← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.13 Rolnummer: P.23.0387.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-02-26 Raadplegingen: 914 - laatst gezien 2026-06-15 11:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De rechter die een stedenbouwkundig misdrijf bewezen verklaart, dient met betrekking tot de hierdoor ontstane wederrechtelijke toestand een herstelmaatregel te bevelen overeenkomstig artikel 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; het bevolen herstel moet in beginsel geënt zijn op feiten die het voorwerp uitmaken van een bewezenverklaarde telastlegging en de wettigheid naar de toekomst toe beogen en de rechter moet bij de beoordeling van de wettigheid van de herstelvordering dan ook rekening houden met de toestand op het ogenblik van zijn uitspraak en met de wijzigingen die zich sinds de bewezenverklaarde feiten hebben voorgedaan, zowel wat betreft de plaatselijke feitelijke toestand, de verleende vergunningen als het planologische kader

(1).
(1)Cass. 23 april 2019, AR P.18.0990.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190423.3, AC 2019, nr. 236; Cass. 23 april 2019, AR P.18.0815.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190423.2, AC 2019, nr. 235; Cass. 5 februari 2019, AR P.17.0756.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.1, AC 2019, nr.
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Fiche 2 Wanneer het stedenbouwkundig misdrijf volgens de regels betreffende de bewijslast in strafzaken bewezen wordt verklaard en aldus ook de wederrechtelijke toestand op het ogenblik van het plegen van het misdrijf vaststaat, is de rechter in beginsel ertoe gehouden om het in artikel 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde herstel te bevelen waardoor die wederrechtelijke toestand wordt beëindigd, maar hij kan evenwel geen herstelmaatregel bevelen wanneer vaststaat dat het beoogde herstel inmiddels reeds werd uitgevoerd. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Fiches 3 - 6 Bij toepassing van artikel 6.3.6, § 1, vijfde lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan met betrekking tot de vrijwillige uitvoering van een reeds bevolen herstel slechts het in die bepaling bedoelde proces-verbaal van vaststelling gelden als bewijs van het herstel en van de datum ervan, behalve in geval van bewijs van het tegendeel; daarentegen oordeelt de rechter die na de bewezenverklaring van een stedenbouwkundig misdrijf nog moet beslissen over het te bevelen herstel, onaantastbaar over de aanvoering van een beklaagde dat dit herstel inmiddels reeds werd uitgevoerd en de bewijslast berust in dat geval op de beklaagde ten aanzien van wie het herstel wordt gevorderd; de rechter kan bij zijn oordeel rekening houden met het standpunt van de herstelvorderende overheid en het openbaar ministerie, alsook met de door de partijen voorgelegde gegevens en de overige gegevens van het strafdossier, waaronder in voorkomend geval een proces-verbaal waarbij de uitvoering van het herstel wordt vastgesteld, maar uit de loutere omstandigheid dat het openbaar ministerie geen conclusie neerlegt waarin de aanvoering van een beklaagde dat hij vrijwillig tot het herstel is overgegaan, wordt betwist, kan niet worden afgeleid dat de uitvoering van dit herstel vaststaat. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.6, § 1, vijfde lid - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.6, § 1, vijfde lid - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.6, § 1, vijfde lid - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0387.N S. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Charlotte Ponchaut, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 10 februari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het arrest : - spreekt de eiser vrij voor de telastleggingen A en E.5; - verklaart de herstelvordering van de gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur ongegrond met betrekking tot het verwijderen van het afdak aan de loods, de steunen en de funderingen onder het afdak, alsook met betrekking tot het betalen van een meerwaarde voor de speeltoestellen. In zoverre tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 6.3.1, § 1, en 6.3.6, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht van de rechter: het oordeel van de appelrechters dat de herstelvordering niet zonder voorwerp is omdat dit nog niet werd vastgesteld in een proces-verbaal bij toepassing van artikel 6.3.6, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, is niet naar recht verantwoord; die bepaling is niet van toepassing tijdens de procedure, wanneer er nog geen veroordeling is; de rechter moet bij de beoordeling van de herstelvordering dan ook rekening houden met de wijzigingen in de plaatselijke feitelijke toestand; het arrest stelt vast dat de eiser aanvoert dat hij alle materialen, met uitzondering van de voor de renovatie van de gezinswoning nodige dakpannen en kasseien, heeft verwijderd, evenals de metalen container en de werkplaats; het openbaar ministerie, dat niet heeft geconcludeerd, weerlegt dit niet, zodat er kan worden uitgegaan van een vrijwillig herstel; het arrest is bovendien tegenstrijdig en niet regelmatig gemotiveerd, aangezien het enerzijds bij de motivering van de straftoemeting rekening houdt met het vrijwillig uitgevoerde herstel, en anderzijds bij de beoordeling van de herstelvordering geen rekening houdt met dit vrijwillige herstel.
