← België

RESIDENTIE NEW REGENCE VME c. EL ARCHITECTS BV

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240122.3N.3 Rolnummer: C.23.0060.N Zaak: RESIDENTIE NEW REGENCE VME c. EL ARCHITECTS BV Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-02-16 Raadplegingen: 1111 - laatst gezien 2026-06-19 00:11 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Vormt geen onsplitsbaar geschil het gegeven dat, zo een vordering in graad van beroep wordt toegekend, een partij over twee uitspraken beschikt op grond waarvan deze tweemaal hetzelfde bedrag ten titel van schadevergoeding kan vorderen ten aanzien van onderscheiden partijen; terwijl het niet materieel onmogelijk is om de twee onderscheiden beslissingen gezamenlijk ten uitvoer te leggen. Thesaurus CAS: ONSPLITSBAARHEID (GESCHIL) Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 31 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1053 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 31 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1053 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 3 In een meerpartijengeschil, staat het de eiser vrij zijn hoger beroep enkel te richten tegen een bepaalde partij en niet tegen een andere partij, behoudens in geval van onsplitsbaarheid van het geschil; de rechter kan de toestand van de andere, niet in het hoger beroep betrokken partij niet wijzigen, op grond van de relatieve werking van het hoger beroep; ten aanzien van die andere partij is de beslissing van de eerste rechter definitief. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1050 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 4 - 5 De beslissing van de rechter in hoger beroep inzake de vordering van de eisende partij ten aanzien van de partij die in het hoger beroep werd betrokken, raakt niet aan het gezag van gewijsde van de niet aangevochten definitieve beslissing van de eerste rechter inzake de vordering van de eiser ten aanzien van de partij die niet in het hoger beroep werd betrokken, aangezien deze vorderingen niet tussen dezelfde partijen bestaan. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1050 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1050 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0060.N RESIDENTIE NEW REGENCE VME, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Ebbestraat 9-15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0817.264.788, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen EL ARCHITECTS bv, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Kalvekeetdijk 124, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0460.778.209, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 2 november 2022. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 16 november 2023 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Artikel 1053 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat wanneer het geschil onsplitsbaar is, hoger beroep moet worden gericht tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de eiser in hoger beroep. Deze moet bovendien de andere niet in beroep komende, niet in beroep gedagvaarde of niet opgeroepen partijen ten laatste voor de sluiting van het debat in de zaak betrekken. Bij niet-inachtneming van de in dit artikel gestelde regels wordt het hoger beroep niet toegelaten. Krachtens artikel 31 Gerechtelijk Wetboek is het geschil enkel onsplitsbaar in de zin van artikel 1053 van dit wetboek wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk is. 2. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eiseres voor de eerste rechter de solidaire veroordeling heeft gevorderd van New Regence nv, zijnde de bouwpromotor, en de verweerster, zijnde de architect, tot betaling van een geldsom van 688.597 euro en 54.000 euro, als schadevergoeding wegens een gebrek in het parkeersysteem; - de eerste rechter bij vonnis van 6 oktober 2021 de bouwpromotor heeft veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 104.420 euro en 54.000 euro aan de eiseres, maar de vordering van de eiseres ten aanzien van de verweerster heeft afgewezen; - de eiseres hoger beroep heeft ingesteld tegen de verweerster en bijkomend de veroordeling van de verweerster heeft gevorderd tot betaling van een schadevergoeding van 688.597 euro, in subsidiaire orde van 104.420 euro, en van 54.000 euro, wegens het voormelde gebrek in het parkeersysteem. 3. De appelrechter oordeelt dat het geschil onsplitsbaar is, aangezien, indien de vordering van de eiseres in hoger beroep wordt toegekend, de eiseres over twee uitspraken zou kunnen beschikken, op grond waarvan zij tweemaal hetzelfde bedrag ten titel van schadevergoeding zou kunnen vorderen, éénmaal van de bouwpromotor en éénmaal van de verweerster. 