id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240215.1N.7 Rolnummer: C.23.0080.N Zaak: ROYAL ANTWERP FOOTBALL CLUB nv contra R. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2024-03-04 Raadplegingen: 1437 - laatst gezien 2026-06-19 01:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240215.1N.7 Fiches 1 - 2 De sluiting van de vereffening van een vennootschap maakt in beginsel een einde aan het bestaan en de rechtspersoonlijkheid van deze vennootschap; de vereffende vennootschap wordt geacht voort te bestaan om zich te verweren tegen vorderingen die de schuldeisers conform artikel 2:143, § 1, WVV tijdig hebben ingesteld tegen de vennootschap, alsook ten aanzien van vorderingen die reeds voor de sluiting van de vereffening tegen de vennootschap werden ingesteld; dit geldt ook in geval van een onmiddellijke sluiting van de vereffening in toepassing van de artikelen 2:80 en 2:81 WVV
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 7 november 2019, AR C.19.0052.N, AC 2019, nr. 577, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.14, met concl. van advocaat-generaal A. Van Ingelgem. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:76, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:80 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:81 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:413, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Thesaurus CAS: RECHTSPERSOONLIJKHEID Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:76, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:80 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:81 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:413, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Fiches 3 - 4 Het passief voortbestaan, dat de bescherming beoogt van de schuldeisers van de vennootschap, laat de vereffende vennootschap ook toe om een rechtsmiddel in te stellen tegen een veroordelende rechterlijke beslissing gewezen na de sluiting van de vereffening in een procedure die nog lopende was ten tijde van de vereffening
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 7 november 2019, AR C.19.0052.N, AC 2019, nr. 577, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.14, met concl. van advocaat-generaal A. Van Ingelgem. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:76, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:413, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:76, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:413, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Fiches 5 - 6 Het passief voorbestaan laat de vereffende vennootschap niet toe om een rechtsmiddel in te stellen tegen een rechterlijke beslissing, gewezen na de sluiting van de vereffening, op vordering van de vennootschap zelf
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie Cass. 20 september 2019, AR C.18.0448.F, AC 2019, nr. 470, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190920.2; Cass. 14 februari 2012, AR P.11.1181.N, AC 2012, nr. 106, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120214.4. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:76, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:413, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:76, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:413, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Fiche 7 De omstandigheid dat de tegenpartij van de vereffende vennootschap een tegenvordering instelde waarover nog geen uitspraak werd gedaan en waarbij desgevallend compensatie kan plaatsvinden met de vordering van de vennootschap, doet daaraan geen afbreuk en leidt met name niet ertoe dat de vordering van de vennootschap wordt geherkwalificeerd als een verweer
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1289 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:76, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:413, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Fiche 8 De mogelijkheid tot het instellen van een zijdelingse vordering is geen reden op grond waarvan een vordering, uitgaande van een vereffende vennootschap, kan worden geherkwalificeerd als een verweer
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1166 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:76, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:413, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0080.N ROYAL ANTWERP FOOTBALL CLUB nv, met zetel te 2100 Antwerpen, (Deurne), Oude Bosuillaan 54A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0839.407.415, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen R.R., in zijn hoedanigheid van vereffenaar van rechtswege van STERUD bv, met zetel te 1082 Sint-Agatha-Berchem, Groot-Bijgaardenstraat 14, gerechtelijk ontbonden met onmiddellijke sluiting van de vereffening bij vonnis van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank te Brussel van 26 maart 2021, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 september
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 12 januari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 2:76, eerste lid, WVV wordt een vennootschap na ontbinding geacht voort te bestaan voor haar vereffening tot aan de sluiting daarvan. De sluiting van de vereffening van een vennootschap maakt in beginsel een einde aan het bestaan en de rechtspersoonlijkheid van deze vennootschap. De verdwijning van de rechtspersoon is evenwel niet absoluut. De vereffende vennootschap wordt geacht voort te bestaan om zich te verweren tegen vorderingen die de schuldeisers conform artikel 2:143, § 1, WVV tijdig hebben ingesteld tegen de vennootschap, alsook ten aanzien van vorderingen die reeds voor de sluiting van de vereffening tegen de vennootschap werden ingesteld. Dat geldt ook in geval van een onmiddellijke sluiting van de vereffening in toepassing van de artikelen 2:80 en 2:81 WVV.
