← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.24 Rolnummer: P.23.0659.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-02-26 Raadplegingen: 542 - laatst gezien 2026-06-15 06:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Bij toepassing van artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering vervalt het recht van hoger beroep indien de verklaring van hoger beroep niet gedaan is binnen de in die bepaling vermelde termijn op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen; het door de griffier van die verklaring opgestelde en ondertekende stuk is een authentieke akte die, behoudens valsheidsvordering, het bewijs oplevert van het ingestelde hoger beroep en waarvan de griffier een eensluidend afschrift opmaakt dat bij het dossier wordt gevoegd en alhoewel de verklaring van hoger beroep behalve door de griffier voor wie ze wordt afgelegd in beginsel ook wordt ondertekend door degene die de verklaring van hoger beroep aflegt, waardoor deze aldus die verklaring bevestigt, is die laatste ondertekening niet vereist voor de rechtsgeldigheid van het hoger beroep

(1).
(1)J.-A. LECLERCQ, “Appel en matière répressive", RPDB, Compl. VIII
(1995), p. 108, nr.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0659.N J. M. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Koenraad Van De Sijpe, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 27 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 202 en 203 Wetboek van Strafvordering: het oordeel dat behalve het door de eiser op 8 april 2022 ingestelde hoger beroep ook het hoger beroep van het openbaar ministerie tijdig en regelmatig naar vorm werd ingesteld en bijgevolg ontvankelijk is, is niet naar recht verantwoord; uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de verklaring van hoger beroep ter griffie werd gedaan door een bevoegd lid van het openbaar ministerie; blijkens het eensluidend afschrift van de verklaring van hoger beroep van het openbaar ministerie werd die verklaring enkel ondertekend door de griffier en niet door de parketmagistraat, van wie de akte van hoger beroep zelfs geen eigenhandige naamvermelding bevat; hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheid dat de parketmagistraat wel het grievenformulier heeft ondertekend; ingevolge de onwettig vastgestelde ontvankelijkheid van het hoger beroep van het openbaar ministerie, konden de appelrechters de eiser in hoger beroep dan ook geen zwaardere straf opleggen.
  4. Bij toepassing van artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering vervalt het recht van hoger beroep indien de verklaring van hoger beroep niet gedaan is binnen de in die bepaling vermelde termijn op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen. Het door de griffier van die verklaring opgestelde en ondertekende stuk is een authentieke akte die, behoudens valsheidsvordering, het bewijs oplevert van het ingestelde hoger beroep. De griffier maakt een eensluidend afschrift van die akte op dat bij het dossier wordt gevoegd.
  5. Hoewel de verklaring van hoger beroep behalve door de griffier voor wie ze wordt afgelegd in beginsel ook wordt ondertekend door degene die de verklaring van hoger beroep aflegt, waardoor deze aldus die verklaring bevestigt, is die laatste ondertekening niet vereist voor de rechtsgeldigheid van het hoger beroep. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Uit het door de griffier van de politierechtbank eensluidend verklaard afschrift van de akte van hoger beroep met het nummer 132/2022, blijkt dat: - op 15 april 2022 ter griffie van de politierechtbank substituut-procureur des Konings S. D. W. is verschenen voor de griffier van deze rechtbank en heeft verklaard hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van die rechtbank van 14 maart 2022; - deze akte, na voorlezing, werd ondertekend door de voormelde griffier en de comparant. De appelrechters oordelen aldus naar recht dat het openbaar ministerie regelmatig naar de vorm hoger beroep heeft ingesteld. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 20 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.