← België

F. contra STUDIO 100

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024

Art. 43bis

, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 197bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen:

Art. 43bis

, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 197bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 De verbeurdverklaring, als straf, strekt ertoe aan de veroordeelde een leed op te leggen als sanctie voor een door de strafwet verboden gedraging terwijl schadevergoeding strekt tot het herstel van het door een onrechtmatige daad veroorzaakte nadeel aan het slachtoffer en zodoende van burgerrechtelijke aard is, zodat beiden een andere rechtsgrond hebben; de omstandigheid dat de rechter ten laste van een beklaagde de verbeurdverklaring van in artikel 42, 3°, Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen beveelt en hem tevens veroordeelt tot betaling aan de burgerlijke partij van een schadevergoeding die met die vermogensvoordelen overeenstemt, leidt dan ook niet tot een dubbele bestraffing of tot het opleggen van een onredelijk zware straf

(1).
(1)Cass. 10 juni 2014, AR P.14.0280.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140610.3, AC 2014, nr.
  1. Zie ook J.RAEYMAKERS, “De (on)macht van een burgerlijke partij in het kader van een verbeurdverklaring met gemengd karakter”, T. Strafr. 2023, pp. 247-
  2. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.23.1723.N D. F., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen

  1. STUDIO 100 nv, met zetel te 2627 Schelle, Halfstraat 80, burgerlijke partij,
  2. WITEBOX bv, met zetel te 2627 Schelle, Halfstraat 80, burgerlijke partij,
  3. STUDIO 100 MEDIA GmbH, die woonplaats kiest te 2627 Schelle, Halfstraat 80, burgerlijke partij,
  4. NJAM! nv, met zetel te 2627 Schelle, Halfstraat 80, burgerlijke partij, verweersters, met als raadsman mr. Benjamin Gillard, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 23 november
  5. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 14 IVBPR en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest motiveert niet waarom de door de eerste rechter opgelegde hoofdgevangenisstraf, zelfs als die geheel effectief zou zijn opgelegd, niet volstaat ter realisering van de doelstellingen van de straf.
  7. Noch uit de als geschonden aangevoerde bepalingen noch uit enig andere bepaling of algemeen rechtsbeginsel volgt dat de appelrechters moeten motiveren waarom ze zwaarder straffen dan de eerste rechter. Zij moeten enkel de door hen uitgesproken straffen motiveren. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van de artikelen 42, 3°, en 43bis Strafwetboek en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters motiveren de afwijzing van de vordering tot toewijzing van de bijzondere verbeurdverklaring bij equivalent aan de verweersters niet; het staat nochtans vast dat het verbeurdverklaarde bedrag begrepen is in de schadevergoeding waartoe de eiser samen met een oorspronkelijke beklaagde hoofdelijk werd veroordeeld; daardoor dreigt een onredelijke bestraffing; de eiser wordt geconfronteerd met een facultatieve verbeurdverklaring zonder toewijzing aan de verweersters, terwijl hij een schadevergoeding dient te betalen aan de verweersters waarin het bedrag van de verbeurdverklaring is begrepen; dit maakt een dubbele veroordeling met eenzelfde feitelijke grondslag uit; met het oordeel dat de aan de verweersters toegekende bedragen moeten worden verminderd met de geldsommen die zij zouden ontvangen ingevolge de door hen door de eerste rechter toegewezen verbeurdverklaring wordt de voor de eiser dreigende dubbele bestraffing nog eens afhankelijk van de eventuele betaling van de schadevergoeding door de oorspronkelijke medebeklaagde die geen hoger beroep heeft aangetekend en voor wie de toerekening wel nog geldt; de beslissing is niet naar recht verantwoord.
  9. De eiser heeft geen belang de beslissing te bekritiseren waarbij wordt bepaald dat de schadevergoedingen waartoe hij hoofdelijk wordt veroordeeld samen met de in eerste aanleg veroordeelde medebeklaagden moeten worden verminderd met de geldsommen die de verweersters zullen ontvangen ingevolge de hen door de eerste rechter toegewezen verbeurdverklaringen. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  10. Artikel 43bis, tweede en derde lid, Strafwetboek bepalen dat: - indien de door artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, de rechter de geldwaarde ervan raamt en de verbeurdverklaring betrekking heeft op het overeenstemmend bedrag; - de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij zullen worden toegewezen ingeval de rechter de verbeurdverklaring heeft uitgesproken omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats zijn gesteld van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent vormen van zulke zaken in de zin van het tweede lid van dit artikel.
  11. De verbeurdverklaring met toewijzing van verbeurdverklaarde zaken is een straf die de burgerlijke partij aan wie die zaken worden toegewezen, een burgerrechtelijk vorderingsrecht verleent tot afgifte van de toegewezen bedragen of de opbrengst van de toegewezen zaken vanwege de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën, die krachtens artikel 197bis Wetboek van Strafvordering deze straf ten uitvoer legt.
  12. De rechter kan, maar moet niet de toewijzing van de bedoelde zaken bevelen, ongeacht of die zaken overeenstemmen met de schade van de burgerlijke partij.
  13. De verbeurdverklaring, als straf, strekt ertoe aan de veroordeelde een leed op te leggen als sanctie voor een door de strafwet verboden gedraging. Schadevergoeding strekt tot het herstel van het door een onrechtmatige daad veroorzaakte nadeel aan het slachtoffer en is zodoende van burgerrechtelijke aard. Bijgevolg hebben beiden een andere rechtsgrond. De omstandigheid dat de rechter ten laste van een beklaagde de verbeurdverklaring van in artikel 42, 3°, Strafwetboek vermelde vermogensvoordelen beveelt en hem tevens veroordeelt tot betaling aan de burgerlijke partij van een schadevergoeding die met die vermogensvoordelen overeenstemt, leidt dan ook niet tot een dubbele bestraffing of tot het opleggen van een onredelijk zware straf.
  14. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  15. Met de redenen die het arrest (p. 71, drie laatste alinea’s, p. 72, eerste twee alinea’s) bevat, verantwoorden de appelrechters naar recht de tegen de eiser uitgesproken verbeurdverklaring bij equivalent van vermogensvoordelen met afwijzing van de vordering tot toewijzing aan de verweersters. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 328,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140610.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210915.2F.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.