id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240111.1N.5 Rolnummer: C.23.0224.N Zaak: BILLIT contra RY bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-02-06 Raadplegingen: 2015 - laatst gezien 2026-06-18 22:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240111.1N.5 Fiche 1 De derde-beslagene moet een nauwkeurige en omstandige verklaring afleggen van hetgeen hij verschuldigd is aan de beslagen schuldenaar, dit is het voorwerp van het beslag
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Fiche 2 De verklaring van de derde-beslagene strekt ertoe aan de beslagleggende schuldeiser transparantie te verschaffen over de rechten en schuldvorderingen van de beslagen schuldenaar jegens de derde-beslagene1
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Fiche 3 De derde-beslagene dient in zijn verklaring geen melding te maken van een contractuele relatie die geen schuld van de derde-beslagene ten aanzien van de beslagen schuldenaar met zich meebrengt; het volstaat in dat geval dat de derde-beslagene bevestigt dat hij niets verschuldigd is aan de beslagen schuldenaar
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Fiche 4 De door de derde-beslagene af te leggen verklaring heeft slechts betrekking op de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag en van zijn latere afgifteverplichting, dit zijn de sommen of zaken die de derde-beslagene aan de beslagen schuldenaar verschuldigd is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Fiche 5 De schuldenaarsverklaring is een privaatrechtelijke sanctie en vanuit dit opzicht is vereist dat de derde-beslagene precies weet hoever zijn wettelijke verplichting reikt en waaraan zijn verklaring inhoudelijk moet voldoen om de sanctie te vermijden; een extensieve invulling van de omvang van de verplichting van de derde-beslagene is hiermee niet verzoenbaar
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Tekst van de beslissing Nr. C.23.0224.N BILLIT bv, met zetel te 9000 Gent, Oktrooiplein 1 bus 302, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0563.846.944, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen R&Y bv, met zetel te 2580 Putte, Vogelstraat 90, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0835.775.160, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 7 maart
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 11 december 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1539 Gerechtelijk Wetboek kan de schuldeiser die over een uitvoerbare titel beschikt, uitvoerend beslag onder derden leggen, op de bedragen en zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd is. Krachtens artikel 1452, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de derde-beslagene, binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, gehouden verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag. Krachtens artikel 1452, tweede lid, 2°, Gerechtelijk Wetboek moet de verklaring nauwkeurig alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partijen vermelden en inzonderheid de bevestiging door de derde-beslagene dat hij niet of niet meer de schuldenaar is van de beslagene. Krachtens artikel 1542, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de derde-beslagene die zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, door de beslagrechter schuldenaar worden verklaard voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaak van het beslag en de bijkomende kosten.
- Uit het voorgaande volgt dat de derde-beslagene een nauwkeurige en omstandige verklaring moet afleggen van hetgeen hij verschuldigd is aan de beslagen schuldenaar, dit is het voorwerp van het beslag. Deze verplichting strekt ertoe aan de beslagleggende schuldeiser transparantie te verschaffen over de rechten en schuldvorderingen van de beslagen schuldenaar jegens de derde-beslagene. De derde-beslagene dient in zijn verklaring daarentegen geen melding te maken van een contractuele relatie die geen schuld van de derde-beslagene ten aanzien van de beslagen schuldenaar met zich meebrengt. Het volstaat in dat geval dat de derde-beslagene bevestigt dat hij niets verschuldigd is aan de beslagen schuldenaar. De door de derde-beslagene af te leggen verklaring heeft immers slechts betrekking op de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag en van zijn latere afgifteverplichting, dit zijn de sommen of zaken die de derde-beslagene aan de beslagen schuldenaar verschuldigd is. Bovendien is de schuldenaarsverklaring een privaatrechtelijke sanctie en is vanuit dit opzicht vereist dat de derde-beslagene precies weet hoever zijn wettelijke verplichting reikt en waaraan zijn verklaring inhoudelijk moet voldoen om de sanctie te vermijden. Een extensieve invulling van de omvang van de verplichting van de derde-beslagene is hiermee niet verzoenbaar.
- De appelrechter stelt vast dat: - de beslagen schuldenaar een eenmansvennootschap heeft opgericht; - op 1 april 2021 een driepartijenmanagementovereenkomst werd gesloten tussen de beslagen schuldenaar, diens vennootschap en de eiseres, de derde-beslagene, waarin werd bedongen dat de beslagen schuldenaar diensten zou leveren aan de eiseres en dat de eiseres de vergoedingen voor die prestaties zou uitbetalen aan de vennootschap van de beslagen schuldenaar; - de verweerster op 10 februari 2022 uitvoerend beslag onder derden liet leggen ten laste van de beslagen schuldenaar in handen van de eiseres; - de eiseres in haar schriftelijke verklaring van derde-beslagene, aan de gerechtsdeurwaarder overgemaakt bij aangetekend schrijven van 22 februari 2022, heeft verklaard dat zij geen schuldenaar was van de beslagen schuldenaar en jegens hem geen betalingsverplichting heeft. Hij oordeelt vervolgens dat: - de verklaring van derde-beslagene niet juist, volledig en waarheidsgetrouw was en de verweerster niet toeliet om de rechten van partijen vast te stellen; - de eiseres geen enkele transparantie bood over de precieze relatie tussen haarzelf en de beslagen schuldenaar, met wie op 1 april 2021 samen met diens vennootschap een managementovereenkomst tot stand was gekomen; - uit deze overeenkomst zeer duidelijk blijkt dat de beslagen schuldenaar via de vennootschap diensten zou verrichten voor de eiseres en dat de eiseres deze diensten via die vennootschap zou vergoeden; - de laconieke verklaring dat de eiseres nooit schuldenaar is geweest van de beslagen schuldenaar dan ook geen correct en volledig beeld geeft van de verhouding tussen de eiseres en de beslagen schuldenaar, die blijkens de managementovereenkomst wel degelijk contractpartijen waren; - de verklaring van de eiseres niet nauwkeurig was nu zij, hoewel zij contractpartij was van de beslagen schuldenaar en betalingen verrichtte voor diens intuitu personae-diensten aan diens vennootschap, hierover in het geheel niets verklaarde; - de eiseres is tekortgekomen aan haar plicht als derde-beslagene tot het doen van een juiste verklaring.
- Door aldus te oordelen dat de eiseres in haar verklaring van derde-beslagene melding had moeten maken van haar contractuele relatie met de beslagen schuldenaar en een derde vennootschap, terwijl hieruit nooit een schuld is ontstaan van de derde-beslagene jegens de beslagen schuldenaar, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 11 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240111.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240111.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div