id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240206.2N.6 Rolnummer: P.23.1668.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-02-26 Raadplegingen: 910 - laatst gezien 2026-06-18 20:31 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De rechter moet de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel van het verval een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid uitspreken als de wettelijke voorwaarden daartoe zijn vervuld; het uitspreken van die maatregel is niet afhankelijk van een vordering van het openbaar ministerie
(1); het recht van verdediging van de beklaagde vereist wel dat de beklaagde wordt ingelicht over de mogelijkheid dat deze beveiligingsmaatregel tegen hem kan worden uitgesproken, zodat hij bij zijn verdediging ermee rekening kan houden; die kennisgeving kan onder meer blijken uit een vermelding in de dagvaarding, uit de vordering van het openbaar ministerie of uit een mededeling door de rechter op de rechtszitting of in een tussenvonnis; een dergelijke uitdrukkelijke kennisgeving is niet vereist indien blijkt dat de beklaagde zich heeft verdedigd met betrekking tot deze beveiligingsmaatregel of indien de toestand van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid een bestanddeel is van een misdrijf waarvoor de beklaagde wordt vervolgd
(2)
(3).
(1)Cass. 18 december 2018, AR P.18.0632.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181218.1, AC 2018, nr. 719.
(2)Cass. 27 februari 1979, AC 1979, 768; Cass. 20 november 1961, Bull. 1962, I, 347; Cass. 20 september 1954, Bull. 1955, I, 16.
(3)NOOT OM. Over de beveiligingsmaatregel van art. 42 Wegverkeerswet zie alg. Ph. TRAEST, Topics Verkeers(straf)recht, Intersentia, 2020, 23-29 en J. MICHIELS, “Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid”, RW 2023-24, 962-
- Eiser wordt alleen vervolgd wegens besturen van een motorvoertuig onder invloed van alcohol (art. 34, § 2, 1° Wegverkeerswet). De politierechtbank te Halle had aan eiser een rijverbod van zes maanden als bijkomende straf opgelegd, waarbij de geldigheid van het rijbewijs gedurende één jaar werd beperkt tot voertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot (art. 37/1 en 38, § 1 Wegverkeerswet). Uit het proces-verbaal van de rechtszitting in hoger beroep blijkt dat het verweer beperkt bleef tot ‘de geldboete met uitstel en het temperen van het rijverbod'. Noch uit dit processtuk noch uit het bestreden vonnis kan worden afgeleid dat de procureur des Konings een rijverbod vroeg als beveiligingsmaatregel, wegens rijongeschiktheid (art. 42 Wegverkeerswet), of dat de correctionele rechtbank eiser verwittigde van de mogelijkheid om het rijverbod op te leggen als beveiligingsmaatregel, van onbepaalde duur (tot bewijs van rijgeschiktheid). De correctionele rechtbank leidt de rijongeschiktheid van af uit een door eiser voorgelegd medisch attest over een recente ziekenhuisopname, dat melding maakt van een dagelijkse en chronische consumptie van alcohol, en heeft over de rijongeschiktheid geen advies ingewonnen van een medisch-deskundige (BDS). Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1668.N T. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Carine Liekendael, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 8 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 42 Wegverkeerswet, alsook miskenning van de motiveringsverplichting en het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het bestreden vonnis legt aan de eiser de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel van het verval wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid op zonder dat blijkt dat dit gegeven in het debat was; de eiser kon zich daar niet aan verwachten en heeft daarover geen verweer kunnen voeren.
- De rechter moet de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel van het verval een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid uitspreken als de wettelijke voorwaarden daartoe zijn vervuld.
- Het uitspreken van die maatregel is niet afhankelijk van een vordering van het openbaar ministerie.
- Het recht van verdediging van de beklaagde vereist wel dat de beklaagde wordt ingelicht over de mogelijkheid dat deze beveiligingsmaatregel tegen hem kan worden uitgesproken, zodat hij bij zijn verdediging ermee rekening kan houden.
- Die kennisgeving kan onder meer blijken uit een vermelding in de dagvaarding, uit de vordering van het openbaar ministerie of uit een mededeling door de rechter op de rechtszitting of in een tussenvonnis.
- Een dergelijke uitdrukkelijke kennisgeving is niet vereist indien blijkt dat de beklaagde zich heeft verdedigd met betrekking tot deze beveiligingsmaatregel of indien de toestand van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid een bestanddeel is van een misdrijf waarvoor de beklaagde wordt vervolgd.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser werd ingelicht over de mogelijkheid dat een door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde maatregel kon worden uitgesproken, of dat hij zich ter zake heeft verdedigd, of dat hij werd vervolgd voor een misdrijf waarvan de toestand van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid een bestanddeel is. De beslissing om aan de eiser deze beveiligingsmaatregel op te leggen, is dan ook niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel leidt tot de vernietiging van de beslissing om geen alcoholslot op te leggen, gelet op het nauw verband tussen beide beslissingen. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het aan de eiser de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel oplegt en oordeelt geen alcoholslot te moeten opleggen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 134,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 6 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240206.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.148 ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.047 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181218.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div