id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240206.2N.4 Rolnummer: P.24.0096.N Zaak: U. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-02-26 Raadplegingen: 686 - laatst gezien 2026-06-19 03:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 292 Gerechtelijk Wetboek verzet zich niet ertegen dat een rechter die mee een vonnis heeft gewezen dat een persoon heeft veroordeeld tot een vrijheidsstraf, vervolgens in het kader van de uitvoering van die vrijheidsstraf als voorzitter van de strafuitvoeringsrechtbank mee beslist over het door die persoon ingediende verzoek om toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit; dit betreft immers niet dezelfde zaak
(1).
(1)Cass. 25 juli 2023, AR P.23.0984.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230725.VAK.1, AC 2023, nr. 509; Cass. 1 juni 2022, AR P.22.0622.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220601.2F.8, AC 2022, nr. 396, met concl. van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE, op datum in Pas. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 De strafuitvoeringsrechtbank kan het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten, als tegenaanwijzing vermeld in art. 47, § 2 Wet Strafuitvoering, steunen op het georganiseerd karakter en de ernst van het misdrijf waarvoor de veroordeelde werd gestraft
(1); die beoordeling houdt niet in dat de strafuitvoeringsrechtbank bij een volgend verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit die tegenaanwijzing opnieuw moet aannemen; de strafuitvoeringsrechtbank die als tegenaanwijzing het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten aanneemt, dient geen opgave te doen van de bijzondere voorwaarden waardoor aan dit risico zou kunnen worden tegemoet gekomen
(2).
(1)Cass. 15 februari 2022, AR P.22.0105.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.12, AC 2022, nr. 127; Cass. 19 oktober 2021, AR P.21.1217.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211019.2N.20, AC 2021, nr. 658; Cass. 27 oktober 2020, AR P.20.0996.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.13, AC 2020, nr. 655; Cass. 29 september 2020, AR P.20.0918.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.10, AC 2020, nr. 589, RABG 2021, 16.
(2)Cass. 27 oktober 2020, AR P.20.0996.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.13, AC 2020, nr.
- Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0096.N Z. U., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Johan Vangenechten, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 15 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 292 Gerechtelijk Wetboek: het vonnis is nietig omdat de voorzitter van de strafuitvoeringsrechtbank voorzitter was van de correctionele kamer die een vonnis heeft gewezen dat thans wordt uitgevoerd; bijgevolg heeft de voorzitter van de strafuitvoeringsrechtbank reeds kennis genomen van de zaak bij het uitoefenen van een ander rechterlijk ambt.
- Artikel 292 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat: - cumulatie van rechterlijke ambten is verboden, uitgenomen de gevallen die de wet bepaalt; - het vonnis dat is gewezen door een rechter die vroeger bij het uitoefenen van een ander rechterlijk ambt kennis heeft genomen van de zaak, nietig is.
- Artikel 292 Gerechtelijk Wetboek verzet zich niet ertegen dat een rechter die mee een vonnis heeft gewezen dat een persoon heeft veroordeeld tot een vrijheidsstraf, vervolgens in het kader van de uitvoering van die vrijheidsstraf als voorzitter van de strafuitvoeringsrechtbank mee beslist over het door die persoon ingediende verzoek om toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit. Dit betreft immers niet dezelfde zaak. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering: het vonnis leidt het recidivegevaar enkel af uit het georganiseerd karakter en de ernst van de feiten waarvoor de eiser werd veroordeeld, wat geen afdoende motivering is; dit is immers een element dat niet kan wijzigen; het vonnis doet geen onderzoek naar een concreet recidiverisico; het vonnis laat na aan te geven hoe dit risico kan worden opgevangen door het opleggen van bijzondere voorwaarden.
- Artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering kan worden toegekend, voor zover er bij de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Die tegenaanwijzingen kunnen onder meer betrekking hebben op het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten.
- De strafuitvoeringsrechtbank kan het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten steunen op het georganiseerd karakter en de ernst van het misdrijf waarvoor de veroordeelde werd gestraft. Die beoordeling houdt niet in dat de strafuitvoeringsrechtbank bij een volgend verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit die tegenaanwijzing opnieuw moet aannemen.
- De strafuitvoeringsrechtbank die als tegenaanwijzing het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten aanneemt, dient geen opgave te doen van de bijzondere voorwaarden waardoor aan dit risico zou kunnen worden tegemoet gekomen.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 6 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240206.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.10 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.13 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211019.2N.20 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.12 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220601.2F.8 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230725.VAK.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div