← België

D. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.6 Rolnummer: P.23.1791.N Zaak: D. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2024-02-13 Raadplegingen: 2048 - laatst gezien 2026-06-18 17:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De jeugdrechtbank beoordeelt onaantastbaar op basis van de regelmatig tijdens het debat overgelegde gegevens of is voldaan aan de in artikel 38, § 2, Jeugddelinquentiedecreet bepaalde voorwaarden voor uithandengeving en zij oordeelt eveneens onaantastbaar of het bestaand medisch-psychologisch deskundigenverslag zoals bedoeld in artikel 38, § 3, Jeugddelinquentiedecreet, voldoende informatie bevat om met kennis van zaken de persoonlijkheid van de minderjarige verdachte, zijn omgeving en zijn maturiteitsgraad te beoordelen en latere tijdens het debat overgelegde gegevens over andere dan de ten laste gelegde feiten houden voor de rechter geen verplichting in om een bijkomend medisch-psychologisch onderzoek te laten verrichten. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Wettelijke bepalingen: Decreet van de Vlaamse Overheid van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht - 15-02-2019 - Art. 38, §§ 2 en 3 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Decreet van de Vlaamse Overheid van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht - 15-02-2019 - Art. 38, §§ 2 en 3 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1791.N 1. C. D. C. F., uithanden gegeven minderjarige, 2. S. J., ouder van de minderjarige, eisers, beiden met als raadsman mr. Anthony Mallego, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, jeugdkamer, van 6 december 2023. De eisers voeren in een gezamenlijke memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel 1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM: het arrest verwijst voor zijn oordeel onder meer naar processen-verbaal betreffende andere feiten die door het openbaar ministerie op 17 november 2023 nog aan het strafdossier werden gevoegd; het arrest schendt de vermelde bepaling doordat het de eiser 1 reeds aan die feiten schuldig verklaart en er onverbeterlijk gedrag uit afleidt, terwijl hij er slechts over werd verhoord en de feiten nog niet het voorwerp waren van een rechterlijke beoordeling. 2. In zoverre het onderdeel een onderzoek van feiten vereist waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk. 3. Het arrest (p. 12) oordeelt met betrekking tot de in het onderdeel bedoelde processen-verbaal als volgt: “Het hof (van beroep) neemt kennis van de (recent) gevoegde stukken in het dossier waaruit blijkt dat de [eiser 1] op 12 en 24 november 2022 betrokken zou zijn geweest bij feiten van diefstal en poging diefstal met geweld. De [eiser 1] verklaarde in zijn verhoor dat hij betrokken was bij beide diefstallen, maar dat hij het niet was die gebruik heeft gemaakt van de pepperspray. Tevens blijkt dat de [eiser 1] ook aanwezig was op 4 november 2022 aan de ouderlijke woning van het slachtoffer, samen met een hele groep andere jongeren. In zijn verhoor op 3 februari 2023 geeft de [eiser 1] aan, na eerst zijn betrokkenheid nog ontkend te hebben, dat hij effectief samen met een 20-tal andere personen, richting de woning van het slachtoffer was getrokken met de bedoeling om het slachtoffer die dag ‘uit zijn woonst te pakken’. (…) Het voorgaande maakt dat het hof (van beroep) niet anders kan dan vaststellen, onder meer op basis van de bijkomende stukken, dat de [eiser 1] zijn voorwaarden opgelegd bij beschikking van 19 oktober 2022, anders dan in de verslagen wordt voorgehouden, absoluut niet heeft nageleefd.” 4. Uit die redenen blijkt dat het arrest op grond van de gevoegde processen-verbaal enkel vaststelt dat de eiser 1 na de beschikking van de jeugdrechtbank van 19 oktober 2022 betrokken was bij meerdere als misdrijf omschreven feiten. Het leidt uit die betrokkenheid enkel af dat hij zijn in de voormelde beschikking opgelegde voorwaarden, waaronder van algemeen goed gedrag zijn, niet heeft nageleefd. Aldus miskent het arrest niet het vermoeden van onschuld, maar verantwoordt het de beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel 5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 8.32, derde lid, Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat eisers verklaringen in de processen-verbaal van verhoor van 17 februari 2023 en 9 augustus 2023 moeten worden aanzien als gedeeltelijke bekentenissen, schendt het arrest de vermelde wetsbepaling. 6. Het arrest bevat het in het onderdeel aangehaalde oordeel niet. Het onderdeel dat geheel berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel 7. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 38 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht (hierna Jeugddelinquentiedecreet): het oordeel dat de conclusie van de psychiatrisch deskundige niet kan worden gevolgd omdat zij op het ogenblik van haar eindverslag nog niet beschikte over de later door het openbaar ministerie gevoegde feiten, is niet naar recht verantwoord; de appelrechter mag zich niet ertoe beperken aldus te oordelen, maar moet een bijkomende opdracht verlenen opdat de deskundige een standpunt kan innemen op basis van volledige informatie. 8. Artikel 38, § 2, Jeugddelinquentiedecreet bepaalt dat de jeugdrechtbank slechts tot uithandengeving van een zaak lastens een minderjarige verdachte kan beslissen indien cumulatief aan de in die bepaling vermelde voorwaarden is voldaan. Artikel 38, § 3, Jeugddelinquentiedecreet voegt daaraan toe dat de jeugdrechtbank een zaak enkel uit handen kan geven nadat zij maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken heeft laten verrichten. Het medisch-psychologisch onderzoek is erop gericht de situatie te evalueren in functie van de persoonlijkheid van de minderjarige verdachte, zijn omgeving en zijn maturiteitsgraad. 9. De jeugdrechtbank beoordeelt onaantastbaar op basis van de regelmatig tijdens het debat overgelegde gegevens of is voldaan aan de in artikel 38, § 2, Jeugddelinquentiedecreet bepaalde voorwaarden voor uithandengeving. 10. De jeugdrechtbank die beschikt over een bestaand medisch-psychologisch deskundigenverslag zoals bedoeld in artikel 38, § 3, Jeugddelinquentiedecreet, oordeelt eveneens onaantastbaar of dat verslag voldoende informatie bevat om met kennis van zaken de persoonlijkheid van de minderjarige verdachte, zijn omgeving en zijn maturiteitsgraad te beoordelen. Latere tijdens het debat overgelegde gegevens over andere dan de ten laste gelegde feiten houden voor de rechter geen verplichting in om een bijkomend medisch-psychologisch onderzoek te laten verrichten. 11. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 12. In zoverre het onderdeel de schending van artikel 6.2 EVRM aanvoert, is het afgeleid uit die vergeefs aangevoerde onwettigheden en is het niet ontvankelijk. 13. Voor het overige komt het onderdeel op tegen het onaantastbare oordeel door de appelrechter over de volledigheid van het medisch-psychologisch deskundigenverslag en is het evenmin ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 110,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 30 januari 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.6 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251209.2N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.