← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.13 Rolnummer: P.23.1697.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-02-13 Raadplegingen: 1156 - laatst gezien 2026-06-18 23:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240130.2N.13 Fiche 1 Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is een beveiligingsmaatregel en geen straf zodat de rechter deze maatregel dan ook niet kan opleggen om het gedrag van de betrokkene te sanctioneren

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Fiches 2 - 4 Het uitspreken van de beveiligingsmaatregel van verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vereist de ondubbelzinnige vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig, alsook de grond voor die beslissing zodat de rechter in zijn beslissing de gegevens moet vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleidt opdat het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen; de rechter oordeelt in beginsel onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing en hij kan voor dat oordeel steunen op alle hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren waarbij een medisch, psychologisch of psychiatrisch deskundigenonderzoek niet noodzakelijk is, maar in het licht van de omstandigheden aangewezen kan zijn; de rechter kan zijn oordeel over het voorhanden zijn van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig gronden of medegronden op gerechtelijke veroordelingen, voor zover uit de aard van de bewezenverklaarde misdrijven een dergelijke ongeschiktheid kan worden afgeleid, zoals onder meer veroordelingen waaruit een verslaving blijkt aan alcohol, medicijnen of drugs maar het loutere bestaan van een dergelijke veroordeling volstaat daartoe niet zodat de rechter de toestand van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig niet kan afleiden uit het gegeven dat een veroordeelde herhaaldelijk werd veroordeeld wegens overtredingen van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan. aangezien het doel van de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde maatregel de samenleving te beschermen niet toelaat deze maatregel, die een verplicht karakter heeft, toe te passen buiten de door de wetgever bepaalde strikte voorwaarde van een daadwerkelijke lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1697.N M. S. R., beklaagde, aangehouden om andere redenen, eiser, met als raadsman mr. Bart Verbelen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 20 oktober
  1. De eiser voert geen middel aan. Advocaat-generaal Alain Winants heeft op 24 januari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie. Op de rechtszitting van 30 januari 2024 heeft raadsheer Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de vermelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 42 Wegverkeerswet
  2. Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat wanneer naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader en de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig, het verval van het recht tot sturen moet worden uitgesproken. Volgens artikel 42, derde lid, Wegverkeerswet is de duur van het verval van het recht tot sturen afhankelijk van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen. Artikel 44, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat hij die wegens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vervallen is verklaard van het recht tot sturen, na minstens zes maanden te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van het vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, een herziening kan vragen. Het staat dan aan de bevoegde rechter te oordelen of de betrokkene nog steeds lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig.
  3. Dit verval is een beveiligingsmaatregel en geen straf. De rechter kan deze maatregel dan ook niet opleggen om het gedrag van de betrokkene te sanctioneren.
  4. Het uitspreken van deze beveiligingsmaatregel vereist de ondubbelzinnige vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig, alsook de grond voor die beslissing.
  5. Opdat het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen moet de rechter in zijn beslissing de gegevens vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleidt.
  6. De rechter oordeelt in beginsel onaantastbaar of die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig vaststaat op het ogenblik van zijn beslissing. Hij kan voor dat oordeel steunen op alle hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de betrokkene tegenspraak heeft kunnen voeren. Een medisch, psychologisch of psychiatrisch deskundigenonderzoek is niet noodzakelijk, maar kan in het licht van de omstandigheden aangewezen zijn.
  7. De rechter kan zijn oordeel over het voorhanden zijn van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig gronden of medegronden op gerechtelijke veroordelingen, voor zover uit de aard van de bewezenverklaarde misdrijven een dergelijke ongeschiktheid kan worden afgeleid, zoals onder meer veroordelingen waaruit een verslaving blijkt aan alcohol, medicijnen of drugs. Het loutere bestaan van een dergelijke veroordeling volstaat daartoe niet.
  8. De rechter kan de toestand van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig evenwel niet afleiden uit het gegeven dat een veroordeelde herhaaldelijk werd veroordeeld wegens overtredingen van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan. Het doel van de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde maatregel de samenleving te beschermen laat immers niet toe deze maatregel, die een verplicht karakter heeft, toe te passen buiten de door de wetgever bepaalde strikte voorwaarde van een daadwerkelijke lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig.
  9. Het bestreden vonnis oordeelt onder meer als volgt: - het loutere feit dat de eiser volgens de gegevens van het strafdossier op 26-jarige leeftijd reeds zestienmaal werd veroordeeld voor verkeersgerelateerde feiten en zich opnieuw moet verantwoorden voor bijzonder ernstige feiten, noopt op zich tot de vaststelling dat hij over onvoldoende maturiteit en geestelijke capaciteiten beschikt om zich als bestuurder van een motorvoertuig in het hedendaagse verkeer te begeven; - voor de eiser geldt geen enkel gebod of verbod; - zowel de verkeersreglementering op zich als het politioneel apparaat worden door de eiser naast zich neergelegd; - de gedaagde waant zich blijkbaar onaantastbaar en toont geen bezorgdheid noch om de algemene verkeersveiligheid noch om de andere weggebruikers; - de eiser bezit geen enkele vorm van zelfcontrole; - een dergelijk egocentrisch en normvervagend gedrag impliceert een geestelijke ongeschiktheid om op een verantwoorde en veilige manier aan het wegverkeer deel te nemen als bestuurder van een motorvoertuig; - dergelijke weggebruikers dienen uit het huidig druk gemotoriseerd wegverkeer te worden gebannen; - er wordt dan ook aangenomen dat er bij de eiser sprake is van een dermate normvervagend gedrag in het algemeen en in het wegverkeer in het bijzonder dat hierdoor zijn geestelijke geschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig wordt aangetast; - de houding van de eiser in het verleden getuigt van een volgehouden geestelijke en lichamelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig; - de eiser kreeg al herhaaldelijk de kans om zijn gedrag bij te sturen, maar wil dat blijkbaar niet doen.
  10. Uit deze motivering blijkt dat de appelrechters weliswaar formeel het voorhanden zijn vaststellen van een geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig, wat dan vervolgens wordt veralgemeend tot de vaststelling van een geestelijke én lichamelijke ongeschiktheid, maar in wezen de beslissing om artikel 42 Wegverkeerswet toe te passen louter motiveren door de talrijke veroordelingen van de eiser wegens overtredingen van de Wegverkeerswet. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het bij toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet de eiser lichamelijk en geestelijk ongeschikt verklaart tot het besturen van een motorvoertuig. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 118,03 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 30 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240130.2N.13 geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.047 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.