← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240305.2N.4 Rolnummer: P.23.1757.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-03-22 Raadplegingen: 661 - laatst gezien 2026-06-18 17:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Een snelheidsovertreding zoals bedoeld door artikel 11.2.1°, a), eerste lid, Wegverkeersreglement moet niet noodzakelijk worden vastgesteld met een geijkte snelheidsmeter

(1).
(1)Cass. 13 mei 2008, AR P.08.0218.N, AC 2008, nr. 288, ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080513.5. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 11.2.1°, a), eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 11.2.1°, a), eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Fiches 3 - 6 Tenzij de overschrijding van de wettelijk toegestane snelheid door een automatisch werkende toestel is vastgesteld en artikel 62 Wegverkeerswet daarvoor een bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoordeelt de rechter op basis van de hem regelmatig voorgelegde gegevens waarover de partijen vrij tegenspraak hebben kunnen voeren onaantastbaar of en in welke mate de wettelijk toegestane snelheid is overschreden
(1).
(1)Zie Cass. 14 maart 2023, AR P.22.1683.N, AC 2023, nr. 195, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.13; Cass. 28 november 2012, AR P.12.1054.F, AC 2012, nr. 643, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121128.3. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 7 - 9 ecli_input ECLI:BE:CASS:20.23:ARR.20230314.2N.13 ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour CASS ecli_cour_old CASS ecli_annee 20.23 ecli_ordre ARR.20230314.2N.13 ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - Invalid year 20.23 ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:CASS:20.23:ARR.20230314.2N.13 invalide Invalid ECLI ID - Invalid year 20.23 Wanneer een toestel wordt gebruikt om de snelheid te meten van een voertuig, buiten in de door artikel 62, tweede en derde lid, Wegverkeerswet bedoelde gevallen, is de bijzondere bewijswaarde beperkt tot de zintuiglijke vaststellingen van de verbalisant met betrekking tot dat voertuig, de omstandigheden waarin de meting gebeurde en de aflezing van het resultaat van de meting en het staat in dat geval aan de rechter te oordelen of op basis van deze vaststellingen, die overeenkomstig artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet, bijzondere bewijswaarde hebben, de overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan bewezen is
(1).
(1)Zie Cass. 14 maart 2023, AR P.22.1683.N, AC 2023, nr. 195, ECLI:BE:CASS:20.23:ARR.20230314.2N.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, tweede en derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, tweede en derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, tweede en derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1757.N B.E.F., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Carine Liekendael, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 2 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 186 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van de motiveringsverplichting: het bestreden vonnis verklaart ten onrechte het verstekvonnis van 1 december 2021 niet nietig en de strafvervolging niet onontvankelijk; de eiser had geen dagvaarding gekregen om te verschijnen op de rechtszitting van de Nederlandstalige correctionele rechtbank; nochtans werd hij door het vonnis van 1 december 2021 bij verstek veroordeeld en dit gebrek kan onmogelijk door het bestreden vonnis worden rechtgezet; het aantekenen van verzet kan onmogelijk de procedure in hoger beroep en de onregelmatigheden begaan door het openbaar ministerie regulariseren; het bestreden vonnis kan enkel het verzet ontvankelijk en gegrond en het verstekvonnis nietig verklaren; de procedure ten gronde kon geen doorgang vinden.
  4. Bij tussenvonnis van 1 maart 2023 verwierp de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel eisers verzoek om de strafvordering onontvankelijk te verklaren. Het verklaarde vervolgens het verzet tegen het verstekvonnis van 1 december 2021 ontvankelijk en heropende het debat om de eiser toe te laten zijn verdediging ten gronde te voeren. De zaak werd aldus in voortzetting gezet op de rechtszitting van 3 mei
  5. Het tegen dit vonnis aangetekende cassatieberoep werd bij arrest van 6 juni 2023 verworpen wegens voorbarigheid. Het middel dat gericht is tegen dit tussenvonnis, waartegen eisers cassatieberoep werd verworpen, en niet tegen het bestreden vonnis, is niet ontvankelijk. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 11.2.1°, a), eerste lid, Wegverkeersreglement en de artikelen 1, 2 en 11 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten (hierna KB 12 oktober 2010), alsmede miskenning van de motiveringsverplichting en het recht van verdediging: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat een snelheidsovertreding niet noodzakelijk dient te worden vastgesteld door een geijkte snelheidsmeter en bepaalt de snelheid die de eiser voerde op 216,20 km/u; het beantwoordt niet eisers verweer dat de artikelen 1, 2 en 11 KB 12 oktober 2010 aldus worden geschonden; de eiser kon niet worden vervolgd voor een snelheidsovertreding, maar enkel voor een inbreuk op artikel 10.1.1° Wegverkeersreglement, namelijk zijn snelheid niet te hebben geregeld.
