← België

MEUBELEN VERBERCKMOES nv c. LA CAISSE D’ASSURANCE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240118.1N.1 Rolnummer: C.23.0157.N Zaak: MEUBELEN VERBERCKMOES nv c. LA CAISSE D'ASSURANCE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2024-03-07 Raadplegingen: 1420 - laatst gezien 2026-06-19 00:56 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240118.1N.1 Fiches 1 - 2 De subrogatie in de rechten van de benadeelde heeft tot gevolg dat de gesubrogeerde de vordering van de benadeelde uitoefent met al haar kenmerken en toebehoren; daaruit volgt dat de schorsing van de verjaring ten aanzien van degene die zich in zijn rechten laat subrogeren, ook werkt in het voordeel van de gesubrogeerde als de schorsing een aanvang heeft genomen voor en niet na de subrogatie

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie Cass. 27 januari 2022, AR C.21.0106.N, AC 2022, nr. 73, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.1, met concl. OM; Cass. 16 december 2004, AR C.02.0212.N–C.02.0251.N, AC 2004, nr. 614, ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041216.20. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Schorsing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2252 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2252 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 Behoudens wanneer een procedureakkoord omtrent de omvang van de rechtsplegingsvergoeding dan wel een grond of een verzoek tot afwijking van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding voorligt, dient de rechter ambtshalve het met toepassing van de bepalingen van het Tarief Rechtsplegingsvergoeding correcte basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding te bepalen
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 23 juni 2023, AR C.22.0384.N, AC 2023, nr. 476, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230623.1N.4, met concl. OM; Cass. 3 maart 2023, AR C.22.0258.N, AC 2023, nr. 168, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230303.1N.8; Cass. 16 januari 2023, AR C.21.0193.F, AC 2023, nr. 41, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230116.3F.1, met concl. van advocaat-generaal H. MORMONT, op datum in Pas.; Cass. 13 januari 2023, AR C.22.0158.N, AC 2023, nr.
  1. ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230113.1N.
  2. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1017, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1018, eerste lid, 6° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1021, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 4 De taak van de rechter bij het bepalen van het correcte basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding neemt niet weg dat een procespartij die als in het gelijk gestelde partij aanspraak maakt op een rechtsplegingsvergoeding en deze wil doen vereffenen, van deze gedingkost opgave moet doen, zonder daarom het bedrag ervan te moeten bepalen
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie Cass. 16 januari 2023, AR C.21.0193.F, AC 2023 nr. 41, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230116.3F.1, met concl. van advocaat-generaal H. Mormont, op datum in Pas. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1017, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1018, eerste lid, 6° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1021, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2023/24, nr. 37, p. 1453-
  1. - WERBROUCK, Jarich; Noot'De buitengrens verduidelijkt: geen vereffening rechtsplegingsvergoeding in burgerlijke zaken zonder opgave ervan' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2024, nr. 7, p. 525-
  2. - MELIS, Sara; Noot'De partijen moeten de rechtsplegingsvergoeding niet begroten (maar er wel opgave van doen) opdat de rechter deze zou kunnen vereffenen' Juristenkrant-De Juristenkrant - 2024, nr. 493, p.
  3. - MAGNUS, Benjamin; Noot'Partijen moeten de rechtsplegingsvergoeding opnemen als gedingkost, maar niet noodzakelijk begroten' Tekst van de beslissing Nr. C.23.0157.N MEUBELEN VERBERCKMOES nv, met zetel te 9170 Sint-Gillis-Waas, Reepstraat 121, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0449.150.778, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen LA CAISSE PRIMAIRE D’ASSURANCES MALADIE DU VAL DE MARNE, met zetel te 94031 Créteil Cedex (Frankrijk), Avenue du Général de Gaulle 1-9, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 65/11, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 4 april 2022, op verwijzing gewezen na het arrest van het Hof van 13 maart
  4. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 21 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  5. Artikel 2252 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verjaring niet loopt tegen minderjarigen, behoudens hetgeen in artikel 2278 bepaald is, en met uitzondering van de andere bij de wet bepaalde gevallen.
  6. De subrogatie in de rechten van de benadeelde heeft tot gevolg dat de gesubrogeerde de vordering van de benadeelde uitoefent met al haar kenmerken en toebehoren. Daaruit volgt dat de schorsing van de verjaring ten aanzien van degene die zich in zijn rechten laat subrogeren, ook werkt in het voordeel van de gesubrogeerde als de schorsing een aanvang heeft genomen voor en niet na de subrogatie.
  7. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de schorsing van de verjaring op grond van artikel 2252 Oud Burgerlijk Wetboek die dateert van voor de subrogatie, de verjaring niet schorst in het voordeel van de gesubrogeerde, faalt het naar recht.
  8. In zoverre het middel schending aanvoert van artikelen van de Franse Code Civil, zonder aan te geven hoe deze afwijken van het Belgische recht en bijgevolg tot een andere oplossing zouden leiden, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Tweede middel
  9. Krachtens artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek verwijst ieder eindvonnis, tenzij bijzondere wetten anders bepalen, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt. Krachtens artikel 1018, eerste lid, 6°, Gerechtelijk Wetboek omvatten de kosten onder meer de rechtsplegingsvergoeding in de zin van artikel
  10. Krachtens artikel 1021, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kunnen de partijen een omstandige opgave indienen van hun onderscheiden kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding zoals bepaald in artikel 1022 van hetzelfde wetboek. In dat geval worden de kosten in het vonnis vereffend. Krachtens artikel 1021, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt, indien de kosten in het vonnis niet of slechts gedeeltelijk werden vereffend, de beslissing over de kosten waarover niet werd gestatueerd, geacht te zijn aangehouden. Krachtens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. In uitvoering van artikel 1022, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek worden de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding vastgesteld in het Tarief Rechtsplegingsvergoeding, rekening houdend met onder meer de aard van de zaak en de belangrijkheid van het geschil.
  11. Behoudens wanneer een procedureakkoord omtrent de omvang van de rechtsplegingsvergoeding dan wel een grond of een verzoek tot afwijking van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding voorligt, dient de rechter ambtshalve het met toepassing van de bepalingen van het Tarief Rechtsplegingsvergoeding correcte basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding te bepalen.
  12. Die taak van de rechter neemt niet weg dat een procespartij die als in het gelijk gestelde partij aanspraak maakt op een rechtsplegingsvergoeding en deze wil doen vereffenen, van deze gedingkost opgave moet doen, zonder daarom het bedrag ervan te moeten bepalen. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 349,89 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 18 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240118.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240118.1N.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250131.1N.7 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250228.1N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250530.1N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251002.1N.1 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251009.1N.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041216.20 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230113.1N.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230116.3F.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230303.1N.8 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230623.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.