← België

I.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 3 - 4 De rechter kan het oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden niet gronden of medegronden op de vaststelling dat de beklaagde door het tijdsverloop sinds het aanvangspunt van de redelijke termijn geen persoonlijk nadeel heeft ondervonden; een dergelijk oordeel houdt immers noodzakelijk de negatie in van het doel van de redelijketermijnvereiste, namelijk vermijden dat een beklaagde te lang in de onzekerheid leeft over het lot van de tegen hem ingestelde strafvervolging. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1078.N P. F. G. E. H. I., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kristof Windey, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 19 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis kan niet wettig oordelen dat de redelijke termijn niet is overschreden; het stelt immers vast dat de strafvervolging, die niet als complex wordt beoordeeld, bijna anderhalf jaar in beslag heeft genomen en dat de zaak acht maanden zonder verantwoording heeft stilgelegen tussen de datum van dagvaarding om te verschijnen in hoger beroep en de rechtszitting in hoger beroep.
  4. In strafzaken heeft de redelijketermijnvereiste, zoals die voortvloeit uit artikel 6.1 EVRM, tot doel te vermijden dat een beklaagde al te lang in onzekerheid verkeert over de uitkomst van de strafvervolging.
  5. Het staat aan de rechter te oordelen of de redelijketermijnvereiste is nageleefd rekening houdend met de criteria van de complexiteit van de zaak, de houding van de met de opsporing en vervolging belaste overheden, de houding van de beklaagde en het belang dat de zaak heeft voor de beklaagde.
  6. De rechter kan het oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden niet gronden of medegronden op de vaststelling dat de beklaagde door het tijdsverloop sinds het aanvangspunt van de redelijke termijn geen persoonlijk nadeel heeft ondervonden. Een dergelijk oordeel houdt immers noodzakelijk de negatie in van het doel van de redelijketermijnvereiste, namelijk vermijden dat een beklaagde te lang in de onzekerheid leeft over het lot van de tegen hem ingestelde strafvervolging.
  7. Het bestreden vonnis grondt het oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden mede op de vaststelling dat de eiser geen persoonlijk nadeel heeft ondervonden door het verstrijken van de termijn. De beslissing dat de redelijke termijn niet is overschreden, is dan ook niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Omvang van de cassatie
  8. De vernietiging van de beslissing betreffende de redelijke termijn leidt tot de vernietiging van de aan de eiser opgelegde bestraffing met inbegrip van zijn veroordeling tot de betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds, maar laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis maar enkel in zoverre het de eiser veroordeelt tot straf en tot de betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 151,36 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 16 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240116.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250225.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.7 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230620.2N.9 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.