← België

K. contra K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240116.2N.4 Rolnummer: P.23.1298.N-P.23.1478.N Zaak: K. contra K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-01-18 Raadplegingen: 628 - laatst gezien 2026-06-15 04:29 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Wanneer hoger beroep wordt aangetekend tegen een vonnis van de jeugdrechtbank dat bij toepassing van artikel 51 Decreet Integrale Jeugdhulp ten aanzien van een minderjarige een maatregel oplegt, kan de jeugdrechter in hoger beroep, alvorens ten gronde over dit hoger beroep wordt geoordeeld, een voorlopige maatregel bevelen

(1); het opleggen van een dergelijke voorlopige maatregel heeft niet tot gevolg dat de rechtsmacht van de jeugdkamer van het hof van beroep om ten gronde over het hoger beroep te oordelen is uitgeput, ook al wijkt de voorlopige maatregel af van de maatregel die in het beroepen vonnis werd bevolen.
(1)Over de voorlopige maatregelen van jeugdbescherming bevolen tijdens de procedure in hoger beroep, in afwachting van het arrest van de jeugdkamer ten gronde, zie J. SMETS, Jeugdbeschermingsrecht, APR, Story-Scientia, 1996, 636-642; F. TULKENS en T. MOREAU, Droit de la jeunesse, Larcier, 2000, 883-884; J. PUT, Handboek jeugdbeschermingsrecht, die Keure, 2021, 581; B. DE SMET, “Hulpverlening aan minderjarigen in een verontrustende situatie”, RW 2020-21,
  1. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 58 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 59 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 62 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 63bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 48 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 51 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Strafzaken Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 58 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 59 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 62 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 63bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 48 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 51 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 58 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 59 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 62 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 63bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 48 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 51 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Fiches 4 - 5 De verwerping van het cassatieberoep tegen het arrest van de jeugdkamer van het hof van beroep dat na behandeling van de zaak ten gronde een maatregel van opvoeding bevestigt, bevolen bij arrest als voorlopige maatregel, heeft als gevolg dat het eerder cassatieberoep ingesteld tegen het arrest over die voorlopige maatregel wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk is. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 58 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 59 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 62 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 63bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 48 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 51 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Gemis aan belang of bestaansreden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 58 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 59 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 62 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 63bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 48 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 51 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1298.N – P.23.1478.N I-II S. K., vader van de minderjarige, eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, mede in de zaak
  2. K. F., moeder van de minderjarige,
  3. L. K., minderjarige. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, van 29 augustus 2023 (hierna arrest I). Het cassatieberoep II is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, van 12 oktober 2023 (hierna arrest II). De eiser voert tegen het arrest I in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser voert tegen het arrest II in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voeging
  4. De zaken met de rolnummers P.23.1298.N en P.23.1478.N worden in het belang van een goede rechtsbedeling samengevoegd. Middel tegen het arrest II
  5. Het middel voert schending aan van artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 203 en 204 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 58 en 59, tweede lid, Jeugdbeschermingswet en de artikelen 47, 48 en 51 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp (hierna Decreet Integrale Jeugdhulp): door in het arrest II ten gronde uitspraak te doen over eisers hoger beroep tegen het vonnis van de jeugdrechtbank van 19 mei 2023 waarin met betrekking tot de minderjarige een maatregel werd opgelegd, overschrijdt de appelrechter zijn rechtsmacht; immers werd er over eisers hoger beroep tegen dat vonnis reeds uitspraak gedaan in het arrest I, dat de in het beroepen vonnis opgelegde maatregel vervangt, zodat over die maatregel met dat laatste arrest reeds een eindbeslissing werd gewezen.
  6. Het arrest I oordeelt niet dat de in het beroepen vonnis opgelegde maatregel wordt vervangen. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest I en mist het feitelijke grondslag.
  7. Wanneer hoger beroep wordt aangetekend tegen een vonnis van de jeugdrechtbank dat bij toepassing van artikel 51 Decreet Integrale Jeugdhulp ten aanzien van een minderjarige een maatregel oplegt, kan de jeugdrechter in hoger beroep, alvorens ten gronde over dit hoger beroep wordt geoordeeld, een voorlopige maatregel bevelen. Het opleggen van een dergelijke voorlopige maatregel heeft niet tot gevolg dat de rechtsmacht van de jeugdkamer van het hof van beroep om ten gronde over het hoger beroep te oordelen is uitgeput, ook al wijkt de voorlopige maatregel af van de maatregel die in het beroepen vonnis werd bevolen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de jeugdrechtbank in het beroepen vonnis van 19 mei 2023 de bij vonnis van 27 mei 2022 bevolen maatregel heeft herzien en de minderjarige de functie verblijf heeft opgelegd, aangeboden door jeugdhulpaanbieder H., de sociale dienst voor de gerechtelijke hulpverlening heeft belast met de opvolging van die maatregel en de minderjarige onder toezicht van die dienst heeft gesteld voor een periode van een jaar. Verder blijkt dat: - de jeugdrechter in hoger beroep na een kabinetsbespreking met het arrest I oor¬deelt dat, “hangende het hoger beroep” tegen het vonnis van de jeugdrechtbank van 19 mei 2023, de minderjarige bij wijze van voorlopige maatregel vanaf 30 augustus 2023 in het kader van de functie verblijf wordt toevertrouwd aan de Organisatie Bijzonder Jeugdbijstand L.; - de jeugdkamer van het hof van beroep met het arrest II het hoger beroep ongegrond verklaart en het beroepen vonnis van 19 mei 2023 bevestigt, met dien verstande dat de minderjarige in het kader van de functie verblijf, typemodule verblijf voor minderjarigen, wordt toevertrouwd aan de Organisatie Bijzonder Jeugdbijstand L. Door aldus te oordelen, overschrijdt de appelrechter met het arrest II niet haar rechtsmacht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I
  9. Het arrest I oordeelt dat de minderjarige bij wijze van voorlopige maatregel vanaf 30 augustus 2023 in het kader van de functie verblijf wordt toevertrouwd aan de Organisatie Bijzonder Jeugdbijstand L. Gelet op de verwerping van het cassatieberoep II tegen het arrest II, dat, rechtdoend over dat hoger beroep, onder meer diezelfde maatregel oplegt, is het cassatieberoep I tegen het arrest I bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Voegt de zaken ingeschreven onder de rolnummers P.23.1298.N en P.23.1478.N samen. Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 142,51 euro, waarvan op het cassatieberoep I 58,05 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep II 84,46 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 16 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240116.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.