← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240227.2N.6 Rolnummer: P.23.1591.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-02-29 Raadplegingen: 557 - laatst gezien 2026-06-15 06:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De artikelen 38, § 3, en 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet bevatten geen regels betreffende een mogelijke beperking van het verval van het recht tot sturen of het opleggen van examens en onderzoeken tot bepaalde categorieën van voertuigen

(1); uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat indien de rechter de bijkomende straf van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig heeft uitgesproken en hij het herstel van dit recht heeft afhankelijk gemaakt van het slagen van een of meer van de in artikel 38, § 3, Wegverkeerswet bedoelde examens en onderzoeken, zonder dat hij die straf of die maatregel heeft beperkt tot een bepaalde categorie, de veroordeelde slechts een motorvoertuig mag besturen nadat hij de hem opgelegde examens en onderzoeken met goed gevolg heeft ondergaan; het is in dat geval voor de toepassing van artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet zonder belang dat de veroordeelde op het ogenblik van het uitspreken van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig en het afhankelijk maken van het herstel van dit recht van het slagen voor één of meer van de examens en onderzoeken, slechts houder was van een rijbewijs voor één of meerdere categorieën.
(1)Over het verbod om het rijverbod als straf te beperken tot bepaalde categorieën van voertuigen, indien dit rijverbod is verbonden aan herstelexamens of herstelonderzoeken, zie Cass. 14 september 2021, AR P.21.0673.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.9, AC 2021, nr. 549; RW 2023-24, 183; Cass. 15 januari 2019, AR P.18.1187.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.5, AC 2019, nr. 24; In dezelfde zin; Ph. TRAEST, Topics verkeers(straf)recht, Intersentia, 2020,
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1591.N K. A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Isabelle Slaets, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 25 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en de artikelen 38, § 3 en 48 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat op basis van het strafdossier de eiser op het ogenblik van de bewezenverklaarde feiten het opgelegde psychologisch onderzoek niet heeft ondergaan en dat die opgelegde herstelmaatregel eveneens betrekking heeft op zijn rijbewijs C, dat pas werd behaald na die veroordeling tot die maatregel; omdat de eiser op datum van het vonnis van de politierechtbank van 21 september 2016 enkel houder was van een rijbewijs categorie AM en B, kunnen de opgelegde herstelexamens enkel betrekking hebben op die categorieën; zijn rijbewijs categorie C was op het moment van de vervallenverklaring onbestaande; daarenboven moest de eiser reeds een medisch onderzoek ondergaan om te slagen voor zijn rijbewijs categorie C.
  4. Het middel verduidelijkt niet hoe en waarom het bestreden vonnis artikel 149 Grondwet schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  5. Artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
  6. Artikel 38, § 3, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter van het herstel van het recht tot het besturen van een motorvoertuig afhankelijk kan maken voor één of meer van de in die bepaling vermelde examens en onderzoeken.
  7. Artikel 45 Wegverkeerswet bepaalt de gevallen waarin de rechter de straf van het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig en de beveiligingsmaatregel van het afhankelijk maken van het herstel van dat recht kan beperken tot bepaalde categorieën.
  8. Artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet bestraft het besturen van een motorvoertuig van de categorie bedoeld in de beslissing van vervallenverklaring zonder het voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan.
  9. De artikelen 38, § 3 en 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet bevatten geen regels betreffende een mogelijke beperking van het verval van het recht tot sturen of het opleggen van examens en onderzoeken tot bepaalde categorieën van voertuigen.
  10. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat indien de rechter de bijkomende straf van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig heeft uitgesproken en hij het herstel van dit recht heeft afhankelijk gemaakt van het slagen van een of meer van de in artikel 38, § 3, Wegverkeerswet bedoelde examens en onderzoeken, zonder dat hij die straf of die maatregel heeft beperkt tot een bepaalde categorie, de veroordeelde slechts een motorvoertuig mag besturen nadat hij de hem opgelegde examens en onderzoeken met goed gevolg heeft ondergaan. Het is in dat geval voor de toepassing van artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet zonder belang dat de veroordeelde op het ogenblik van het uitspreken van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig en het afhankelijk maken van het herstel van dit recht van het slagen voor één of meer van de examens en onderzoeken, slechts houder was van een rijbewijs voor één of meerdere categorieën. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 27 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240227.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.5 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.