id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240118.1N.5 Rolnummer: C.23.0041.N Zaak: H. contra VANEX nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-03-07 Raadplegingen: 997 - laatst gezien 2026-06-18 22:31 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240118.1N.5 Fiche De koper moet binnen een korte tijd een vordering instellen waarbij hij zich baseert op verborgen gebreken waarmee het goed volgens hem is behept; de koper moet niet binnen een korte tijd zijn vordering in rechte kwalificeren als een vordering tot vrijwaring gebaseerd op de artikelen 1641 en volgende Oud Burgerlijk Wetboek
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie Cass. 9 mei 2008, AR C.06.0641.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080509.5, AC 2008, nr.
- Thesaurus CAS: KOOP Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1648 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0041.N M.J.H., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VANEX nv, met zetel te 8400 Oostende, Londenstraat 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0472.597.955, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 maart
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 21 december 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1648 Oud Burgerlijk Wetboek moet de vordering op grond van koopvernietigende gebreken door de koper worden ingesteld binnen een korte tijd, al naar de aard van de koopvernietigende gebreken en de gebruiken van de plaats waar de koop gesloten is. Deze bepaling vereist enkel dat de koper binnen een korte tijd een vordering instelt waarbij hij zich baseert op verborgen gebreken waarmee het goed volgens hem is behept. Zij vereist niet dat de koper binnen een korte tijd zijn vordering in rechte kwalificeert als een vordering tot vrijwaring gebaseerd op de artikelen 1641 en volgende Oud Burgerlijk Wetboek.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiseres in 2004 een appartement heeft gekocht van de verweerster; - er zich sedert het begin vocht- en andere schadeproblemen hebben voorgedaan; - in 2005 en 2007 een aantal herstellingen werden uitgevoerd; - in 2010 en in 2015 nieuwe schade zou zijn ontstaan; - de eiseres haar vordering jegens de verweerster, in de inleidende dagvaarding van 1 februari 2011, louter heeft gesteund op de tienjarige aansprakelijkheid van de verweerster; - de vordering in de syntheseconclusie van 6 december 2019 in ondergeschikte orde werd gebaseerd op lichte verborgen gebreken; - deze overeenkomst evenwel betrekking had op privatieve delen die reeds volledig waren afgewerkt, zodat de overeenkomst niet wordt beheerst door de Woningbouwwet, en de eiseres zich ten aanzien van de verweerster bijgevolg niet kan beroepen op artikel 1792 Oud Burgerlijk Wetboek, noch kan vorderen op basis van lichte verborgen gebreken; - pas bij conclusie in hoger beroep van 29 januari 2021 voor het eerst een vordering werd ingesteld op basis van de artikelen 1641 en volgende Oud Burgerlijk Wetboek, wat manifest laattijdig is; - de vordering tegen de verweerster aldus ongegrond is.
- De appelrechter die zich aldus voor het beoordelen van de korte termijn plaatst op het ogenblik waarop de eiseres haar vordering voor het eerst in rechte heeft gekwalificeerd als een vordering op grond van artikel 1641 en volgende Oud Burgerlijk wetboek, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 18 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240118.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240118.1N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080509.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div