id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 40
- 80 ELI link Pub nr 1997009766 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III -
Art. 63bis
- 80 ELI link Pub nr 1997009766 Fiche 2 De curator zet zonder formele gedinghervatting het geding verder als formele procespartij die de gefailleerde schuldenaar als materiële procespartij vertegenwoordigt, wat er niet aan in de weg staat dat de curator, die het faillissement op een redelijke en zorgvuldige wijze moet beheren onder toezicht van de rechter-commissaris, in het belang van de boedel kan beslissen om het hangende geding niet verder te zetten en zodoende afstand van geding te doen. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING Wettelijke bepalingen: WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III -
Art. 40
- 80 ELI link Pub nr 1997009766 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III -
Art. 63bis
- 80 ELI link Pub nr 1997009766 Fiche 3 De rechter, voor wie de zaak aanhangig is, kan niet kan ingrijpen in het beheer van de curator en kan hem niet verplichten om een hangend geding verder te zetten. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING Wettelijke bepalingen: WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III -
Art. 40
- 80 ELI link Pub nr 1997009766 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III -
Art. 63bis- 80 ELI link Pub nr 1997009766 Tekst van de beslissing Nr.
C.23.0067.N M.P., in haar hoedanigheid van curator over het faillissement van CONSTRUCT+ bv, met zetel gevestigd te 9300 Aalst, Leo de Béthunelaan 56, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0884.537.555, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 24 november 2022 (nr. G.22.0047.N), eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- B.L., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de verweerder woonplaats kiest,
- KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.920.226, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 december
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 40 Faillissementswet, zoals hier van toepassing, beheert de curator het faillissement als een goed huisvader onder toezicht van de rechter-commissaris.
- Krachtens artikel 63bis Faillissementswet, zoals hier van toepassing, worden alle gedingen met betrekking tot de boedel, aanhangig op datum van het faillissement, waarin de gefailleerde betrokken is, van rechtswege geschorst totdat aangifte van de schuldvordering is gedaan. Zij blijven geschorst tot na de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie, tenzij de curator de gedingen hervat in het belang van de boedel. Indien de aldus ingediende schuldvordering in het eerste proces-verbaal van verificatie wordt aanvaard, worden voormelde hangende gedingen zonder voorwerp. Indien de aldus ingediende schuldvordering in het eerste proces-verbaal van verificatie wordt betwist of aangehouden, wordt de curator verondersteld de hangende gedingen te hervatten, minstens voor de beslechting van het betwiste of aangehouden gedeelte.
- Uit het voorgaande volgt dat, ingeval op datum van het faillissement een geding aanhangig is met betrekking tot een schuldvordering tegen een gefailleerde en deze schuldvordering niet wordt aanvaard in het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen, de curator wordt geacht het geding verder te zetten. De gefailleerde schuldenaar blijft materiële procespartij terwijl de curator hem vertegenwoordigt als formele procespartij. Het geding wordt verdergezet in de stand waarin het zich bevindt zonder formele gedinghervatting in de zin van de artikelen 815 en volgende Gerechtelijk Wetboek. De verderzetting van het geding staat niet eraan in de weg dat de curator, die het faillissement op een redelijke en zorgvuldige wijze moet beheren onder toezicht van de rechter-commissaris, in het belang van de boedel kan beslissen om het hangende geding niet verder te zetten en zodoende afstand van geding te doen met toepassing van de artikelen 820 en volgende Gerechtelijk Wetboek. De rechter, voor wie de zaak aanhangig is, kan niet ingrijpen in het beheer van de curator en kan hem derhalve niet verplichten om een hangend geding verder te zetten.
- De appelrechter stelt vast: - de eerste verweerder aandeelhouder en zaakvoerder was van Construct+ bv; - Construct+ bv bij dagvaarding van 18 februari 2016 een vordering instelde teen de tweede verweerster teneinde te doen zeggen voor recht dat de tweede verweerster de kredietovereenkomsten met Construct+ bv onregelmatig en minstens onrechtmatig heeft beëindigd; - deze procedure aanhangig is voor de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel; - de tweede verweerster bij conclusie van 31 augustus 2016 een tegenvordering instelde tegen Construct+ bv teneinde te doen zeggen voor recht dat de tweede verweerster de kredietovereenkomsten regelmatig en rechtmatig heeft beëindigd en Construct+ bv te doen veroordelen tot betaling van een bedrag van 235.201,69 euro; - de rechtbank van koophandel te Gent, afdeling Dendermonde, bij vonnis van 5 september 2016 Construct+ bv failliet verklaart; - de tweede verweerster op 19 september 2016 aangifte heeft gedaan van haar schuldvordering in het faillissement van Construct+ bv; - de eiseres in het eerste proces-verbaal van verificatie van 14 oktober 2016 de schuldvordering van de tweede verweerster heeft aangehouden; - de eiseres op 21 maart 2017 aan de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel meldde dat zij de procedure niet wenste verder te zetten omdat “zij geen enkele grond [zag] om de vordering staande te houden en […] de procedure 0 % slaagkans [gaf]”; - de eiseres in het tweede proces-verbaal van verificatie van 7 december 2017 de schuldvordering van de tweede verweerster verder heeft aangehouden; - de eiseres in het derde proces-verbaal van verificatie van 14 oktober 2018 de schuldvordering van de tweede verweerster heeft betwist met verwijzing naar een intussen aanhangig gemaakte nevenprocedure voor de ondernemingsrechtbank te Gent, afdeling Dendermonde; - de eerste verweerder vrijwillig is tussengekomen in deze procedure teneinde te doen zeggen voor recht dat de eiseres wordt geacht de procedure hangende voor de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel verder te zetten en de zaak voor de ondernemingsrechtbank te Gent, afdeling Dendermonde, in afwachting van het verloop van de procedure te Brussel uit te stellen.
- De appelrechter die, ondanks de vaststelling dat de eiseres besliste de procedure hangende voor de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel niet verder te zetten, oordeelt dat de eiseres met toepassing van artikel 63bis Faillissementswet wordt geacht deze procedure verder te zetten en de uitkomst ervan moet afwachten, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240125.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260304.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div