id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240215.1N.6 Rolnummer: C.22.0491.N Zaak: ENTACO nv contra O.F.P.-CHEMICALS Comm. V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2024-03-04 Raadplegingen: 988 - laatst gezien 2026-06-17 15:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240215.1N.6 Fiche Er kan uitspraak worden gedaan over een vordering tot staking wegens het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, ook wanneer wegens dezelfde feiten een vervolging voor de strafrechter is ingesteld en hierover nog niet definitief is beslist
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XVII.1, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XVII.21/3, tweede lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0491.N ENTACO nv, met zetel te 9160 Lokeren, Brandstraat 15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0421.144.997, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251, bus 10, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen O.F.P. - CHEMICALS Comm. V., met zetel te 9031 Gent, Mijlsteen 5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0694.604.528, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 26 september
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 12 januari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 4, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan de burgerlijke rechtsvordering tezelfdertijd en voor dezelfde rechters worden vervolgd als voor de strafrechter, maar kan zij ook afzonderlijk worden vervolgd en is de burgerlijke rechtsvordering in voorkomend geval geschorst zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die voor of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld.
- Artikel XVII.1, eerste lid, WER bepaalt dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank het bestaan vaststelt en de staking beveelt van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van dit Wetboek, van zijn uitvoeringsbesluiten en van de verordeningen van de Europese Unie waarvoor dit Wetboek in sancties voorziet, onverminderd de bijzondere bepalingen eigen aan boeken VI, XI en XII, bedoeld in hoofdstukken 3, 4 en 5 van deze titel. Krachtens artikel XVII.21/3, tweede lid, WER wordt op de vordering tot staking in geval van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, uitspraak gedaan, niettegenstaande enige vervolging die voor de strafrechter wordt ingesteld wegens dezelfde feiten.
- Uit de samenhang tussen deze bepalingen volgt dat uitspraak kan worden gedaan over een vordering tot staking wegens het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, ook wanneer wegens dezelfde feiten een vervolging voor de strafrechter is ingesteld en hierover nog niet definitief is beslist. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat: - de eiseres op 27 augustus 2018 klacht met burgerlijkepartijstelling heeft neergelegd tegen DL op grond van huisdiefstal, misbruik van vertrouwen en schending van bedrijfsgeheimen; - de eiseres op 13 december 2019 de verweerster heeft gedagvaard zoals in kort geding omdat DL op onrechtmatige wijze bedrijfsgeheimen van de eiseres openbaar heeft gemaakt en de verweerster zich vervolgens schuldig heeft gemaakt aan het onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van die bedrijfsgeheimen, waardoor ze de specifieke samenstelling van de producten van de eiseres kon overnemen en nadien met deze producten aan de hand van de klantenlijst van de eiseres haar cliënteel kon afwerven, welke handelwijze de beroepsbelangen van de eiseres miskent; - de eiseres heeft gevorderd te horen zeggen dat de verweerster zich schuldig maakte aan het via DL onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen in de zin van artikel XI.332/4 WER, vervolgens te horen zeggen dat de verweerster zich met haar gehele activiteit schuldig maakte aan een daad strijdig met de eerlijke marktpraktijken in de zin van artikel VI.104 WER en bijgevolg de verweerster de staking te bevelen van het uitoefenen van elke ondernemingsactiviteit die bestaat in het produceren en/of commercialiseren van reinigingsmiddelen of desinfecterende middelen bestemd voor professioneel gebruik in sectoren aangaande het wassen van voertuigen, voeding en landbouw; - de raadkamer in een beschikking van 30 april 2021 DL naar de correctionele rechtbank heeft verwezen wegens onder meer de telastlegging van kwaadwillige en bedrieglijke mededeling van de geheimen van de fabriek, strafbaar gesteld in artikel 309 Strafwetboek. In zoverre het middel de appelrechters verwijt de beoordeling van de vordering tot staking, ingesteld op grond van zowel artikel XI.332/4, § 2, WER als artikel VI.104 WER, met toepassing van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering niet, desnoods ambtshalve, te hebben geschorst, kan het niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 802,89 euro en op de som van 650 euro verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240215.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240215.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div