← België

L. contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240206.2N.3 Rolnummer: P.23.1709.N Zaak: L. contra S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-02-26 Raadplegingen: 486 - laatst gezien 2026-06-15 06:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240206.2N.3 Fiche Uit de artikelen 2, 5° en 6°, en 3, tweede lid, Decreet Pleegzorg volgt dat een ondersteunende pleegzorger een pleegkind of pleeggast opvangt zolang als nodig; dat kan een korte aaneengesloten periode zijn, maar ook een afwisselend verblijf gedurende meerdere korte perioden zoals tijdens weekends en schoolvakanties; de ondersteuning van een pleegzorger laat dan toe dat een pleegkind of pleeggast telkenmale even in een andere omgeving verblijft; de jeugdrechter die een maatregel van ondersteunende pleegzorg onder de vorm van een afwisselend verblijf van een pleegkind of pleeggast gedurende meerdere korte perioden oplegt, is niet verplicht die beslissing in haar geheel tot een kortstondige periode te beperken; de jeugdrechter oordeelt met betrekking tot die maatregel onaantastbaar over de totale duur die hij passend acht

(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Wettelijke bepalingen: Decreet van de Vlaamse Overheid van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg - 29-06-2012 - Art. 2, 5° en 6° - 13 ELI link Pub nr 2012035934 Decreet van de Vlaamse Overheid van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg - 29-06-2012 - Art. 3, tweede lid - 13 ELI link Pub nr 2012035934 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 48, eerste lid, 9° - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 48/1 - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1709.N C.-C. L., pleegzorger van de minderjarige, eiser, met als raadsman mr. Jan Beldé, advocaat bij de balie Dendermonde, mede in zake
  1. S. S., minderjarige,
  2. M. S., vader van de minderjarige,
  3. P. L., moeder van de minderjarige. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, jeugdkamer, van 28 september 2023 (nr. 412/2023). De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 14 EVRM, artikel 2 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, artikel 15 Herziene Europees Sociaal Handvest, artikel 24 van het Verdrag van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een handicap en artikel 149 Grondwet: het arrest behoudt de maatregel waarbij de minderjarige wordt toevertrouwd aan MFC De Ark omdat in een gewoon schoolinternaat geen specifieke emotionele en multifunctionele ondersteuning wordt geboden, alsook om haar ontwikkelingskansen te vrijwaren en te bevorderen; met dat loutere oordeel laat het arrest na te onderzoeken en te motiveren of voor de minderjarige ook geen inclusief onderwijs in een regulier internaat mogelijk is, te meer daar dergelijke instelling de redelijke verplichting heeft zich aan te passen aan personen met een handicap; het vereiste van inclusiviteit primeert immers op de mogelijkheid van het bieden van meer aangepaste zorg.
  5. In zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbare oordeel van de jeugdrechter over de opportuniteit van het opleggen van een gerechtelijke maatregel aan de minderjarige, is het niet ontvankelijk.
  6. Het arrest (p. 11-12, nr. 4.7) leidt het oordeel om de bestaande maatregel te behouden niet enkel af uit de overweging dat een gewoon internaat minder multifunctionele omkadering biedt, maar ook uit de omstandigheid dat de minderjarige op relatief korte termijn zou kunnen worden overgeplaatst naar OC Huize Terloo, waarmee alle partijen akkoord kunnen gaan, en dat het in afwachting daarvan niet in haar belang is om haar nog kortstondig aan een volstrekt nieuwe omgeving in een ander internaat toe te vertrouwen. In zoverre het middel die reden niet in de kritiek betrekt, berust het op een onvolledige lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.
  7. Verder oordeelt het arrest eveneens: “[De eiser] stelt zelf andere internaten voor: Regina Caeli, Coovi, Huize Terloo. (…) Verder is er geen enkel objectief bewijs van tekortkomingen in MFC De Ark op gebied van zorg en schoolse opvolging voor de kinderen. Het feit dat MFC De Ark een andere visie heeft dan de pleegvader, die meer verwacht op gebied van onderwijs (en hierin veel druk legt), is geenszins reden om de minderjarige daar weg te halen. (…) Er is geen enkel bewijs van schendingen van de rechten op gelijke kansen van de kinderen. De plaatsing beoogt juist de ontwikkelingskansen van de minderjarige te vrijwaren en te bevorderen en dit gaat niet in de eerste plaats over schoolprestaties.” Uit die redenen blijkt dat de appelrechter wel degelijk de mogelijkheid om de minderjarige aan een gewoon schoolinternaat toe te vertrouwen, mee in zijn oordeel heeft betrokken. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het eveneens feitelijke grondslag.
  8. In zoverre het middel een motiveringsgebrek aanvoert, is het afgeleid uit die onjuiste lezing van het arrest en is het bijgevolg evenmin ontvankelijk. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 2 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg (hierna Decreet Pleegzorg): met de beslissing dat de minderjarige slechts voor ondersteunende in de plaats van perspectiefbiedende pleegzorg aan de eiser wordt toevertrouwd, is het arrest niet naar recht verantwoord; die ondersteunende pleegzorg door de eiser bestaat reeds sedert de beslissing daartoe bij arrest van 4 november 2021; wanneer de minderjarige niet hoofdzakelijk bij de ouders verblijft, kan dergelijke vorm van pleegplaatsing slechts worden toegepast voor een korte aaneengesloten periode.
