← België

ERKENDE PROTESTANTSE GEMEENTE-CHRISTUSGE c. VLAAMS GEWE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240222.1N.2 Rolnummer: F.21.0049.N Zaak: ERKENDE PROTESTANTSE GEMEENTE-CHRISTUSGE c. VLAAMS GEWE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-03-14 Raadplegingen: 593 - laatst gezien 2026-06-15 04:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240222.1N.2 Fiche Hoewel het voor de vrijstelling van de onroerende voorheffing niet vereist wordt dat de bestemming van de onroerende goederen of delen ervan voor het openbaar uitoefenen van een eredienst rechtstreeks zou zijn, moet die bestemming toch noodzakelijk zijn in die zin dat de eredienst niet kan worden uitgeoefend bij gebrek aan die bestemming

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Onroerende voorheffing Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 2.1.6.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2025, n° 731, p.
  1. - RENAUD, Benoît; Note'Exonération du précompte immobilier: le culte ne doit pas nécessairement être reconnu, mais il doit être nécessaire' Tekst van de beslissing Nr. F.21.0049.N ERKENDE PROTESTANTSE GEMEENTE – CHRISTUSGEMEENTE (VL – ANTWERPEN OOST), openbare instelling, met zetel te 2018 Antwerpen, Bexstraat 13, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0826.664.781, eiseres, met als raadsman mr. Paul Verhaeghe, advocaat bij de balie te Brussel, met kan-toor te 1083 Ganshoren, de Villegaslaan 6, bij wie de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de per-soon van de Minister-President, met kabinet te 1000 Brussel, Koolstraat 35, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, bij wie de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 13 oktober
  2. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 22 januari 2024 een schrifte-lijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel (…) Tweede onderdeel
  3. Krachtens artikel 2.1.6.0.1, eerste lid, 1°, Vlaamse Codex Fiscaliteit wordt op aanvraag van de belastingschuldige een vrijstelling van de onroerende voor-heffing verleend voor het kadastraal inkomen van de onroerende goederen of de-len ervan, gelegen in het Vlaamse Gewest die een belastingplichtige of een be-woner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen. Hoewel het voor de vrijstelling niet vereist wordt dat de bestemming van de on-roerende goederen of delen ervan voor het openbaar uitoefenen van een eredienst rechtstreeks zou zijn, moet die bestemming toch noodzakelijk zijn in die zin dat de eredienst niet kan worden uitgeoefend bij gebrek aan die bestemming.
  4. De appelrechter die vaststelt dat “de woning van de dominee van de [eise-res] dan wel aannemelijk [kan] beschouwd worden als zijnde een voorziening of faciliteit die de eredienst vergemakkelijkt of relevant of nuttig is voor de goede werking ervan, maar niet [voldoet] aan de noodzakelijkheidsvereiste” verant-woordt naar recht zijn beslissing dat “de gevraagde vrijstelling van de onroeren-de voorheffing om die reden hier niet [kan] worden toegekend”. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 264,64 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 22 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240222.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240222.1N.2 geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.154 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.