← België

D. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024

Art. 5

.1.f - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 71, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.f - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 71, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.f - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 71, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.f - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 71, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0124.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris bevoegd voor Migratie- en Asielbeleid, voor wie optreedt de Algemene Directie Vreemdelingenzaken, Directie Opvolging en Ondersteuning, Bureau Geschillen, WTC II, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59b, ambtshalve tussenkomende partij, eiser, met als raadslieden mr. Sophie Matray en mr. Stamatina Arkoulis, advocaten bij de balie te Luik, tegen D. E. R. V., vreemdeling, vastgehouden, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. RELEVANTE GEGEVENS
  2. Bij beslissing van 25 juli 2023 wordt op grond van artikel 7, eerste, tweede en derde lid, Vreemdelingenwet aan de verweerder het bevel gegeven het grondgebied te verlaten, wordt beslist om hem terug te leiden naar de grens en wordt een beslissing tot vasthouding genomen.
  3. Op 14 september 2023 wordt een beslissing tot heropsluiting genomen op grond van artikel 27 Vreemdelingenwet.
  4. Op 3 november 2023 dient de verweerder een verzoekschrift tot invrijheidstelling in tegen de beslissing door hem aangeduid als een nieuwe en autonome titel van vrijheidsberoving.
  5. Op 9 november 2023 dient de verweerder een verzoek tot internationale bescherming in.
  6. Bij beschikking van 10 november 2023 verklaart de raadkamer het op 3 november 2023 ingediend verzoek ontvankelijk maar ongegrond.
  7. Op 13 november 2023 doet de verweerder afstand van zijn verzoek tot internationale bescherming.
  8. Bij beslissing tot vasthouding van 16 november 2023 wordt de verwijderingsbeslissing van 25 juli 2023 bij toepassing van artikel 52/3, § 3, Vreemdelingenwet terug uitvoerbaar verklaard, zodat het reeds gegeven bevel het grondgebied te verlaten, de beslissing om de verweerder terug te leiden naar de grens en de beslissing tot vasthouding worden hernomen.
  9. Op 21 december 2023 dient de verweerder een verzoekschrift tot invrijheidstelling in tegen de beslissing van 16 november
  10. Bij beschikking van 29 december 2023 verklaart de raadkamer het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.
  11. Op het hoger beroep van de verweerder op 3 januari 2024 verklaart de kamer van inbeschuldigingstelling op 18 januari 2024 het hoger beroep ontvankelijk en gegrond en beveelt zij de onmiddellijke invrijheidstelling van de verweerder. Het arrest oordeelt dat verweerders arrestatie een gevolg is van een onwettige woonstbetreding en dat de miskenning van verweerders rechten enkel kan worden hersteld door hem in vrijheid te stellen.
  12. Tegen dit arrest stelde de eiser op 19 januari 2024 het cassatieberoep in. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  13. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 71 en 72 Vreemdelingenwet en artikel 19, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte over de wettigheid van de initiële beslissing tot vrijheidsberoving van bij de aanvang; de raadkamer had nochtans eerder al geoordeeld dat deze maatregel wettig is zonder dat de verweerder hoger beroep had aangetekend tegen die beschikking; de verweerder kon die onwettigheid niet opnieuw opwerpen; het appelgerecht dat een definitief beoordeelde wettigheid opnieuw onderzoekt begaat een bevoegdheidsoverschrijding.
  14. Uit artikel 5.1.f en 5.4 EVRM volgt dat een vreemdeling die van zijn vrijheid is beroofd met het oog op verwijdering van het grondgebied het recht heeft voorziening te vragen bij de rechter opdat die op korte termijn beslist over de wettigheid van de gevangenhouding.
  15. Artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet bepaalt dat de vreemdeling die het voorwerp is van een maatregel van vrijheidsberoving beroep kan instellen door een verzoekschrift neer te leggen bij de raadkamer van de correctionele rechtbank van zijn verblijfplaats in het Rijk of van de plaats waar hij werd aangetroffen.
  16. Artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet bepaalt dat het onderzoeksgerecht onderzoekt of maatregelen van vrijheidsberoving of tot verwijdering van het grondgebied in overeenstemming zijn met de wet zonder zich te mogen uitspreken over hun gepastheid.
  17. Bij toepassing van artikel 72 Vreemdelingenwet genomen beslissingen van het onderzoeksgerecht hebben gezag van gewijsde.
  18. Uit het voorgaande volgt dat: - het onderzoeksgerecht dat door een vreemdeling wordt verzocht de wettigheid te beoordelen van zijn vasthouding daarover op korte termijn uitspraak moet doen; - bij dit wettigheidsonderzoek het onderzoeksgerecht niet enkel de door de vreemdeling tegen de vasthoudingsbeslissing aangevoerde onwettigheden moet beoordelen, maar ook ambtshalve moet nagaan of de vasthoudingsbeslissing niet is aangetast door andere onwettigheden en in bevestigend geval zijn invrijheidstelling moet bevelen; - indien het onderzoeksgerecht bij definitieve beslissing heeft geoordeeld dat een vasthoudingsbeslissing wettig is, de vreemdeling tegen navolgende verlengende of autonome beslissingen van vasthouding geen onwettigheden meer kan aanvoeren die dateren van vóór de vasthoudingsbeslissing die door het onderzoeksgerecht op definitieve wijze als wettig werd beoordeeld, alsook dat de onderzoeksgerechten die de wettigheid moeten beoordelen van dergelijke navolgende verlengende of autonome beslissingen van vasthouding evenmin ambtshalve dergelijke onwettigheden kunnen aanvoeren.
  19. De raadkamer heeft bij beslissing van 10 november 2023, waartegen geen rechtsmiddel werd aangewend, geoordeeld dat de vasthoudingsbeslissing van 14 september 2023 wettig is. Daaruit volgt dat de raadkamer van oordeel is dat verweerders arrestatie en zijn daaropvolgende vasthouding op grond van de vasthoudingsbeslissing van 14 september 2023 wettig is.
  20. De kamer van inbeschuldigingstelling kan in het kader van het wettigheidsonderzoek van de vasthoudingsbeslissing van 16 november 2023, die de initiële vasthoudingsbeslissing van 25 juli 2023 heeft hernomen, zich niet langer uitspreken over de wettigheid van verweerders arrestatie voorafgaand aan zijn vasthouding. Over die wettigheid is immers al definitief geoordeeld met de raadkamerbeslissing van 10 november
  21. Het arrest dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord.
  22. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  23. De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.