← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240305.2N.3 Rolnummer: P.23.1672.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-03-22 Raadplegingen: 495 - laatst gezien 2026-06-15 06:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel belet de rechter een beklaagde, die bepaalde psychologische of psychiatrische problemen heeft zonder te voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor internering, te veroordelen tot een effectieve gevangenisstraf; ook in een gevangenisstelsel bestaan mogelijkheden tot opvolging, begeleiding en behandeling. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN GEESTESZIEKE Tekst van de beslissing Nr. P.23.1672.N I.E.B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sam Vlaminck, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kasteelpleinstraat 30, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 15 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
  2. Het eerste middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 195, tweede lid, en 211 Wetboek van Strafvordering, zoals hier van toepassing, en artikel 8 Probatiewet: de rechter mag bij zijn motivering geen blijk geven van een automatisme of van stereotiepe en onvoldoende geïndividualiseerde overwegingen die toepasselijk zijn op om het even welke andere veroordeling; het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het oordeelt enerzijds dat de eiser arbeidsongeschikt is en het verwijst daarvoor naar de door de eiser ingediende stukken betreffende zijn psychiatrische problematiek om daaruit af te leiden dat een werkstraf niet aangewezen is (arrest, p. 13 en 15); het oordeelt anderzijds dat de eiser in gebreke blijft om afdoende elementen aan te reiken waaruit blijkt dat de opgelegde bestraffing de toekomst van de eiser op een overdreven wijze zou hypothekeren; een gevangenis is geen geschikte omgeving voor zij die kampen met een ernstige psychologische of psychiatrische problematiek; in detentie zijn de mogelijkheden naar behandeling, opvolging en begeleiding uiterst beperkt. Het tweede middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 195, tweede lid, en 211 Wetboek van Strafvordering, zoals hier van toepassing, en artikel 8 Probatiewet: de rechter mag bij zijn motivering geen blijk geven van een automatisme of van stereotiepe en onvoldoende geïndividualiseerde overwegingen die toepasselijk zijn op om het even welke andere veroordeling; betreffende de geldboete oordeelt het arrest dat dit de eiser moet doen inzien dat streven naar crimineel geldgewin nooit lonend mag zijn en dat de eiser in gebreke blijft om afdoende elementen aan te reiken waaruit blijkt dat zijn toekomst op een overdreven wijze wordt gehypothekeerd door het opleggen van de geldboete van 2.000,00 euro; het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het oordeelt enerzijds dat de eiser arbeidsongeschikt is en het verwijst daarvoor naar de door de eiser ingediende stukken betreffende zijn psychiatrische problematiek (arrest, p. 13 en 15), wat evident voor de eiser significante financiële gevolgen heeft; uit het arrest blijkt dat die toestand actueel is; het oordeelt anderzijds dat de eiser in gebreke blijft om afdoende elementen aan te reiken waaruit blijkt dat het opleggen van een geldboete van 2.000,00 euro, te verhogen met de opdeciemen, de toekomst van de eiser op een overdreven wijze zou hypothekeren.
  3. Het arrest grondt de straftoemetingsbeslissing op concrete dossiergegevens betreffende de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten (omvang, omstandigheden, locatie, gevolgen, de mate van betrokkenheid van de eiser) en de persoonlijkheid van de eiser (strafverleden, streven naar snel en gemakkelijk geldgewin). Aldus getuigt de straftoemetingsbeslissing niet van een automatisme en worden geen stereotiepe en niet-geïndividualiseerde overwegingen gebruikt die van toepassing zijn op om het even welke andere veroordeling. In zoverre berusten de middelen op een onjuiste lezing van het arrest en missen ze feitelijke grondslag.
  4. Het arrest oordeelt niet zonder meer dat de eiser in gebreke blijft om afdoende elementen aan te reiken die de appelrechters toelaten aan te nemen dat de opgelegde bestraffing zijn toekomst op een overdreven wijze hypothekeert. Het oordeelt wel dat de eiser in gebreke blijft om afdoende elementen aan te reiken die de appelrechters toelaten aan te nemen dat de opgelegde bestraffing, rekening houdend met zijn reeds beladen strafregister, zijn toekomst op een overdreven wijze, in wanverhouding tot de aard en de ernst van de gepleegde feiten, hypothekeert. In zoverre berusten de middelen op een onvolledige lezing van het arrest en missen ze eveneens feitelijke grondslag.
  5. Het door de middelen aangevoerde motiveringsgebrek wegens tegenstrijdigheid is afgeleid uit die onvolledige lezing. In zoverre zijn de middelen niet ontvankelijk.
  6. Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel belet de rechter een beklaagde, die bepaalde psychologische of psychiatrische problemen heeft zonder te voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor internering, te veroordelen tot een effectieve gevangenisstraf. Ook in een gevangenisstelsel bestaan mogelijkheden tot opvolging, begeleiding en behandeling. In zoverre het eerste middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 117,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240305.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.