- Het passief voortbestaan, dat de bescherming beoogt van de schuldeisers van de vennootschap, laat de vereffende vennootschap ook toe om een rechtsmiddel in te stellen tegen een veroordelende rechterlijke beslissing gewezen na de sluiting van de vereffening in een procedure die nog lopende was ten tijde van de vereffening. Zij laat de vereffende vennootschap evenwel niet toe om een rechtsmiddel in te stellen tegen een rechterlijke beslissing, gewezen na de sluiting van de vereffening, op vordering van de vennootschap zelf. De omstandigheid dat de tegenpartij van de vereffende vennootschap een tegenvordering instelde waarover nog geen uitspraak werd gedaan en waarbij desgevallend compensatie kan plaatsvinden met de vordering van de vennootschap, doet daaraan geen afbreuk en leidt met name niet ertoe dat de vordering van de vennootschap wordt geherkwalificeerd als een verweer.
- De zijdelingse vordering, zoals zij voortvloeit uit artikel 1166 Oud Burgerlijk Wetboek, laat toe dat schuldeisers alle rechten en vorderingen van hun schuldenaar uitoefenen, met uitzondering van die welke uitsluitend aan de persoon verbonden zijn. Bij een zijdelingse vordering oefenen de schuldeisers immers de vordering van de hoofdschuldenaar uit zoals die zich in diens vermogen bevindt. De mogelijkheid tot het instellen van een zijdelingse vordering is bijgevolg evenmin een reden op grond waarvan een vordering, uitgaande van een vereffende vennootschap, kan worden geherkwalificeerd als een verweer.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - Sterud bv op 7 december 2015 de eiseres heeft gedagvaard in betaling van de onbetaalde facturen meer schadebeding en interest; - de eiseres een tegenvordering heeft ingesteld, strekkende tot betaling van eigen facturen en tot terugbetaling van gelden die Sterud bv zich onrechtmatig zou hebben toegeëigend; - bij vonnis van 9 maart 2016 de hoofdvordering van Sterud bv gedeeltelijk ontvankelijk en gegrond werd verklaard, in die zin dat de eiseres werd veroordeeld tot betaling aan Sterud bv van het saldo van welbepaalde facturen, verminderd met een reeds betaalde provisie; - bij vonnis van 21 december 2018 het resterende gedeelte van de hoofdvordering deels gegrond en deels ongegrond werd verklaard, en de behandeling van de tegenvordering werd opgeschort; - op 26 maart 2021 Sterud bv gerechtelijk werd ontbonden met onmiddellijke sluiting van de vereffening; - op 28 februari 2022 de verweerder in zijn hoedanigheid van vereffenaar hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 21 december
- In het door de verweerder beroepen vonnis werd uitsluitend recht gedaan over de door Sterud bv ingestelde hoofdvordering lastens de eiseres. Dat vonnis is bijgevolg geen veroordelend vonnis ten aanzien van de vennootschap.
- Door niettemin te oordelen dat “indien het hoger beroep van [de verweerder] ontoelaatbaar zou worden verklaard, het bestreden vonnis in kracht van gewijsde [zou] gaan, zodat een eventuele compensatie van hoofd- en tegeneis tussen partijen beperkt zou zijn tot de mate waarin de hoofdeis door het bestreden vonnis gegrond werd verklaard”, dat “de facto het hoger beroep van [de verweerder] in de gegeven omstandigheden een verweer tegen de tegeneis van [de eiseres] [is]”, dat “dit in het belang van de schuldeisers van [de verweerder] is” en dat “de zijdelingse vordering de schuldeisers van Sterud [toelaat] om betaling van de schuld van RAFC na te streven en de mate waarin compensatie moet worden doorgevoerd tussen partijen, bepalend [is] voor dat recht van de schuldeisers van Sterud”, zodat “het hoger beroep toelaatbaar [is]”, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240215.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240215.1N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120214.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190920.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div