← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 50 Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Uit artikel 6.1.

EVRM kan niet worden afgeleid dat het verzuim van de verplichting de appelgrieven nauwkeurig op te geven enkel kan worden gesanctioneerd indien een appellant die gebruik heeft gemaakt van het modelgrievenformulier en die niet werd bijgestaan door een raadsman, in het beroepen vonnis of op een andere wijze uitdrukkelijk werd gewezen op deze verplichting; het modelgrievenformulier zelf vermeldt immers dat een nauwkeurige opgave is vereist van de grieven tegen het beroepen vonnis en dat het niet nauwkeurig bepalen van de grieven leidt tot het verval van het hoger beroep en ook een appellant die juridisch niet geschoold is, weet aldus dat hij de grieven tegen een beroepen vonnis nauwkeurig moet vermelden

(1).
(1)Zie Cass. 15 maart 2022, AR P.21.1649.N, AC 2022, nr. 194, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220315.2N.6. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek

Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.23.1665.N E. M. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Leen Vanbrabant, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 19 oktober

  1. De eiser voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 38 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser niet nauwkeurig zijn grieven heeft opgegeven en dat het feit dat hij het grievenformulier zelf heeft ingevuld en dus niet werd bijgestaan door een raadsman, hem niet van de verplichting ontslaat het grievenformulier zorgvuldig in te vullen; de eiser heeft bij het invullen van het grievenformulier enkel het vakje burgerlijke rechtsvordering aangeduid, terwijl hem ten laste werd gelegd wetens en willens een voertuig te hebben toevertrouwd aan een persoon die vervallen is verklaard van het recht om een motorvoertuig te besturen en zijn voertuig vervolgens werd verbeurd verklaard; het hoger beroep van de eiser heeft betrekking op de verbeurdverklaring van zijn voertuig, waarvan hij de eigenaar is; het grievenformulier bevat geen vakje of geen aparte vermelding “verbeurdverklaring”.
  3. Artikel 149 Grondwet en artikel 38 Wegverkeerswet zijn vreemd aan de aangevoerde grief.
  4. Artikel 204, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een beklaagde op straffe van verval van het hoger beroep binnen dezelfde termijn als voor het afleggen van de in artikel 203 bedoelde verklaring van hoger beroep een verzoekschrift of grievenformulier moet indienen, dat nauwkeurig de grieven bevat die tegen het vonnis worden ingebracht.
  5. Artikel 204, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat voor het aanvoeren van de grieven een door de Koning bepaald modelgrievenformulier kan worden gebruikt. Dit modelgrievenformulier is vastgelegd bij koninklijk besluit van 18 februari 2016 tot uitvoering van artikel 204, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, zoals vervangen door het koninklijk besluit van 23 november
  6. Het modelgrievenformulier is in het bijzonder bedoeld voor hen die geen advocaat hebben noch een ruime scholing om zich bewust te zijn van de draagwijdte van de akte van hoger beroep en van de mogelijkheid die te beperken en om hen in staat te stellen te preciseren op welke punten de in eerste aanleg gewezen beslissing moet worden gewijzigd.
  7. Een grief als bedoeld door artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt.
  8. De grieven zijn nauwkeurig bepaald in de zin van artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering wanneer de rechter en de partijen met zekerheid de beslissing of de beslissingen van het beroepen vonnis kunnen bepalen waarvan de appellant de hervorming vraagt.
  9. De in het grievenformulier vermelde rubriek “Straf en/of maatregel” beoogt alle hoofd- en bijkomende straffen en maatregelen die de rechter kan opleggen en bijgevolg ook de door artikel 50 Wegverkeerswet bedoelde verbeurdverklaring.
  10. Uit artikel 6.1 EVRM en het daardoor gewaarborgde recht van toegang tot de rechter, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgt dat de lidstaten het instellen van rechtsmiddelen afhankelijk mogen maken van voorwaarden, maar dat bij de toepassing van die voorwaarden de rechter niet overdreven formalistisch mag zijn zodat de billijkheid van de procedure wordt aangetast, noch overdreven soepel zodat de opgelegde voorwaarden inhoudsloos worden.
  11. Uit deze bepaling kan niet worden afgeleid dat het verzuim van de verplichting de appelgrieven nauwkeurig op te geven enkel kan worden gesanctioneerd indien een appellant die gebruik heeft gemaakt van het modelgrievenformulier en die niet werd bijgestaan door een raadsman, in het beroepen vonnis of op een andere wijze uitdrukkelijk werd gewezen op deze verplichting. Het modelgrievenformulier zelf vermeldt immers dat een nauwkeurige opgave is vereist van de grieven tegen het beroepen vonnis en dat het niet nauwkeurig bepalen van de grieven leidt tot het verval van het hoger beroep. Ook een appellant die juridisch niet geschoold is, weet aldus dat hij de grieven tegen een beroepen vonnis nauwkeurig moet vermelden.
  12. Het appelgerecht beoordeelt onaantastbaar op grond van de vermeldingen op het grievenformulier of de appellant heeft voldaan aan de verplichting de grieven nauwkeurig op te geven.
  13. Het Hof gaat wel na of het appelgerecht uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  14. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  15. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - de eiser heeft enkel het vakje “Burgerlijke rechtsvordering” van het grievenformulier aangekruist; - hij deed dit zonder enige precisering betreffende het onderdeel van het bestreden vonnis dat hij hervormd wilde zien, ook al is de opgave van redenen niet verplicht; - er werd tegen de eiser geen burgerlijke rechtsvordering ingesteld; - artikel 204 Wetboek van Strafvordering zou volledig worden uitgehold indien het blindelings aankruisen van om het even welk vakje van een grievenformulier zou worden aanvaard als nauwkeurig bepaalde grieven; - het tegendeel is hier het geval: de rechtbank kan in deze zaak geenszins uit het grievenformulier afleiden wat de omvang van het hoger beroep is; - het doel van het grievenformulier bestaat er juist in dat een procespartij nadenkt over zijn hoger beroep en vooral over de omvang ervan; - het simplistisch aankruisen van een vakje gaat lijnrecht in tegen de wil van de wetgever; - het gegeven dat de eiser zelf het grievenformulier heeft ingevuld, ontslaat hem niet van de verplichting zijn grieven nauwkeurig op te geven, wat trouwens op het door de eiser ingevulde grievenformulier duidelijk wordt vermeld. Op grond van die redenen kan het appelgerecht wettig oordelen dat de eiser zijn grieven niet nauwkeurig heeft opgegeven en op die grond zijn hoger beroep vervallen verklaren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 13 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220315.2N.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.6 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.7 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.