  10. Volgens artikel 3, tweede lid, Decreet Pleegzorg maken de door de Vlaamse Regering te bepalen typemodules en modules binnen de pleegzorg deel uit van een van de volgende vormen van pleegzorg: 1) ondersteunende pleegzorg, 2) perspectiefzoekende pleegzorg, 3) perspectiefbiedende pleegzorg, 4) behandelingspleegzorg.
  11. Artikel 2, 5° en 6°, Decreet Pleegzorg definieert ondersteunende en perspectiefbiedende pleegzorg respectievelijk als “een vorm van pleegzorg ter ondersteuning van het gezin van het pleegkind of de pleeggast, hetzij voor een korte aaneengesloten periode, hetzij met afwisselend verblijf in dit gezin en in het pleeggezin voor meerdere korte periodes” en “pleegzorg met een continu en langdurig karakter”.
  12. Daaruit volgt dat een ondersteunende pleegzorger een pleegkind of pleeggast opvangt zolang als nodig. Dat kan een korte aaneengesloten periode zijn, maar ook een afwisselend verblijf gedurende meerdere korte perioden zoals tijdens weekends en schoolvakanties. De ondersteuning van een pleegzorger laat dan toe dat een pleegkind of pleeggast telkenmale even in een andere omgeving verblijft.
  13. De jeugdrechter die een maatregel van ondersteunende pleegzorg onder de vorm van een afwisselend verblijf van een pleegkind of pleeggast gedurende meerdere korte perioden oplegt, is niet verplicht die beslissing in haar geheel tot een kortstondige periode te beperken. De jeugdrechter oordeelt met betrekking tot die maatregel onaantastbaar over de totale duur die hij passend acht.
  14. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  15. In zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbaar oordeel in het arrest over de opportuniteit van de verlenging van de ondersteunende pleegzorg door de eiser, is het niet ontvankelijk. Derde middel
  16. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM, artikel 12 Kinderrechtenverdrag en de artikelen 22bis en 149 Grondwet: het arrest stelt vast dat de minderjarige ter rechtszitting werd gehoord en daarbij heeft aangegeven niet graag in MFC De Ark te verblijven, maar oordeelt niettemin dat zij aan die instelling blijft toevertrouwd; met de redenen die het bevat, weegt het arrest de mening van de minderjarige niet af aan haar leeftijd of onderscheidingsvermogen en is de beslissing niet naar recht verantwoord.
  17. In zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbare oordeel van de jeugdrechter over de opportuniteit van het opleggen van een gerechtelijke maatregel aan de minderjarige, is het niet ontvankelijk.
  18. Het arrest (p. 6, nr. 4.2) oordeelt niet enkel zoals het middel vermeldt, maar ook dat de raadsman van de minderjarige aangaf dat de minderjarige en haar zus met prior zijn aangemeld in OC Huize Terloo en er bovenaan de lijst staan, alsook dat zij zich niet tegen die overplaatsing verzet en in afwachting verkiest dat de minderjarige naar de eiser gaat. Vervolgens oordeelt het arrest dat de minderjarige in afwachting van die overplaatsing nog kortstondig blijft toevertrouwd aan MFC De Ark met ondersteunende pleegzorg van de eiser. Daaruit kan niet worden afgeleid dat de appelrechter, die reeds meermaals over de opvoedingssituatie van de minderjarige heeft geoordeeld en aldus een beeld heeft van haar onderscheidingsvermogen, geen rekening heeft gehouden met de mening van de minderjarige ter rechtszitting. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  19. In zoverre het middel de schending van artikel 149 Grondwet afleidt uit de voormelde vergeefs aangevoerde wetsschending, is het niet ontvankelijk. Vierde middel
  20. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM en artikel 149 Grondwet: hoewel alle partijen aan de appelrechter verzochten de minderjarige hoofdzakelijk bij de eiser te laten verblijven, blijkt niet dat het arrest die piste in overweging heeft genomen; het arrest motiveert enkel waarom de minderjarige niet bij de eigen familie kan verblijven en waarom een overplaatsing naar OC Huize Terloo opportuun wordt geacht.
  21. Het arrest oordeelt niet zoals het middel vermeldt, maar stelt vast dat: - geen enkele partij en dus ook niet de eiser zich verzet tegen de overplaatsing van de minderjarige naar OC Huize Terloo; - zowel de raadsman van de minderjarige, de raadsman van de moeder van de minderjarige als de vader van de minderjarige verzochten om de minderjarige in afwachting daarvan aan de eiser toe te vertrouwen. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  22. Met de redenen die het bevat en die het in de plaats stelt van eisers andersluidende aanvoeringen, preciseert het arrest waarom het de maatregel behoudt om de minderjarige in afwachting van een overplaatsing naar OC Huize Terloo toe te vertrouwen aan MFC De Ark met ondersteunende pleegzorg van de eiser. Daartoe dient het niet tot in detail in te gaan op elke aanvoering van de eiser, noch dient het nog bijkomend de onderliggende feitelijke elementen te specificeren waarom het de minderjarige niet hoofdzakelijk bij de eiser laat verblijven. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  23. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 52,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 6 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240206.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240206.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.