id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.5 Rolnummer: P.23.1754.N Zaak: G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-02-26 Raadplegingen: 835 - laatst gezien 2026-06-18 20:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Het vonnisgerecht is niet gebonden door de in de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding opgenomen omschrijving van de feiten, maar is er integendeel toe gehouden aan de aanhangig gemaakte feiten een juiste omschrijving te geven; een heromschrijving vereist niet dat de constitutieve bestanddelen van het initieel omschreven misdrijf en het heromschreven misdrijf dezelfde zijn maar het is noodzakelijk maar voldoende dat de nieuwe omschrijving dezelfde materiële gedraging tot voorwerp heeft als die welke het voorwerp van de vervolging uitmaakt
(1); uit het vermelden in de nieuwe misdrijfomschrijving van andere constitutieve bestanddelen kan geen miskenning van de bewijskracht van de akte van aanhangigmaking worden afgeleid.
(1)Cass. 19 januari 2016, AR P.14.1340.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160119.2, AC 2016, nr. 38 met concl. van plv. advocaat-generaal M. DE SWAEF. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht DAGVAARDING RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Fiches 5 - 6 De omstandigheid dat volgens de initiële misdrijfomschrijving de aanhangig gemaakte feiten zich moeten hebben voorgedaan op een autosnelweg, verhindert het vonnisgerecht niet die feiten te heromschrijven naar een misdrijf waarvoor het zich hebben voorgedaan op een autosnelweg geen constitutief bestanddeel is. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - ALGEMEEN Tekst van de beslissing Nr. P.23.1754.N M. T. G., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, advocaten bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 19 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 182 Wetboek van Strafvordering: door de telastlegging B, die initieel was omschreven als het overschrijden op een autosnelweg van de maximum toegelaten snelheid, te heromschrijven naar een overtreding op artikel 10.1.1° Wegverkeersreglement, zijnde het nalaten zijn snelheid te regelen zoals vereist door de omstandigheden, en vervolgens te oordelen “het voeren van een waanzinnig hoge snelheid (…) op de John Kennedylaan, die, (…) druk verkeer kent, (…) van fietsers en bromfietsers”, geeft het bestreden vonnis van de akte van aanhangigmaking een uitlegging die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is en doet het uitspraak over een feit dat niet regelmatig aanhangig is gemaakt en dan ook niet behoort tot de saisine van de rechtbank; de gegevens van het onderzoek kunnen enkel dienen om de bewoordingen van de akte van aanhangigmaking zo nodig uit te leggen.
- In correctionele en politiezaken maakt de verwijzingsbeschikking van het onderzoeksgerecht of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen niet de daarin vervatte omschrijving bij het vonnisgerecht aanhangig, maar wel de feiten zoals die blijken uit de stukken van het onderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding ten grondslag liggen.
- Het vonnisgerecht is niet gebonden door de in de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding opgenomen omschrijving van de feiten. Het is er integendeel toe gehouden aan de aanhangig gemaakte feiten een juiste omschrijving te geven.
- Een heromschrijving vereist niet dat de constitutieve bestanddelen van het initieel omschreven misdrijf en het heromschreven misdrijf dezelfde zijn. Het is noodzakelijk maar voldoende dat de nieuwe omschrijving dezelfde materiële gedraging tot voorwerp heeft als die welke het voorwerp van de vervolging uitmaakt. Uit het vermelden in de nieuwe misdrijfomschrijving van andere constitutieve bestanddelen kan geen miskenning van de bewijskracht van de akte van aanhangigmaking worden afgeleid.
- De omstandigheid dat volgens de initiële misdrijfomschrijving de aanhangig gemaakte feiten zich moeten hebben voorgedaan op een autosnelweg, verhindert het vonnisgerecht niet die feiten te heromschrijven naar een misdrijf waarvoor het zich hebben voorgedaan op een autosnelweg geen constitutief bestanddeel is.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 120,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 13 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240917.2N.12 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260127.2N.18 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160119.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div