← België

Z.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.17 Rolnummer: P.24.0122.N Zaak: Z. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-02-13 Raadplegingen: 714 - laatst gezien 2026-06-18 13:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Uit de bepalingen van de artikelen 26, § 3, tweede lid, en 27, §§ 1 en 2, gelezen in het licht van wat door het Grondwettelijk Hof met het arrest 148/2017 van 21 december 2017 werd beslist, volgt dat de vonnisrechter, in eerste aanleg of in hoger beroep, in het geval dat een beklaagde die is aangehouden ingevolge een veroordeling bij verstek en daartegen binnen de buitengewone termijn verzet heeft aangetekend, om zijn voorlopige invrijheidstelling verzoekt, kan beslissen tot handhaving van diens aanhouding onder de modaliteit van elektronisch toezicht

(1).
(1)Cass. 28 september 2021, AR P.21.1204.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.22, AC 2021, nr. 592; GwH 21 december 2017, nr. 148/2017; F. DERUYCK, “De impact van het arrest 148/2017 van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 op de voorlopige hechtenis”, NC 2018, p. 60-
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 26, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, §§ 1 en 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 26, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, §§ 1 en 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 26, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, §§ 1 en 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 26, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, §§ 1 en 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0122.N I. Z., beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Gilles Rousseau, advocaat bij de balie Waals-Brabant. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 18 januari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 13 EVRM en artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet: het arrest verwerpt ten onrechte eisers verzoek tot handhaving van de hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht omdat daartoe geen wettelijke mogelijkheid bestaat; de eiser, die aangehouden is na een veroordeling bij verstek en die tegen die veroordeling verzet heeft aangetekend, kan wel degelijk verzoeken om die modaliteit toe te passen; door het verzoek van de eiser daarentegen niet ontvankelijk te verklaren, ontnemen de appelrechters hem het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel en miskennen zij zijn recht op een eerlijk proces.
  4. Artikel 26, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de raadkamer, bij de regeling van de rechtspleging, ten aanzien van een inverdenkinggestelde die reeds van die modaliteit geniet, kan beslissen om de hechtenis onder elektronisch toezicht te handhaven.
  5. Uit het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 148/2017 van 21 december 2017 volgt dat het onderzoeksgerecht dat beslist om de inverdenkinggestelde naar de vonnisrechter te verwijzen, ook kan beslissen dat zijn hechtenis verder onder elektronisch toezicht zal worden gehandhaafd, ongeacht of de inverdenkinggestelde op dat ogenblik in de gevangenis verblijft of onder elektronisch toezicht staat.
  6. Krachtens artikel 27, § 2, tweede zin, Voorlopige Hechteniswet kan degene die aangehouden is ingevolge een veroordeling bij verstek en daartegen binnen de buitengewone termijn verzet heeft aangetekend, de voorlopige invrijheidstelling aanvragen, in voorkomend geval onder voorwaarden of tegen betaling van een borgsom, op indiening van een verzoekschrift. Uit de samenhang tussen de paragrafen 1 en 2 van artikel 27 Voorlopige Hechteniswet volgt dat het verzoek moet worden gericht aan de vonnisrechter, dit is de correctionele rechtbank of de politierechtbank waar de zaak op verzet aanhangig is, of, in geval van hoger beroep tegen de beslissing op verzet, de correctionele rechtbank die zitting houdt in hoger beroep of de kamer belast met correctionele zaken in hoger beroep.
  7. Uit de voormelde bepalingen, gelezen in het licht van wat door het Grondwettelijk Hof met het voormelde arrest werd beslist, volgt dat de vonnisrechter, in eerste aanleg of in hoger beroep, in het geval dat een beklaagde die is aangehouden ingevolge een veroordeling bij verstek en daartegen binnen de buitengewone termijn verzet heeft aangetekend, om zijn voorlopige invrijheidstelling verzoekt, kan beslissen tot handhaving van diens aanhouding onder de modaliteit van elektronisch toezicht.
  8. De appelrechters die anders oordelen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat deze over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 30 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.17 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.