← België

B. contra ERA Servimo Westkust

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240304.3N.2 Rolnummer: C.23.0076.N Zaak: B. contra ERA Servimo Westkust Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-05-06 Raadplegingen: 375 - laatst gezien 2026-06-17 11:35 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit artikel 577-9, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek volgt dat, opdat een mede-eigenaar de nietigverklaring van een beslissing van de algemene vergadering kan vorderen, het niet voldoende is dat hij aanvoert dat de bijeenroeping van de algemene vergadering onregelmatig was; de mede-eigenaar die de nietigverklaring vordert, moet ook aanvoeren dat hij door de beslissing zelf persoonlijk benadeeld is

(1).
(1)Artikel 577-9, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek zoals van toepassing voor de opheffing ervan door artikel 29, 1° van de wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek. Thesaurus CAS: ONVERDEELDHEID Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 577-9, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0076.N G. B. D. D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapsstraat 4, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN DE RESIDENTIE GOLF VAN LO - NIEUWPOORT, met zetel te 8620 Nieuwpoort, Zeedijk 1a, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0867.292.440, vertegenwoordigd door haar syndicus ERA SERVIMO WESTKUST bv, met zetel te 8670 Koksijde, Zeelaan 276, ingeschreven in de KBO onder het nummer 0459.830.379, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Veurne, van 4 november
  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 9 januari 2024 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  2. De appelrechter oordeelt dat: - wat de beslissingen, andere dan deze genomen onder punt 6 betreft, de eiser, die de schending van een vormvoorschrift inroept, niet aantoont dat zijn belangen hierdoor zijn geschaad zoals vereist door artikel 861 Gerechtelijk Wetboek, zodat zijn vordering tot nietigverklaring van deze beslissingen onontvankelijk is; - wat de beslissingen, genomen onder punt 6 betreft, het belang van de eiser om deze beslissingen aan te vechten is weggevallen door de in kracht van gewijsde gegane beslissing van 13 januari 2018, zodat zijn beroep tegen de beslissing tot het ongegrond verklaren van zijn vordering tot nietigverklaring van deze beslissingen, zonder voorwerp is.
  3. Ingevolge dit oordeel diende de appelrechter niet nader te antwoorden op het in het onderdeel bedoelde verweer dat de eiser niet regelmatig werd opgeroepen voor de algemene vergadering van 27 april 2019 dat hierdoor niet meer dienend was. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  4. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, heeft de appelrechter niet vastgesteld dat de eiser zijn recht om deel te nemen aan de beraadslagingen van de algemene vergadering niet heeft kunnen uitoefenen wegens de onregelmatige bijeenroeping. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  5. Krachtens artikel 577-9, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing, kan iedere mede-eigenaar aan de rechter vragen een onregelmatige, bedrieglijke of onrechtmatige beslissing van de algemene vergadering te vernietigen of te wijzigen indien die hem een persoonlijk nadeel oplevert. Uit deze bepaling volgt dat, opdat een mede-eigenaar de nietigverklaring van een beslissing van de algemene vergadering kan vorderen, het niet voldoende is dat hij aanvoert dat de bijeenroeping van de algemene vergadering onregelmatig was. De mede-eigenaar die de nietigverklaring vordert, moet ook aanvoeren dat hij door de beslissing zelf persoonlijk benadeeld is. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de mede-eigenaar het nodige belang heeft om de nietigverklaring van een beslissing van de algemene vergadering te vorderen door het enkele feit dat hij wegens een onregelmatige bijeenroeping zijn recht om aan de beraadslagingen deel te nemen niet heeft kunnen uitoefenen, faalt het naar recht.
  6. De vergeefs bekritiseerde reden dat “een substantieel voorschrift enkel sanctioneerbaar [is] in de mate de mede-eigenaar een persoonlijk nadeel lijdt” draagt de beslissing van de appelrechter dat “de eerste rechter dan ook terecht geoordeeld [heeft] dat de [eiser], die niet aantoont in welke mate hij benadeeld is geworden door de beslissingen die genomen zijn op de algemene vergadering van 27 april 2019, met uitzondering van deze onder punt 6, niet het vereiste belang heeft om deze beslissingen aan te vechten”. In zoverre het onderdeel opkomt tegen de overtollige redenen dat “de wetgever deze algemene tendens in de rechtspraak trouwens [heeft] bevestigd door bijvoorbeeld bij wet van 19 oktober 2015, artikel 862 Ger.W. te schrappen en alzo de absolute nietigheid te verlaten bij de schending van de dwingende bepalingen van de gerechtelijke organisatie, welke tevens de openbare orde raken” en dat “voortaan elke gedingpartij, die de schending van een vormvoorschrift opwerpt, eveneens conform artikel 861 Ger.W. belangenschade [moet] aantonen”, kan het niet tot cassatie leiden en is het, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Tweede middel
  7. Met de redenen uiteengezet in ro. 1 oordeelt de appelrechter dat eisers beroep tegen de beslissing tot het ongegrond verklaren van zijn vordering tot nietigverklaring van de beslissingen, die reeds het voorwerp uitmaakten van de algemene vergadering van 13 januari 2018, zonder voorwerp is.
  8. Gelet op die beslissing diende de appelrechter niet nader te antwoorden op het in het middel bedoelde verweer dat de verweerster rechtsmisbruik heeft gepleegd door de door de eiser betwiste beslissingen opnieuw op de agenda van de algemene vergadering van 27 april 2019 te plaatsen, dat hierdoor niet meer dienstig was. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 830,13 euro en op de som van 650 euro verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitters Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Bruno Lietaert en Michael Traest, en in openbare rechtszitting 4 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240304.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.