  5. Het arrest stelt bij het oordeel over de straftoemeting niet vast dat de eiser tot vrijwillig herstel is overgegaan. Het oordeelt wel (arrest, p. 20, nr. 8, vijfde alinea) dat in het voordeel van de eiser ermee rekening wordt gehouden dat hij inspanningen heeft gedaan om een deel van de materialen en voertuigen, bestemd voor zijn aannemingswerken, te verwijderen, alsook dat hij al een deel van de verhardingen heeft verwijderd. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  6. Redenen van eenzelfde rechterlijke beslissing zijn tegenstrijdig indien ze elkaar tenietdoen of opheffen. Het oordeel dat de eiser inspanningen heeft gedaan om een deel van de materialen en voertuigen te verwijderen en dat hij al een deel van de verhardingen heeft verwijderd, is niet strijdig met het oordeel dat de herstelvordering met betrekking tot de verhardingen, de materialen en voertuigen niet zonder voorwerp is. In zoverre mist het middel eveneens feitelijke grondslag.
  7. De rechter die een stedenbouwkundig misdrijf bewezen verklaart, dient met betrekking tot de hierdoor ontstane wederrechtelijke toestand een herstelmaatregel te bevelen overeenkomstig artikel 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Het bevolen herstel moet in beginsel geënt zijn op feiten die het voorwerp uitmaken van een bewezenverklaarde telastlegging en de wettigheid naar de toekomst toe beogen. De rechter moet bij de beoordeling van de wettigheid van de herstelvordering dan ook rekening houden met de toestand op het ogenblik van zijn uitspraak en met de wijzigingen die zich sinds de bewezenverklaarde feiten hebben voorgedaan, zowel wat betreft de plaatselijke feitelijke toestand, de verleende vergunningen als het planologische kader.
  8. Wanneer het stedenbouwkundig misdrijf volgens de regels betreffende de bewijslast in strafzaken bewezen wordt verklaard en aldus ook de wederrechtelijke toestand op het ogenblik van het plegen van het misdrijf vaststaat, is de rechter in beginsel ertoe gehouden om het in artikel 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde herstel te bevelen waardoor die wederrechtelijke toestand wordt beëindigd. De rechter kan evenwel geen herstelmaatregel bevelen wanneer vaststaat dat het beoogde herstel inmiddels reeds werd uitgevoerd.
  9. Bij toepassing van artikel 6.3.6, § 1, vijfde lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan met betrekking tot de vrijwillige uitvoering van een reeds bevolen herstel slechts het in die bepaling bedoelde proces-verbaal van vaststelling gelden als bewijs van het herstel en van de datum ervan, behalve in geval van bewijs van het tegendeel.
  10. Daarentegen oordeelt de rechter die na de bewezenverklaring van een stedenbouwkundig misdrijf nog moet beslissen over het te bevelen herstel, onaantastbaar over de aanvoering van een beklaagde dat dit herstel inmiddels reeds werd uitgevoerd. De bewijslast berust in dat geval op de beklaagde ten aanzien van wie het herstel wordt gevorderd. De rechter kan bij zijn oordeel rekening houden met het standpunt van de herstelvorderende overheid en het openbaar ministerie, alsook met de door de partijen voorgelegde gegevens en de overige gegevens van het strafdossier, waaronder in voorkomend geval een proces-verbaal waarbij de uitvoering van het herstel wordt vastgesteld.
  11. Uit de loutere omstandigheid dat het openbaar ministerie geen conclusie neerlegt waarin de aanvoering van een beklaagde dat hij vrijwillig tot het herstel is overgegaan, wordt betwist, kan niet worden afgeleid dat de uitvoering van dit herstel vaststaat.
  12. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 143,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 13 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.1 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190423.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190423.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.