id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.9 Rolnummer: P.24.0237.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-03-27 Raadplegingen: 516 - laatst gezien 2026-06-18 13:29 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Uit de bepalingen van de artikelen 76, eerste en tweede lid, 78, derde lid en 322, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek en van artikel 3, 6°, Interneringswet, volgt dat in geval van een onvoorziene afwezigheid in de strafuitvoeringsrechtbank, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van een effectieve of plaatsvervangende assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie, die assessor op aanwijzing door de voorzitter kan worden vervangen door een assessor van een andere categorie; niet is vereist dat die onvoorziene afwezigheid en de vervanging op aanwijzing door de rechter van de strafuitvoeringsrechtbank van een assessor van een andere categorie uitdrukkelijk wordt vastgesteld in het proces-verbaal van de rechtszitting of dat die aanwijzing schriftelijk gebeurt. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 76, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 78, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 322, vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 3, 6° - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 76, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 78, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 322, vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 3, 6° - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0237.N D. E. G. V. L., geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Wim Wagemakers, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 9 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van de artikelen 76, § 1, en 78, derde lid, Gerechtelijk Wetboek en artikel 3, 6°, Interneringswet: het vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser correct werd opgeroepen voor de rechtszitting waarop de zaak werd behandeld; de eiser ontving immers een oproeping voor een rechtszitting van de strafuitvoeringsrechtbank met vermelding van de daarvoor geldende termijn van inzage; ook voor eerdere zaken in het kader van het verder beheer van eisers internering werd de eiser opgeroepen overeenkomstig de regels voor een strafuitvoeringskamer; de zetel die eisers zaak heeft beoordeeld, was bovendien niet bevoegd om dit te doen; de zetel diende samengesteld te zijn uit een rechter-voorzitter, een assessor in de strafuitvoeringsrechtbank of interneringszaken-sociale integratie en een assessor in de strafuitvoeringsrechtbank of interneringszaken-klinische psychologie; de zetel die eisers zaak heeft beoordeeld was samengesteld uit een rechter-voorzitter, een assessor strafuitvoering en een assessor sociale integratie, wat de samenstelling is voor een strafuitvoeringskamer overeenkomstig artikel 78, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en welke niet overeenkomt met de in artikel 78, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalde samenstelling; op de rechtszitting van 30 januari 2024 werden enkel penitentiaire zaken behandeld. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 322, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek: het vonnis oordeelt dat kon worden afgeweken van de gewone samenstelling van de zetel, maar in het proces-verbaal van de rechtszitting van 30 januari 2024 wordt niet vastgesteld dat de assessor klinische psychologie die normaal moet zetelen; verhinderd of onvoorzien afwezig was; uit dit proces-verbaal blijkt dat de raadsman de niet-correcte samenstelling van de zetel heeft opgeworpen, maar de rechtbank is daarop niet ingegaan; er wordt niet vastgesteld dat aan de voorwaarden om af te wijken van de wettelijk bepaalde samenstelling was voldaan; artikel 322, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek kan niet dienen om op stelselmatige en bewuste wijze een geïnterneerde te laten verschijnen voor een strafuitvoeringskamer.
- Artikel 76, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de sectie strafuitvoeringsrechtbank van de rechtbank van eerste aanleg bestaat uit een of meer strafuitvoeringskamers en kamers voor de bescherming van de maatschappij.
- Artikel 78, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de kamers voor de bescherming van de maatschappij zoals bedoeld in artikel 76, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bestaan uit een rechter, die het voorzitterschap ervan bekleedt, een assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie en een assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie.
- Volgens artikel 3, 6°, Interneringswet wordt voor de toepassing van deze wet onder kamer voor de bescherming van de maatschappij verstaan de kamer van de strafuitvoeringsrechtbank die uitsluitend bevoegd is voor interneringszaken, behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen.
- Artikel 322, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie en de assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie in geval van verhindering worden vervangen door een plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie respectievelijk door een plaatsvervangend assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie. Ingeval van onvoorziene afwezigheid kan de rechter in de strafuitvoeringsrechtbank een andere assessor in de strafuitvoeringsrechtbank van dezelfde categorie of bij gebrek daaraan een assessor in de strafuitvoeringsrechtbank van een andere categorie aanwijzen om de verhinderde assessor te vervangen.
- Daaruit volgt dat in geval van een onvoorziene afwezigheid van een effectieve of plaatsvervangende assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie die assessor, op aanwijzing door de voorzitter, kan worden vervangen door een assessor van een andere categorie.
- Niet is vereist dat die onvoorziene afwezigheid en de vervanging op aanwijzing door de rechter van de strafuitvoeringsrechtbank van een assessor van een andere categorie uitdrukkelijk wordt vastgesteld in het proces-verbaal van de rechtszitting of dat die aanwijzing schriftelijk gebeurt.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- Het verder beheer van eisers internering werd behandeld op de rechtszitting van 30 januari
- In zoverre het middel betrekking heeft op andere rechtszittingen of op eerdere beslissingen van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, kan het niet leiden tot cassatie van het vonnis en is het bij gebrek aan belang dan ook niet ontvankelijk.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser en zijn raadsman wisten dat de strafuitvoeringsrechtbank, kamer voor de bescherming van de maatschappij, zich diende uit te spreken over het verder beheer van eisers internering. Het enkele feit dat de oproeping voor de rechtszitting van 30 januari 2024 melding zou hebben gemaakt van een rechtszitting van de strafuitvoeringsrechtbank en niet expliciet van een rechtszitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, kan de eiser dan ook niet grieven. In zoverre is het middel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 30 januari 2024 blijkt niet dat de eiser heeft aangevoerd dat hij door een gebrekkige oproeping geen inzage heeft kunnen nemen van zijn dossier en dat daardoor zijn rechten zijn miskend. In zoverre is het middel nieuw en bijgevolg niet ontvankelijk.
- Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 30 januari 2024 blijkt dat de rechtbank was samengesteld uit een voorzitter-rechter, een assessor strafuitvoering en een assessor sociale re-integratie. Zij hebben ook het vonnis gewezen.
- Daaruit volgt dat de rechtbank in overeenstemming met artikel 78, derde lid, Gerechtelijk Wetboek was samengesteld uit een rechter-voorzitter en een assessor sociale re-integratie en, in overeenstemming met de artikelen 78, derde lid, en 322, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek een assessor strafuitvoering in plaats van een assessor klinische psychologie.
- Het vonnis oordeelt dat de rechtbank wel degelijk regelmatig was samengesteld aangezien, gelet op een onverenigbaarheid en de onmogelijkheid van een lid om te zetelen alsook het niet aanwezig zijn van een plaatsvervangende assessor van dezelfde categorie, ervoor werd geopteerd een beroep te doen op een assessor van een andere categorie. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div