← België

BELGISCHE STAAT FOD FINANCIEN c. OPTIMALE RECREATIEVE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240229.1N.9 Rolnummer: F.23.0005.N Zaak: BELGISCHE STAAT FOD FINANCIEN c. OPTIMALE RECREATIEVE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-04-17 Raadplegingen: 640 - laatst gezien 2026-06-15 06:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.9 Fiche De appelrechters die oordelen dat de belastbare grondslag van de afzonderlijke aanslag op verdoken meerwinsten, op grond van de fiscale wet zoals van toepassing op het aanslagjaar 2015, in aanmerking komt voor de aftrek van vorige beroepsverliezen, verantwoorden hun beslissing naar recht

(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Afzonderlijke aanslagen - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 207 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.23.0005.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur KMO Centrum Mechelen, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustervest 24, eiser, tegen OPTIMALE RECREATIEVE EN FEESTELIJKE EVENEMENTEN SERVICE nv, met zetel te 2460 Kasterlee, Houtum 39, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0437.448.719, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat, waar de verweerster woonplaats kiest en met als raadsman mr. Bruno Cardoen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Borsbeeksebrug
  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwerpen van 23 november 2021 en 6 september
  2. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 30 januari 2024 een schriftelijke conclusie neegelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 219, eerste lid, WIB92, zoals van toepassing op het aanslagjaar 2015, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd op kosten als bedoeld in artikel 57 en op voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave alsmede op de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden en op de in artikel 53, 24°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard. Krachtens artikel 206, § 1, WIB92 worden vorige beroepsverliezen achtereenvolgens van de winst van elk volgende belastbare tijdperk afgetrokken. Krachtens artikel 207, tweede lid, WIB92, zoals van toepassing op het aanslagjaar 2015, mag geen van de in de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken worden verricht op het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen vermeld in artikel 79, noch op verkregen financiële voordelen of voordelen van alle aard vermeld in artikel 53, 24°, noch op de grondslag van de bijzondere afzonderlijke aanslag op niet-verantwoorde kosten of voordelen van alle aard ingevolge artikel 219, noch op het gedeelte van de winst dat bestemd is voor de uitgaven bedoeld in artikel 198, § 1, 9° en 12°, noch op het gedeelte van de winst uit de niet-naleving van artikel 194quater, § 2, vierde lid, en de toepassing van artikel 194quater, § 4, noch op de meerwaarden bedoeld in artikel 217, 3°, noch op de dividenden als bedoeld in artikel 219ter.
  4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiser voor het aanslagjaar 2015, overeenkomstig akkoordverklaringen ondertekend door de verweerster, een afzonderlijke aanslag heeft gevestigd op verdoken meerwinsten met toepassing van artikel 219 WIB92; - de verweerster niet akkoord gaat met deze afzonderlijke aanslag in de mate dat de overdraagbare verliezen niet in mindering werden gebracht van de verdoken meerwinsten; - artikel 207 WIB92, zoals van toepassing op het aanslagjaar 2015, niet voorziet in een uitzondering op de verrekeningsmogelijkheid van vorige verliezen wat betreft de verdoken meerwinsten, onderworpen aan de afzonderlijke aanslag van artikel 219, daar waar deze bepaling de verrekening van vorige verliezen wel uitsluit voor bijvoorbeeld de grondslag van de bijzondere afzonderlijke aanslag op niet-verantwoorde kosten of voordelen van alle aard, belast overeenkomstig artikel 219 WIB92; - de wet ter zake duidelijk is zodat deze wetsbepaling geen verdere interpretatie behoeft en de letterlijke interpretatie reeds volstaat om het standpunt van de verweerster bij te treden; - in artikel 206, § 1, WIB92 voor de aftrek van vorige verliezen nergens als voorwaarde wordt gesteld dat de belastbare grondslag onderworpen zou zijn aan het gewoon stelsel van aanslag; - evenmin wordt bepaald dat de belastbare grondslag, onderworpen aan de afzonderlijke aanslagen in artikel 219 WIB92 niet voor deze vermindering in aanmerking zou komen; - het voorgaande wordt bevestigd door het feit dat bepaalde belaste elementen, die aan de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB92 zijn onderworpen wel expliciet van de verliesverrekening worden uitgesloten; - het legaliteitsbeginsel niet toelaat om op de regel van artikel 206 WIB92 in uitzonderingen te voorzien die niet in de wet zijn bepaald; - de verweerster derhalve aantoont dat het akkoord in strijd is met de fiscale wet in zoverre uit dit akkoord voortvloeit dat met de verdoken meerwinsten, onderworpen aan de afzonderlijke aanslag van artikel 219 WIB92 geen vorige verliezen mogen worden verrekend; - de akkoorden derhalve minstens zijn aangetast door een dwaling in rechte, zodat de verweerster niet langer erdoor gebonden kan zijn.
  5. De appelrechters die aldus oordelen dat de belastbare grondslag van de afzonderlijke aanslag op verdoken meerwinsten in de zin van artikel 219 WIB92, op grond van de fiscale wet zoals van toepassing op het aanslagjaar 2015, in aanmerking komt voor de aftrek van vorige beroepsverliezen in de zin van artikel 206, § 1, WIB92, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 160,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 29 februari 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240229.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.