4. De appelrechter die aldus oordeelt dat het hoger beroep van de eiseres niet ontvankelijk is, terwijl het niet materieel onmogelijk zou zijn om twee onderscheiden beslissingen gezamenlijk ten uitvoer te leggen waarin, enerzijds, de bouwpromotor en, anderzijds, de verweerster worden veroordeeld tot betaling van een geldsom aan de eiseres, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel 5. Krachtens artikel 23 Gerechtelijk Wetboek strekt het gezag van het rechterlijk gewijsde zich niet verder uit dan tot hetgeen het voorwerp van de beslissing heeft uitgemaakt. Vereist wordt dat de gevorderde zaak dezelfde is, dat de vordering op dezelfde oorzaak berust, ongeacht de ingeroepen rechtsgrond, dat de vordering tussen dezelfde partijen bestaat, en door hen en tegen hen in dezelfde hoedanigheid gedaan is. Het gezag van het rechterlijk gewijsde strekt zich evenwel niet uit tot de vordering die berust op dezelfde oorzaak maar waarvan de rechter geen kennis kon nemen gelet op de rechtsgrond waarop ze steunt. Krachtens artikel 25 Gerechtelijk Wetboek verhindert het gezag van rechterlijk gewijsde dat de vordering opnieuw wordt ingesteld. Krachtens artikel 1050, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan in alle zaken hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een verstekvonnis. Krachtens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, maakt hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep. Het staat evenwel aan de partijen door het hoofdberoep en het incidenteel beroep de grenzen te bepalen waarbinnen de rechter in hoger beroep uitspraak moet doen over de aan de rechter voorgelegde betwistingen. Voorts volgt uit de relatieve werking van het hoger beroep dat, in de regel, het door een van de partijen ingestelde hoger beroep alleen haar ten goede komt. 6. Uit het geheel van deze wetsbepalingen volgt dat, in een meerpartijengeschil, het de eiser vrij staat zijn hoger beroep enkel te richten tegen een bepaalde partij en niet tegen een andere partij, behoudens in geval van onsplitsbaarheid van het geschil. De rechter kan de toestand van de andere, niet in het hoger beroep betrokken partij niet wijzigen, op grond van de relatieve werking van het hoger beroep. Ten aanzien van die andere partij is de beslissing van de eerste rechter definitief. De beslissing van de rechter in hoger beroep inzake de vordering van de eisende partij ten aanzien van de partij die in het hoger beroep werd betrokken, raakt niet aan het gezag van gewijsde van de niet aangevochten definitieve beslissing van de eerste rechter inzake de vordering van de eiser ten aanzien van de partij die niet in het hoger beroep werd betrokken, aangezien deze vorderingen niet tussen dezelfde partijen bestaan. 7. De appelrechter oordeelt dat: - de eerste rechter met betrekking tot de vordering van de eiseres ten aanzien van de verweerster heeft beslist dat de verweerster niet aansprakelijk is en die vordering heeft afgewezen; - de eiseres in het kader van haar hoger beroep vraagt om deze beslissing te hervormen en de verweerster volledig aansprakelijk te stellen; - de eerste rechter met betrekking tot de vordering van de eiseres ten aanzien van de bouwpromotor echter heeft beslist om de volledige aansprakelijkheid bij de bouwpromotor te leggen; - de eiseres de bouwpromotor evenwel niet heeft betrokken in haar hoger beroep strekkende tot hervorming van het beroepen vonnis; - daar waar een oordeel over de vordering van de eiseres ten aanzien van de verweerster de veroordeling uitgesproken ten aanzien van de bouwpromotor kan wijzigen, dit uitgesloten is op grond van het gezag van gewijsde van het beroepen vonnis; - de rechtstoestand van de bouwpromotor, die niet betrokken is in de procedure in hoger beroep, niet kan worden gewijzigd zonder zijn betrokkenheid in hoger beroep; - de procedure in hoger beroep de beginselen van het gezag van gewijsde miskent. 8. De appelrechter die aldus oordeelt dat een beslissing in hoger beroep over de vordering van de eiseres ten aanzien van de verweerster de toestand van de bouwpromotor, die niet in de appelprocedure werd betrokken, zou wijzigen en bijgevolg het gezag van gewijsde zou miskennen van de niet-aangevochten definitieve beslissing van de eerste rechter over de vordering van de eiseres ten aanzien van de bouwpromotor, en het hoger beroep van de eiseres om die reden niet ontvankelijk verklaart, verantwoordt zijn beslissing evenmin naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240122.3N.3 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CTLIE:2026:ARR.20260105.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.