Obsah (5)
Art. 815Art. 1430Art. 1387Art. 1390Art. 1427id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 815
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1430- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.
1205 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Gehuwden onder het wettelijke huwelijksvermogensstelsel dan wel een conventioneel gemeenschapsstelsel kunnen reeds voor of tijdens de werking van het stelsel overeenkomen om in geval van ontbinding ervan met betrekking tot een bepaald goed uit de post-communautaire onverdeeldheid hetzij de uitonverdeeldheidtreding tijdelijk uit te stellen hetzij een conventionele onverdeeldheid te creëren; de eerste mogelijkheid betreft een beding tot handhaving van een toevallige onverdeeldheid in de zin van artikel 815, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek; de tweede mogelijkheid betreft een vrijwillige onverdeeldheid, waarbij artikel 815 Oud Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is; in beide gevallen wordt enkel overgegaan tot vereffening-verdeling van de rest van de post-communautaire onverdeeldheid. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: oud
Art. 815
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1387
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1390
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1427
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1430
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2024, nr. 3, p. 190-
- - VERSTRAETE, Johan; Noot onder cassatie. BJS-Bulletin juridique social - 2024, n° 721, p.
- - GHEUR, Elise; Note'Indivision et communauté: ce n'est pas si incompatible' JLMB-Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles - 2024, n° 38, p. 1718-
- - DE PAGE, Philippe; Note'L'indivision volontaire à terme de décès: la panacée?' Tekst van de beslissing Nr. C.23.0237.N M.S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen E.V.D.P, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 29 maart
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 13 december 2023 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De wettelijke regeling tot vereffening-verdeling van een post-communautaire onverdeeldheid of een nalatenschap, die toevallige onverdeeldheden uitmaken, is als zodanig noch van openbare orde noch van dwingend recht.
- Gehuwden onder het wettelijke huwelijksvermogensstelsel dan wel een conventioneel gemeenschapsstelsel kunnen reeds voor of tijdens de werking van het stelsel overeenkomen om in geval van ontbinding ervan met betrekking tot een bepaald goed uit de post-communautaire onverdeeldheid hetzij de uitonverdeeldheidtreding tijdelijk uit te stellen hetzij een conventionele onverdeeldheid te creëren. De eerste mogelijkheid betreft een beding tot handhaving van een toevallige onverdeeldheid in de zin van artikel 815, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek. De tweede mogelijkheid betreft een vrijwillige onverdeeldheid, waarbij artikel 815 Oud Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is. In beide gevallen wordt enkel overgegaan tot vereffening-verdeling van de rest van de post-communautaire onverdeeldheid.
- De appelrechter stelt vast dat de eiser bij huwelijkscontract 60 pct. van een eigen onroerend goed in het gemeenschappelijke huwelijksvermogen heeft ingebracht, waarbij de eiser en de verweerster zijn overeengekomen dat het goed bij de ontbinding van het huwelijk door echtscheiding of overlijden in onverdeeldheid blijft tot aan het overlijden van de langstlevende onder hen, terwijl zij de toepassing van artikel 815 Oud Burgerlijk Wetboek uitdrukkelijk uitsluiten.
- De appelrechter oordeelt dat: - de niet-ontbonden huwelijksgemeenschap een bestemmingsvermogen vormt waarvan de partijen de verdeling tijdens het huwelijk niet kunnen vorderen; - eerst bij ontbinding van het huwelijk de verdeling van de boedelgemeenschap kan worden gevorderd; - behoudens andersluidende overeenkomst tussen de deelgenoten, de verdeling moet slaan op alle onverdeelde goederen die tot de boedel behoren; - het feit dat de eiser 60 pct. van een eigen onroerend goed heeft ingebracht in het gemeenschappelijke huwelijksvermogen niet impliceert dat er van een vrijwillige onverdeeldheid in hoofdzaak sprake is; - het ingebrachte onroerend goed voor 60 pct. deel uitmaakt van de toevallige post-communautaire onverdeeldheid die is ontstaan na de echtscheiding; - de bedoelde clausule in het huwelijkscontract moet worden aangezien als een beding tot handhaving van een toevallige onverdeeldheid in de zin van artikel 815, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek; - dit beding niet meer dan vijf jaar verbindende kracht heeft tussen de partijen en tot deze maximumduur moet worden herleid.
- De appelrechter die aldus te kennen geeft dat het niet mogelijk is voor gehuwden onder een gemeenschapsstelsel om voor of tijdens de werking van het stelsel overeen te komen om in geval van ontbinding ervan met betrekking tot een bepaald goed uit de post-communautaire onverdeeldheid een conventionele onverdeeldheid te creëren, verantwoordt zijn beslissing dat de uitonverdeeldheidtreding van het onroerend goed zich opdringt niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240122.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060316.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div