING bv contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Insolventierecht Invoerdatum: 2024-01-15 Raadplegingen: 1465 - laatst gezien 2026-06-18 23:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De betaling van een zelfs opeisbare schuldvordering op een rechtspersoon kan voor de bestuurder van die rechtspersoon het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen opleveren, wanneer die betaling is gedaan met het in artikel 492bis Strafwetboek bepaalde bedrieglijk opzet en zij een betekenisvol nadeel berokkent aan de vermogensbelangen van de rechtspersoon en die van zijn schuldeisers of vennoten en dat laatste kan het geval zijn wanneer ingevolge die betaling en de daarvoor vereiste verkoop van bepaalde activa van de rechtspersoon, diens actief dat strekt tot onderpand voor de betaling van de andere schuldeisers vermindert en er te zijnen laste een bijkomende, bedrijfsmatig onverantwoorde schuld wordt gecreëerd, terwijl hij in financiële moeilijkheden verkeert; dat de betaling van de schuldvordering het boekhoudkundig vermogen van de rechtspersoon niet aantast omdat daardoor het passief in gelijke mate daalt met het actief en de rechtspersoon dus formeel niet verarmt, is daarbij niet bepalend. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - MISDRIJVEN IN VERBAND MET FAILLISSEMENT, BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 492bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISBRUIK VAN VERTROUWEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 492bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 Artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de rechtsvordering tot herstel van de schade, door een misdrijf veroorzaakt, behoort aan hen die de schade hebben geleden en schade in de zin van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek bestaat in de aantasting van een belang of het verlies van een rechtmatig voordeel; het veronderstelt dat het slachtoffer van de onrechtmatige daad zich in een minder gunstige situatie bevindt dan wanneer de fout niet was gepleegd waarbij het geen rol speelt of de schade van het slachtoffer rechtstreeks of onrechtstreeks is
(1).
(1)Cass. 19 december 2023, AR P.23.1349.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.7, AC 2023, nr. 855; Cass. 18 november 2020, AR P.20.0012.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201118.2F.4, AC 2020, nr. 710 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas.; zie G. JOCQUÉ, “Tijdsverloop en schadevergoeding”, TPR 2016, pp. 1377-
- Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 4 - 5 De schuldeiser van een rechtspersoon kan schade lijden ingevolge de fout van de bestuurder van die rechtspersoon, die het actief van deze laatste bedrieglijk vermindert, met als gevolg dat de schuldeiser zijn onbetaalde schuldvordering op de rechtspersoon niet of slechts in mindere mate kan invorderen; de algemene opdracht van de curator, zoals die voortvloeit uit artikel XX.98 WER, bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen en wanneer de curator namens de boedel optreedt, oefent hij de gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers uit waartoe ook de rechten behoren die voortvloeien uit de schade aan de boedel ingevolge de fout van wie ook, waardoor het passief van het faillissement wordt vermeerderd, het actief wordt verminderd of het actief dat ter beschikking moest staan van de schuldeisers niet effectief voorhanden is in de boedel; hieruit volgt dat de curator beschikt over een zelfstandig vorderingsrecht ten aanzien van de voormalige bestuurder van de rechtspersoon, door wiens fout het actief bedrieglijk is verminderd. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XX.98 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XX.98 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1398.N
- LOGISTIC SERVICE CONSULTING nv, met zetel te 1050 Brussel, Louizalaan 65 bus 11, in haar hoedanigheid van rechtsopvolger van GROUP SCATOR nv, beklaagde,
- LOGISTIC SERVICE CONSULTING nv, reeds vermeld, beklaagde, eiseressen, met als raadsman mr. Kris Beirnaert, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 51 waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen G. B, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement RAILROADS BELGIE nv, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 september
