id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 163
, derde en vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 195
, tweede en zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37/1, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 163
, derde en vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 195
, tweede en zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37/1, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: STRAF - GELDBOETE EN OPDECIEMEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 163
, derde en vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 195
, tweede en zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37/1, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1602.N M. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Barbara Huylebroek, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 25 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 163 Wetboek van Strafvordering: anders dan het bestreden vonnis oordeelt, heeft de eiser wel degelijk stukken ingediend betreffende zijn financiële toestand, namelijk een aanslagbiljet in de personenbelasting, een overzicht van afbetalingen en bewijzen van de afbetalingen; aldus is de beslissing niet regelmatig gemotiveerd. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 163 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis antwoordt niet op de overgelegde stukken; de rechter moet volgens artikel 163 Wetboek van Strafvordering rekening houden met de elementen die de beklaagde inroept betreffende zijn sociale toestand; de motiveringsplicht is miskend door het louter verwijzen naar het niet-neerleggen van stukken en dus zonder concreet aan te duiden op welke wijze de appelrechters tot hun oordeel komen.
- De weigering door de appelrechters om bij toepassing van artikel 37/1, § 3, Wegverkeerswet de geldboete te verminderen met de kosten van de installatie en het gebruik van het alcoholslot en van het omkaderingsprogramma is niet uitsluitend gesteund op de vaststelling dat de eiser geen stukken neerlegt betreffende zijn financiële toestand, maar ook op het oordeel dat de aanzienlijke uitgaven die hij nu moet doen aan zijn eigen toedoen te wijten zijn en hij zeer goed wist aan welk risico hij zich blootstelde toen hij andermaal geïntoxiceerd het stuur nam. In zoverre berusten de onderdelen op een onvolledige lezing van het bestreden vonnis en missen ze feitelijke grondslag.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet de inhoud van de door de eiser op de rechtszitting in hoger beroep ingediende stukken. Aldus verplichten de onderdelen, die geen miskenning van de bewijskracht van akten aanvoeren, tot een onderzoek van feiten. In zoverre zijn de onderdelen niet ontvankelijk.
- Artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet verplichten de rechter niet te antwoorden op ingediende stukken, maar enkel op een regelmatig ingediende conclusie.
- De artikelen 163, derde en vierde lid, en 195, tweede en zesde lid, Wetboek van Strafvordering, zoals hier van toepassing, verplichten de rechter bij het bepalen van het bedrag van de geldboete rekening te houden met de door een beklaagde aangevoerde elementen betreffende zijn sociale toestand en geven hem de mogelijkheid om indien een beklaagde door om het even welk document zijn precaire financiële toestand bewijst een geldboete uit te spreken beneden het wettelijk minimum.
- Uit die bepalingen kan evenwel voor de rechter geen bijzondere motiveringsplicht worden afgeleid. Uit die bepalingen volgt evenmin dat een beklaagde een recht kan laten gelden op de toepassing van artikel 37/1, § 3, Wegverkeerswet om de geldboete te verminderen met de kosten van de installatie en het gebruik van het alcoholslot en van het omkaderingsprogramma. Het staat aan de rechter te oordelen of hij rekening houdend met de omstandigheden van de zaak die vermindering gepast acht.
- In zoverre de onderdelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
- Uit die hierboven vermelde redenen blijkt dat de appelrechters wel degelijk kennis hebben genomen van eisers verzoek om artikel 37/1, § 3, Wegverkeerswet toe te passen en van de daartoe aangevoerde argumenten en die hebben beoordeeld en vervolgens op gemotiveerde wijze hebben verworpen. In zoverre missen de onderdelen feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 30 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171212.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200310.2N.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.12 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div