← België

V.

Obsah (5)Art. 525Art. 526Art. 526bisArt. 528Art. 540

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 525

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 526

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 526bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 528

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 540

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 525

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 526

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 526bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 528

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 540- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0107.N A. V., verzoeker tot regeling van rechtsgebied, inverdenkinggestelde, aangehouden, met als raadslieden mr. Walter Van Steenbrugge en mr. Yasmina El Kaddouri, beiden advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9030 Gent (Mariakerke), Durmstraat 29, waar de verzoeker woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoek strekt ertoe om op grond van de artikelen 526 en volgende Wetboek van Strafvordering het rechtsgebied te regelen met betrekking tot de gerechtelijke onderzoeken die worden gevoerd door: - T. V. D. H., onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op vordering van de procureur des Konings bij deze rechtbank (dossier gekend onder notitienummer GE.60.LA.012776/23 en onder OR 2023/29) (hierna het Gentse gerechtelijk onderzoek); - W. H., onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, op vordering van de procureur des Konings bij deze rechtbank (dossier gekend onder notitienummer KO.30.L1.18826/2022 en onder OR nr. 2022/129) (hierna het Kortrijkse gerechtelijk onderzoek). Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling

  1. De verzoeker zet in zijn verzoekschrift samengevat uiteen wat volgt: - de verzoeker maakt het voorwerp uit van het Gentse gerechtelijk onderzoek dat wordt gevoerd naar de verkoop, het bezit en het vervoer van verdovende middelen in vereniging en het verwerven van criminele vermogensvoordelen te Gent en of elders in het Rijk, sinds 1 januari 2022, alsook naar inbreuken op de wapenwetgeving. Hij is in dit dossier aangehouden; - de verzoeker maakt tevens het voorwerp uit van het Kortrijkse gerechtelijk onderzoek dat wordt gevoerd naar opzettelijke slagen of verwondingen die te situeren zouden zijn in het kader van een afrekening/wraakactie in het drugmilieu. De verzoeker zou opdracht hebben gegeven om Y.V. aan te pakken. De verzoeker is in dit dossier aangehouden; - beide gerechtelijke onderzoeken zouden onlosmakelijk met elkaar verbonden en dus samenhangend zijn omdat de feiten uit het Kortrijkse gerechtelijk onderzoek kaderen binnen een afrekening in het drugmilieu, waarbij de drugactiviteiten het voorwerp uitmaken van het Gentse onderzoek; - de beoordeling van het ene gerechtelijk onderzoek zonder integrale kennis van het andere gerechtelijk onderzoek zou onmogelijk zijn en een andere beoordeling zou manifest indruisen tegen de goede rechtsbedeling; - gelijktijdige behandeling is hier mogelijk.
  2. Artikel 525 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ieder verzoek tot regeling van rechtsgebied summier en op enkele memorie wordt behandeld en uitgewezen. Uit de artikelen 528 en 528bis Wetboek van Strafvordering volgt dat het Hof onmiddellijk uitspraak kan doen over een verzoek tot regeling van rechtsgebied.
  3. Uit de artikelen 526 en 526bis Wetboek van Strafvordering volgt dat het rechtsgebied door het Hof van Cassatie wordt geregeld wanneer onderscheidene onderzoeksrechters, die niet tot elkaar rechtsgebied behoren, kennis nemen van eenzelfde misdrijf of samenhangende misdrijven.
  4. Volgens artikel 540, eerste lid, Wetboek van Strafvordering wordt het rechtsgebied geregeld door het hof van beroep wanneer twee onderzoeksrechters die in het rechtsgebied van eenzelfde hof van beroep zijn gevestigd, kennis nemen van eenzelfde misdrijf of van samenhangende misdrijven.
  5. Aangezien het verzoek strekt tot regeling van rechtsgebied betreffende een gerechtelijk onderzoek gevoerd door een onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, en een gerechtelijk onderzoek gevoerd door een onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, die beide behoren tot het rechtsgebied van het hof van beroep te Gent, is dit Hof niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek. Het verzoek is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek tot regeling van rechtsgebied. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 20 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100224.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.