← België

Z. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 4 - 6 Het niet-horen van een verdachte door de politie of een magistraat tijdens het opsporingsonderzoek kan in beginsel worden geremedieerd door diens verhoor als beklaagde ter rechtszitting van het vonnisgerecht

(1); een beklaagde die weigert om persoonlijk aanwezig te zijn op de rechtszitting voor het vonnisgerecht en die aldus zijn verhoor door een magistraat over de hem ten laste gelegde feiten onmogelijk maakt, kan niet op ontvankelijke wijze aanvoeren dat zijn recht van verdediging is miskend omdat hij tijdens het opsporingsonderzoek niet werd verhoord door de politie of een magistraat; hij maakt immers door zijn weigering persoonlijk aanwezig te zijn de uitoefening van zijn recht van verdediging zelf onmogelijk.
(1)Cass. 15 mei 2019, AR P.19.0169.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190515.3, AC 2019, nr. 289, F. KUTY, Justice pénale et procès équitable, Larcier, 2023, 878. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 185 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 185 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 185 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1346.N S. Z., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Van Leuven, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen Gert VERREYT, met kantoor te 2300 Turnhout, Begijnenstraat 17, als curator van het faillissement van DARKOM bv, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het arrest spreekt de eiser vrij voor het feit omschreven onder de telastlegging C en oordeelt dat de appelrechters niet bevoegd zijn om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder, in zoverre die op dat feit is gegrond. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerder, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder, is eisers cassatieberoep niet ontvankelijk. Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 3, 6 en 13 EVRM: het arrest beantwoordt niet eisers argumenten dat er nooit een onderzoek à décharge is gevoerd daar de eiser niet werd verhoord door de politie of door een magistraat; de stelling dat er geen subjectief en afdwingbaar recht bestaat op een gerechtelijk onderzoek en een ondervraging door de politie of een magistraat kan niet worden bijgetreden; een onderzoek op de rechtszitting voor het vonnisgerecht kan niet worden gelijk gesteld met een gerechtelijk onderzoek; eisers recht van verdediging en zijn recht op een eerlijk proces zijn miskend.
  5. Artikel 3 EVRM is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
  6. Het middel verduidelijkt niet hoe en waarom het arrest artikel 13 EVRM schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan precisie niet ontvankelijk.
  7. Uit artikel 6 EVRM of uit het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging kan voor een verdachte geen subjectief en afdwingbaar recht worden afgeleid op een gerechtelijk onderzoek. Het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging zijn afdoende gewaarborgd door de rechten die een verdachte kan uitoefenen tijdens het opsporingsonderzoek en tijdens de behandeling van de zaak voor het vonnisgerecht, in beginsel in twee aanleggen.
  8. Uit het enkele gegeven dat een verdachte tijdens het opsporingsonderzoek niet werd verhoord door de politie of een magistraat, volgt niet dat het onderzoek niet à décharge werd gevoerd.
  9. Het niet-horen van een verdachte door de politie of een magistraat tijdens het opsporingsonderzoek kan in beginsel worden geremedieerd door diens verhoor als beklaagde ter rechtszitting van het vonnisgerecht.
  10. Een beklaagde die weigert om persoonlijk aanwezig te zijn op de rechtszitting voor het vonnisgerecht en die aldus zijn verhoor door een magistraat over de hem ten laste gelegde feiten onmogelijk maakt, kan niet op ontvankelijke wijze aanvoeren dat zijn recht van verdediging is miskend omdat hij tijdens het opsporingsonderzoek niet werd verhoord door de politie of een magistraat. Hij maakt immers door zijn weigering persoonlijk aanwezig te zijn de uitoefening van zijn recht van verdediging zelf onmogelijk.
