← België

J. contra Stad Antwerpen

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240208.1N.3 Rolnummer: F.23.0053.N Zaak: J. contra Stad Antwerpen Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-02-27 Raadplegingen: 577 - laatst gezien 2026-06-15 06:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240208.1N.3 Fiche 1 Met de woorden “de eerste keer dat de woning belastbaar wordt”, wordt enkel de situatie bedoeld waarin effectief een belasting wordt opgelegd

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Belastingreglement van de stad Antwerpen van 26 juni 2017 - 26-06-2017 - Art. 7, derde lid Fiche 2 Een woongelegenheid is belastbaar zolang deze op de inventaris blijft staan; de berekening van de belasting wordt enkel bepaald door het aantal keren dat de woning op 1 januari belastbaar is, onder dezelfde eigenaar, met een maximum van vijf, ongeacht of een vrijstelling werd verleend, en de toekenning van een vrijstelling beïnvloedt niet de regel van jaarlijkse verhoging van de aanslagvoet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Belastingreglement van de stad Antwerpen van 26 juni 2017 - 26-06-2017 - Art. 7, vierde en vijfde lid Belastingreglement van de stad Antwerpen van 26 juni 2017 - 26-06-2017 - Art. 9, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. F.23.0053.N MJ, eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177, bus 7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.500.123, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 december
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 9 januari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 1, 6°, van het belastingreglement van 26 juni 2017 van de stad Antwerpen op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, hierna Belastingreglement, is een woning belastbaar “als er volgens het belastingreglement een belasting kan worden opgelegd en/of een vrijstelling van belasting kan worden toegekend”. Krachtens artikel 7, derde lid, Belastingreglement wordt de belasting die de eerste keer dat de woning belastbaar wordt na opname op de Vlaamse inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, berekend op de in die bepaling vermelde wijze. Hieruit volgt niet dat met de woorden “de eerste keer dat de woning belastbaar wordt”, zoals bepaald in voormeld artikel 7, derde lid, enkel de situatie wordt bedoeld waarin effectief een belasting wordt opgelegd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  3. Krachtens artikel 7, vierde en vijfde lid, Belastingreglement wordt de belasting vanaf het tweede belastbaar jaar voor dezelfde eigenaar en hetzelfde pand bepaald op de in die bepalingen vermelde wijze. Krachtens artikel 9, eerste lid, Belastingreglement blijft, als een vrijstelling wordt toegekend, de woning op de Vlaamse inventaris staan, maar moet de belasting niet betaald worden. Uit de samenhang tussen deze bepalingen volgt dat een woongelegenheid belastbaar is zolang deze op de inventaris blijft staan, de berekening van de belasting enkel wordt bepaald door het aantal keren dat de woning op 1 januari belastbaar is, onder dezelfde eigenaar, met een maximum van vijf, ongeacht of een vrijstelling werd verleend, en de toekenning van een vrijstelling niet de in artikel 7 bepaalde regel van jaarlijkse verhoging van de aanslagvoet beïnvloedt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 297,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240208.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240208.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.