id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240125.1N.3 Rolnummer: C.22.0427.N Zaak: VLAVER-INVEST nv contra HELLENBOSCH, curator Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-03-21 Raadplegingen: 842 - laatst gezien 2026-06-19 01:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240125.1N.3 Fiche 1 Het processuele belang, dat bestaat uit het voordeel dat eiser met zijn vordering beoogt en waardoor zijn rechtstoestand kan worden gewijzigd of verbeterd en dat derhalve verbonden is met het voorwerp van de vordering, zoals omschreven bij het instellen daarvan, moet voorhanden blijven gedurende het verdere verloop van het geding, zodat bij het wegvallen van het belang in de loop van het geding de vordering haar voorwerp verliest
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Het processueel belang moet rechtmatig zijn, wat het geval is indien de vordering, gelet op het voorwerp zoals omschreven bij het instellen ervan, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks een onrechtmatig voordeel nastreeft dan wel het behoud van een toestand in strijd met de openbare orde
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0427.N
- VLAVER-INVEST nv, met zetel te 2970 Schilde, Moerstraat 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0445.265.434,
- ALGEMENE BOUWONDERNEMING VLASSAK-VERHULST nv, met zetel te 2970 Schilde, Moerstraat 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0439.229.955, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen H.H., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van BERDAHUIS nv, met zetel te 2950 Kapellen, Leeuw van Vlaanderenstraat 1, bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0870.916.676, […] verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 30 mei 2022, op verwijzing gewezen na arresten van het Hof van 28 november 2011 en 9 december
- Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 8 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. III. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. IV. BESLISSING VAN HET HOF Eerste onderdeel
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de overeenkomst van 11 april 2005, die de grondslag is van de vordering ingesteld bij dagvaarding van 24 juni 2008, is onderschreven door de zaakvoerder van de vennootschap B, die alsdan voldeed aan de beroepsbekwaamheidsvoorwaarden voor vastgoedmakelaardij; - het grootste deel van de overeenkomst van 11 april 2005 niet valt onder de activiteit van een vastgoedmakelaar; - de betwisting niet de activiteit als vastgoedmakelaar betreft. Zodoende beoordeelt de appelrechter de ontvankelijkheid van de vordering op het tijdstip van het instellen ervan.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechter zijn beslissing dat de vordering ontvankelijk is uitsluitend laat steunen op elementen die dateren van voor en na het tijdstip van het instellen van de vordering, berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is een vordering in rechte niet ontvankelijk ingeval de eiser die ze instelt geen belang erbij heeft. Het bedoelde processuele belang bestaat uit het voordeel dat de eiser met zijn vordering beoogt en waardoor zijn rechtstoestand kan worden gewijzigd of verbeterd. Het is derhalve verbonden met het voorwerp van de vordering, zoals omschreven bij het instellen ervan. Het belang moet voorhanden blijven gedurende het verdere verloop van het geding. Valt het belang weg in de loop van het geding, dan verliest de vordering haar voorwerp.
- Het processuele belang moet rechtmatig zijn. De eiser die met zijn vordering, gelet op het voorwerp ervan zoals omschreven bij het instellen ervan, rechtstreeks of onrechtstreeks, een onrechtmatig voordeel nastreeft dan wel het behoud van een toestand in strijd met de openbare orde, doet niet blijken van een rechtmatig processueel belang.
- De vordering die, gelet op het voorwerp zoals omschreven bij het instellen ervan, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks, een onrechtmatig voordeel nastreeft dan wel het behoud van een toestand in strijd met de openbare orde en zodoende rechtmatig processueel belang vertoont, is derhalve ontvankelijk.
- Het onderdeel gaat ervan uit dat een contractspartij geen rechtmatig processueel belang in de zin van artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek heeft of behoudt bij haar vordering in rechte die strekt tot ontbinding van de overeenkomst met schadevergoeding, ongeacht of de contractspartij met haar vordering, gelet op het voorwerp ervan zoals omschreven bij het instellen ervan, rechtstreeks of onrechtstreeks, een onrechtmatig voordeel nastreeft dan wel het behoud van een toestand in strijd met de openbare orde. Het onderdeel dat berust op een onjuiste rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 311,49 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240125.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240125.1N.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.5 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260505.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div