  7. Een snelheidsovertreding zoals bedoeld door artikel 11.2.1°, a), eerste lid, Wegverkeersreglement moet niet noodzakelijk worden vastgesteld met een geijkte snelheidsmeter.
  8. Tenzij de overschrijding van de wettelijk toegestane snelheid door een automatisch werkende toestel is vastgesteld en artikel 62 Wegverkeerswet daarvoor een bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoordeelt de rechter op basis van de hem regelmatig voorgelegde gegevens waarover de partijen vrij tegenspraak hebben kunnen voeren onaantastbaar of en in welke mate de wettelijk toegestane snelheid is overschreden.
  9. Wanneer een toestel wordt gebruikt om de snelheid te meten van een voertuig, buiten in de door artikel 62, tweede en derde lid, Wegverkeerswet bedoelde gevallen, is de bijzondere bewijswaarde beperkt tot de zintuiglijke vaststellingen van de verbalisant met betrekking tot dat voertuig, de omstandigheden waarin de meting gebeurde en de aflezing van het resultaat van de meting. Het staat in dat geval aan de rechter te oordelen of op basis van deze vaststellingen, die overeenkomstig artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet, bijzondere bewijswaarde hebben, de overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan bewezen is.
  10. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht.
  11. Het bestreden vonnis oordeelt onder meer als volgt: - inzake snelheidsovertredingen heeft de wetgever geen specifieke vorm van bewijsvoering opgelegd, wat echter niet belet dat het bepalen van de precieze snelheid waaraan een voertuig rijdt enkel correct kan gebeuren door middel van een betrouwbaar meettoestel; - een snelheidsovertreding moet dus niet noodzakelijk vastgesteld zijn door een geijkte snelheidsmeter; - de niet-geijkte kilometerteller van een politiewagen, zoals in voorliggend geval, is aldus dienstig om de snelheid van een voertuig vast te stellen; - de verbalisanten stelden vast dat zij initieel een snelheid van 120 km/u voerden en op dat moment werden ingehaald door de eiser die een bijzonder hoge snelheid voerde; - ook al is het zo dat de verbalisanten om de eiser vervolgens te kunnen bijhalen een hogere snelheid dienden te voeren dan die waaraan de eiser reed, uit hun vaststelling blijkt dat zij een snelheid van 220 à 230 km/u dienden aan te houden om hem bij te blijven zodat hij onmiskenbaar een snelheid voerde die ver boven de maximaal toegelaten snelheid van 120 km/u lag; - de vaststellingen van de verbalisanten hebben op grond van artikel 62 Wegverkeerswet bewijswaarde tot het bewijs van het tegendeel; - deze bijzondere bewijswaarde strekt zich uit tot de zintuiglijke vaststellingen die door de verbalisanten persoonlijk zijn gedaan op het ogenblik van de overtreding of kort nadien betreffende de bestanddelen van het misdrijf en de ermee verbonden omstandigheden; - tot dergelijke zintuiglijke vaststellingen met bijzondere bewijswaarde behoort ook de aflezing van de snelheid van de snelheidsmeter van het dienstvoertuig van de verbalisanten ter bepaling van de snelheid van het andere voertuig; het gegeven dat de snelheidsmeter van het dienstvoertuig niet geijkt is, doet hieraan geen afbreuk.
  12. Met die redenen verwerpt en beantwoordt het bestreden vonnis eisers aanvoeringen over de toepasselijkheid van het KB 12 oktober 2010 en betreffende de vraag naar het voertuig waarmee de verbalisanten reden en de mogelijkheid om met dit voertuig een snelheid van 230 km/u te halen. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  13. Met deze redenen verantwoordt het bestreden vonnis eisers schuldigverklaring aan de door artikel 11.2.1°, a), eerste lid, Wegverkeersreglement en de daarvoor opgelegde bestraffing in het licht van de hoegrootheid van de overschrijding naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240305.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080513.5 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121128.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.