- De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 492bis Strafwetboek: het arrest veroordeelt de eiseressen ten onrechte voor het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen (telastlegging A.1); de betaling van een opeisbare schuldvordering veroorzaakt als dusdanig immers geen nadeel, noch aan de vermogensbelangen van de vennootschap aangezien ingevolge die betaling diens overeenstemmende schuld als passiefpost wegvalt, noch aan de vermogensbelangen van de schuldeisers of de vennoten aangezien deze als derden het bestaan en de uitvoering van de verbintenissen van de vennootschap moeten respecteren; van het bedoelde misdrijf kan enkel sprake zijn wanneer de strafrechter vaststelt dat de vennootschap door de betaling van de opeisbare schuldvordering geen voldoende financiële middelen meer kan ontwikkelen om andere uitstaande schulden te betalen; het arrest oordeelt dat Railroads België nv een opeisbare schuldvordering die Group Scator nv op haar had, heeft afgebouwd door de opbrengst van de sale and lease back-operatie met betrekking tot haar belangrijkste actief door te storten aan Group Scator nv; uit die doorstorting leidt het arrest ten onrechte af dat aan Railroads België nv elke liquiditeit werd ontnomen en dat die vennootschap feitelijk werd leeggemaakt; het voorwerp van een sale and lease back-operatie verdwijnt immers niet als werkingsmiddel uit de vennootschap, maar verandert enkel van eigendomsstatuut; bijgevolg kan die operatie, evenmin als de doorstorting van de opbrengst ervan, invloed hebben op het vermogen van de vennootschap om nog financiële middelen te ontwikkelen en andere schulden te betalen.
- De betaling van een zelfs opeisbare schuldvordering op een rechtspersoon kan voor de bestuurder van die rechtspersoon het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen opleveren, wanneer die betaling is gedaan met het in artikel 492bis Strafwetboek bepaalde bedrieglijk opzet en zij een betekenisvol nadeel berokkent aan de vermogensbelangen van de rechtspersoon en die van zijn schuldeisers of vennoten. Dat laatste kan het geval zijn wanneer ingevolge die betaling en de daarvoor vereiste verkoop van bepaalde activa van de rechtspersoon, diens actief dat strekt tot onderpand voor de betaling van de andere schuldeisers vermindert en er te zijnen laste een bijkomende, bedrijfsmatig onverantwoorde schuld wordt gecreëerd, terwijl hij in financiële moeilijkheden verkeert. Dat de betaling van de schuldvordering het boekhoudkundig vermogen van de rechtspersoon niet aantast omdat daardoor het passief in gelijke mate daalt met het actief en de rechtspersoon dus formeel niet verarmt, is daarbij niet bepalend. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 25-34) steunt de beslissing dat de eiseressen schuldig zijn aan de telastlegging A.1 niet enkel op de redenen die het onderdeel bekritiseert. Het steunt die beslissing ook op de vaststelling dat Railroads België nv ingevolge het afhaken van een belangrijke klant en leverancier in ernstige financiële moeilijkheden was geraakt, evenals op de volgende redenen: - “De sale and leaseback-overeenkomst was niet in het voordeel van de nv Railroads België. De maandelijkse last van de leasing was weliswaar lager na de sale and leaseback, doch de overeenkomst met WCT Europe liep geruime tijd langer, met een aanzienlijke verhoging van de totale lasten tot gevolg. Bovendien waren de oorspronkelijke contracten eind 2012 afgelost, op de afkoopwaarde na. In de nieuwe overeenkomst was ook geen afkoopregeling voorzien zodat de containers dan terug ter beschikking van de lessor zouden komen. De nv Railroads België zou dus de containers integraal betaald hebben zonder er eigenaar van te worden. Bij deze transactie werd ontegensprekelijk gehandeld met bedrieglijk opzet. Het was duidelijk de bedoeling dat de vordering van de zustervennootschap betaald werd vóór vorderingen van andere schuldeisers, en dat het beschikbare geld onmiddellijk uit het vermogen van de nv Railroads België verdween alvorens andere schuldeisers er eventueel beslag op zouden kunnen leggen. De gelden werden (rechtstreeks of onrechtstreeks) gebruikt voor persoonlijke doeleinden, ten voordele van de gelieerde vennootschap en ten nadele van de andere schuldeisers en de nv Railroads België.”; - “Dat er door de handelingen in kwestie een schuld “wegviel” (met name de vordering van de nv Group Scator op de nv Railroads België ten belope van het betaalde