← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.14 Rolnummer: P.24.0316.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-03-27 Raadplegingen: 807 - laatst gezien 2026-06-19 00:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De in artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet bepaalde communicatieverboden vormen een facultatieve aanvulling op de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht; door aan het onderzoeksgerecht de bevoegdheid te verlenen om te beslissen tot de handhaving van de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht, heeft de wetgever aan hetzelfde gerecht ook de bevoegdheid verleend om aan die uitvoeringsmodaliteit van de voorlopige hechtenis de in artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet bepaalde communicatieverboden te verbinden

(1).
(1)Cass. 26 juli 2022, AR P.22.0959.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220726.VAC.5, AC 2022, nr. 480, met concl. in substantie van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE op datum in Pas. Zie R. DELCOIGNE, "Détention préventive sous la modalité de la surveillance électronique et risque de collusion: les interdictions de contact comme remède à disposition des juridictions d'instruction", Rev. dr. pén. crim., 2022, p.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, §§ 1 en 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 20, § 3bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, §§ 1 en 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 20, § 3bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0316.N G. M. M. C., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Christian Clement, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 februari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het arrest verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre eisers cassatieberoep ook is gericht tegen die beslissing, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 20, § 3bis, 21, § 1, en § 4, en 22, eerste, zesde en zevende lid, en 30 Voorlopige Hechteniswet: het arrest verwerpt bij de beoordeling van het gevaar voor recidive, collusie en verduistering de mogelijkheid van de uitvoering van de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht op grond van de overweging dat aan die modaliteit geen contactverbod met G.B. kan worden gekoppeld, terwijl een dergelijk contactverbod wel degelijk door het onderzoeksgerecht kan worden opgelegd.
  5. Volgens artikel 16, § 1, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet beslist de onderzoeksrechter of het overeenkomstig paragraaf 1 uitgevaardigde aanhoudingsbevel ten uitvoer moet worden gelegd hetzij in een gevangenis hetzij in hechtenis onder elektronisch toezicht.
  6. Artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat indien het bevel tot aanhouding wordt uitgevoerd onder elektronisch toezicht, de onderzoeksrechter: 1° kan verbieden dat de inverdenkinggestelde bezoek ontvangt van de individueel in het bevel tot aanhouding vermelde personen; 2° elke briefwisseling kan verbieden met de individueel in het bevel tot aanhouding vermelde personen of instellingen; 3° elke telefonische of elektronische communicatie kan verbieden met de individueel in het bevel tot aanhouding vermelde personen of instellingen.
  7. Volgens artikel 21, § 1, en § 4, Voorlopige Hechteniswet beslist de raadkamer binnen een termijn van vijf dagen na het uitvaardigen van het bevel tot aanhouding over de regelmatigheid van dit bevel, de noodzakelijkheid van de handhaving van de voorlopige hechtenis en over de modaliteit van uitvoering ervan.
  8. De in artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet bepaalde communicatieverboden vormen een facultatieve aanvulling op de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht. Door aan het onderzoeksgerecht de bevoegdheid te verlenen om te beslissen tot de handhaving van de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht, heeft de wetgever aan hetzelfde gerecht ook de bevoegdheid verleend om aan die uitvoeringsmodaliteit van de voorlopige hechtenis de in artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet bepaalde communicatieverboden te verbinden.
  9. Het arrest dat oordeelt dat de gevaren voor recidive, collusie en verduistering niet kunnen worden ondervangen door een uitvoering van de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht omdat daaraan geen contactverbod met G.B. kan worden gekoppeld, is dan ook niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens waar dit eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 106,65 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220726.VAC.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.