  11. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  12. Met de redenen die het arrest (p. 17-22, punt 4.3.2) bevat, beantwoordt en verwerpt het eisers verweer over de vermeende miskenning van zijn recht op een eerlijk proces en zijn recht van verdediging. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel
  13. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: de reden dat de appelrechters niet tot een ander oordeel zouden zijn gekomen indien de eiser in persoon zou zijn verschenen, is een passe-partout motivering die niet voldoet; daardoor zijn eisers recht van verdediging en de uit artikel 6 EVRM geputte rechten miskend; uit het niet persoonlijk verschijnen kan geen schuld worden afgeleid of een motief om een hogere straf op te leggen; aangezien de appelrechters onmogelijk kunnen weten wat de eiser zou hebben gezegd, indien hij was verschenen, kunnen zij niet oordelen dat zij in voorkomend geval tot hetzelfde oordeel zouden zijn gekomen.
  14. Het arrest leidt uit het niet persoonlijk verschijnen van de eiser geen element af betreffende zijn schuld, noch neemt het dit gegeven in aanmerking voor het opleggen van een zwaardere straf. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  15. Uit het enkele feit dat een partij het oneens is met een door een rechter vermelde reden, volgt niet dat de motiveringsplicht is miskend. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  16. De door het middel bekritiseerde reden is geen passe-partout antwoord, maar vormt een concreet antwoord op een door de eiser gevoerd verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  17. Voor het overige is het middel afgeleid uit het vergeefs aangevoerde motiveringsgebrek en is het niet ontvankelijk. Derde middel
  18. Het middel voert schending aan van artikel 185, § 2, Wetboek van Strafvordering: er is geen arrest gewezen dat de persoonlijke verschijning van de eiser heeft bevolen en dat hem werd betekend.
  19. Het middel is niet gericht tegen het thans bestreden arrest en is bijgevolg niet ontvankelijk. Vierde middel
  20. Het middel voert schending aan artikel 211bis Wetboek van Strafvordering en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel dat een hoger beroep de appellant geen nadeel mag berokkenen: door aan de eiser een door de artikelen 1 en 1bis Wet Beroepsuitoefeningverbod bedoeld ondernemersverbod en bestuurdersverbod op te leggen van tien jaar daar waar de eerste rechter slechts beide verboden had opgelegd voor een termijn van vijf jaar verzwaren de appelrechters op het enkel hoger beroep van de eiser zijn toestand en doen zij dat bovendien zonder eenparigheid van stemmen.
  21. Het oordeel of de aan een appellant opgelegde bestraffing op diens enkel hoger beroep is verzwaard en of er strafverzwaring is in de zin van artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering, vereist een vergelijking van de in eerste aanleg en de in hoger beroep opgelegde hoofdstraffen. Er is slechts strafverzwaring indien in hoger beroep een zwaardere hoofdstraf is opgelegd dan wel eenzelfde straf is opgelegd met toevoeging van een bijkomende straf. Er is geen strafverzwaring indien in hoger beroep een minder zware hoofdstraf is opgelegd en dit ongeacht of een zwaardere bijkomende straf is uitgesproken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  22. De eerste rechter veroordeelde de eiser voor de bewezen verklaarde feiten tot een hoofdgevangenisstraf van tien maanden, een geldboete van 250,00 euro, een vervangende gevangenisstraf van twee maanden en een ondernemers- en bestuurdersverbod als bedoeld door de artikelen 1 en 1bis Wet Beroepsuitoefeningsverbod voor telkens een termijn van vijf jaar. De appelrechters veroordelen de eiser voor de door hen bewezenverklaarde feiten tot een hoofdgevangenisstraf van negen maanden, een geldboete van 200,00 euro, een vervangende gevangenisstraf van vijfenveertig dagen en een ondernemers- en bestuurdersverbod als bedoeld door de artikelen 1 en 1bis Wet Beroepsuitoefeningsverbod voor telkens een termijn van tien jaar. Aangezien zij een lagere hoofdgevangenisstraf uitspreken in vergelijking met de door de eerste rechter uitgesproken hoofdgevangenisstraf, leggen de appelrechters aan de eiser geen zwaardere bestraffing op en dit ongeacht de langere duur van het tegen de eiser uitgesproken ondernemers- en bestuurdersverbod. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  23. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 232,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 16 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240116.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040224.19 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.11 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100324.5 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190515.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.