bedrag), neemt niet weg dat er toch op betekenisvolle wijze in het nadeel van de vermogensbelangen van de nv Railroads België en zeker ook van haar schuldeisers (andere dan de nv Group Scator) werd gehandeld. Zoals reeds aangehaald was de sale and leaseback-overeenkomst niet in het voordeel van de nv Railroads België. Deze verhoogde de totale lasten en de containers zouden terug ter beschikking van de lessor komen. Daarenboven is het duidelijk dat de gelden in kwestie werden gebruikt ten voordele van de gelieerde vennootschap en ten nadele van de andere schuldeisers die de voornaamste activa van de vennootschap, waarop desgevallend zou kunnen worden uitgevoerd, zagen verdwijnen.”; - “Dat de sale and leaseback-overeenkomst, de betaling van de verkoopsom in het kader van deze overeenkomst en de aanwending van de koopsom om een schuldvordering van de nv Group Scator te voldoen, op zich “legale” handelingen betreffen, sluit geenszins uit dat er met betrekking tot de voorliggende feiten sprake is van misbruik van vennootschapsgoederen. Het is de aanwezigheid van het bedrieglijk opzet die het onderscheid uitmaakt tussen wat een gewone handelsverrichting is en een strafrechtelijk sanctioneerbare verrichting. Het bedrieglijk opzet, zoals vereist bij artikel 492bis van het strafwetboek, bestaat erin doeleinden na te streven die vreemd zijn aan de belangen van de rechtspersoon en sluit niet uit dat de door de dader gestelde gedragingen behoorden tot zijn bevoegdheden als bestuurder van de vennootschap. Dat er in deze zaak wel degelijk bedrieglijk opzet voorhanden was, en ook voldaan is aan de andere constitutieve bestanddelen van dit misdrijf, werd hiervoor reeds toegelicht.” Met die redenen verantwoordt het arrest de beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
- Voor het overige is het onderdeel gericht tegen een overtollige reden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest oordeelt, in strijd met de tekst van de telastlegging A.1, dat het geen oordeel uitspreekt over de vraag of de schuldvordering van Group Scator nv een achtergestelde lening dan wel een rekening-courantschuld betrof omdat die vraag volgens de appelrechters van ondergeschikt belang is; de motivering van het arrest is derhalve tegenstrijdig, minstens onduidelijk of dubbelzinnig; indien namelijk de stelling van de eiseressen enkel geldt bij een betaling door de vennootschap van een opeisbare schuldvordering, dan vormt het voormelde motiveringsgebrek een inbreuk op de motiveringsverplichting; indien het opeisbaar karakter van de schuldvordering van Group Scator nv daarentegen, zoals de appelrechters aannemen, niet van belang is ter beoordeling van de schuldvraag, dan vormt het voormelde motiveringsgebrek geen inbreuk op de motiveringsverplichting.
- Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste onderdeel, heeft het voor de schuldigverklaring van de eiseressen aan de telastlegging A.1 geen belang of de schuldvordering van Group Scator nv op Railroads België nv al dan niet opeisbaar was. Het aangevoerde motiveringsgebrek kan de eiseressen bijgevolg niet grieven. Het onderdeel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek en artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart de eiseressen onder de telastlegging A.1 schuldig aan het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen bestaande in het verrichten van betalingen voor een bedrag van 935.000,00 euro aan de schuldeiser Group Scator nv; het oordeelt dat die feiten ertoe hebben geleid dat het beschikbare actief van de massa van Railroads België nv werd verminderd ten belope van 935.000,00 euro en de massa voor dat bedrag schade lijdt; op die basis veroordeelt het arrest de eiseressen hoofdelijk tot betaling aan de verweerder van een schadevergoeding van 935.000,00 euro; een beweerde benadeelde kan zich evenwel enkel burgerlijke partij stellen voor de door hem geleden persoonlijke schade die rechtstreeks werd veroorzaakt door de feiten van de aanhangige telastleggingen; wanneer door een fout het vermogen van een vennootschap wordt aangetast, beschikken de aandeelhouders en bijgevolg evenmin de schuldeisers van de vennootschap of de faillissementscurator die de gemeenschappelijke rechten van de massa der schuldeisers uitoefent over een zelfstandig vorderingsrecht voor de daardoor geleden schade; de betrokkenen zijn immers niet rechtstreeks geschaad door de fout.
- Artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de rechtsvordering tot herstel van de schade, door een misdrijf veroorzaakt, behoort aan hen die de schade hebben geleden.
- Schade in de zin van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek bestaat in de aantasting van een belang of het verlies van een rechtmatig voordeel. Het veronderstelt dat het slachtoffer van de onrechtmatige daad zich in een minder gunstige situatie bevindt dan wanneer de fout niet was gepleegd. Of de schade van het slachtoffer rechtstreeks of onrechtstreeks is, speelt geen rol.
- De schuldeiser van een rechtspersoon kan schade lijden ingevolge de fout van de bestuurder van die rechtspersoon, die het actief van deze laatste bedrieglijk vermindert, met als gevolg dat de schuldeiser zijn onbetaalde schuldvordering op de rechtspersoon niet of slechts in mindere mate kan invorderen.
- De algemene opdracht van de curator, zoals die voortvloeit uit artikel XX.98 WER, bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen.
- Wanneer de curator namens de boedel optreedt, oefent hij de gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers uit. Hiertoe behoren ook de rechten die voortvloeien uit de schade aan de boedel ingevolge de fout van wie ook, waardoor het passief van het faillissement wordt vermeerderd, het actief wordt verminderd of het actief dat ter beschikking moest staan van de schuldeisers niet effectief voorhanden is in de boedel.
- Hieruit volgt dat de curator beschikt over een zelfstandig vorderingsrecht ten aanzien van de voormalige bestuurder van de rechtspersoon, door wiens fout het actief bedrieglijk is verminderd.
- Het onderdeel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek en artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiseressen hoofdelijk tot betaling aan de verweerder van een schadevergoeding gelijk aan de totaliteit van de als misbruik van vennootschapsgoederen gekwalificeerde betalingen van Railroads België nv aan haar schuldeiser Group Scator nv; wanneer de vennootschap een opeisbare schuldvordering betaalt, kan dit onmogelijk een verduistering uitmaken, maar onder omstandigheden wel het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen; de schade ingevolge de betaling van een opeisbare schuldvordering kan onmogelijk het integraal betaalde bedrag uitmaken aangezien de vennootschap hoe dan ook verplicht is de opeisbare schuldvordering te betalen; dit geldt noodzakelijkerwijs ook voor de schuldeisers en een curator die de gemeenschappelijke rechten van de massa der schuldeisers uitoefent; de schade waarvoor de schuldeisers of de curator zich burgerlijke partij kunnen stellen bestaat, per analogie met wat geldt voor de schade bij het misdrijf van bedrieglijk onvermogen, enkel in de schade die voortspruit uit de niet-onmiddellijke betaling waardoor bijkomende kosten zijn ontstaan.
- Wanneer de bestuurder van een rechtspersoon diens actief bedrieglijk te gelde maakt om de opbrengst daarvan te betalen aan een schuldeiser die hij in het licht van de ernstige financiële moeilijkheden van de rechtspersoon vóór de andere schuldeisers in dezelfde rang wil betalen en de niet-betaalde schuldeisers daardoor schade lijden ingevolge de vermindering van het onderpand waarop zij hun niet-betaalde schuldvorderingen kunnen uitwinnen, dan kan de schade van die schuldeisers niet enkel bestaan in de krenking van hun rechtmatig belang op spoedige betaling en de daaruit voortvloeiende kosten en schade, maar ook in de vermindering van het hen uit te keren dividend uit de boedel van de vervolgens failliet verklaarde rechtspersoon. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Met de aan de verweerder toegekende schadevergoeding herstelt het arrest de faillissementsboedel in de omvang die deze zonder de fout van de eiseressen zou hebben gehad. Dat ook de eiseres 1 als schuldeiser van Railroads België nv aanspraak kan hebben op een dividend uit die boedel, doet daaraan geen afbreuk. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten op 209,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250506.2N.3 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260505.2N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201118.2F.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div