id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024
Art. 3
, eerste lid Fiche 2 Een stilzwijgende rechtskeuze kan ook na het sluiten van de overeenkomst plaatsvinden, met name tijdens een over die overeenkomst aanhangig gemaakt geding
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) -
Art. 3
, tweede lid Fiche 3 Wanneer partijen hun verweer voeren op grond van het forumrecht en in hun conclusies naar dit forumrecht verwijzen, kan de rechter hieruit evenwel uitsluitend een stilzwijgende rechtskeuze afleiden indien dit gedrag van partijen overeenstemt met hun werkelijke wil om de overeenkomst aan het forumrecht te onderwerpen, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) -
Art. 3, tweede lid Tekst van de beslissing Nr.
C.23.0118.N 1. AYVAZ SINAI ÜRÜNLER SANAYI VE TICARET Ltd., vennootschap naar Turks recht, met zetel te Karaköy/Beyoglu, Istanbul (Turkije), Necatibey Caddesi Ayvaz Han, NO 77 KAT 4, 2. AYVAZ, vennootschap naar Turks recht, met zetel te 34860 Hadimköy, Istanbul (Turkije), Atatürk Sanayi Bölgesi 36, Istasyon Mah. Mustafa Inan Cad., 3. ALLIANZ SIGORTA sa, vennootschap naar Turks recht, met zetel te 34750 Atasehir, Istanbul (Turkije), Allianz Tower, Küçülbakkalköy Mah. Kayisdagi Cad. Baglarbasi, Kisikli Cad. No. 1, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen 1. HENCO INDUSTRIES nv, met zetel te 2200 Herentals, Toekomstlaan 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0443.598.222, 2. CREON nv, met zetel te 1785 Merchtem, Koeweidestraat 31, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0422.054.720, 3. BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Berchem, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, 4. MS AMLIN INSURANCE SE, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te EC3V 4AG London (Verenigd Koninkrijk), The Leadenhall Building, Leadenhall Street, 122, met bijkantoor te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0644.921.425, 5. VIVIRAD sa, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 67117 Handschuheim (Frankrijk), Rue Principale 23, 6. ABEILLE IARD & SANTE sa, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 92270 Bois-Colombes (Frankrijk), rue du Moulin Bailly 13, verweersters, 7. LUMOX sarl, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 95310 Saint-Ouen-L’aumône (Frankrijk), Parc d’activité du Vert Galant, rue Antoine Balard 15, 8. ALLIANZ IARD sa, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 92076, Parijs La Defence Cedex (Frankrijk), CS 30051, Cours Michelet 1, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de zevende en achtste verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 mei 2022. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 6 november 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Derde onderdeel Ontvankelijkheid 1. De zevende en achtste verweersters voeren een grond van niet-ontvankelijkheid aan: in zoverre het onderdeel de miskenning aanvoert van de bewijskracht van de beroepsbesluiten na tussenarrest van de eiseressen, laat het na schending van de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek aan te voeren. 2. De aanvoering van de schending van de artikelen 3 en 4 van de Verordening (EG) 593/2008 van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna Rome I-Verordening) volstaat om tot cassatie te leiden. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid 3. Krachtens artikel 3, eerste lid, Rome I-Verordening wordt een overeenkomst beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. De rechtskeuze wordt uitdrukkelijk gedaan of blijkt duidelijk uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval. Uit de bewoordingen van deze wetsbepaling en de wetsgeschiedenis volgt dat de rechter uitsluitend het bestaan van een stilzwijgende rechtskeuze mag aanvaarden, indien partijen de werkelijke wil hebben gehad om hun overeenkomst aan een bepaald recht te onderwerpen. Die daadwerkelijke rechtskeuze moet duidelijk en ondubbelzinnig blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval, waaronder het gedrag van de partijen. 4. Krachtens artikel 3, tweede lid, Rome I-Verordening kunnen de partijen te allen tijde overeenkomen de overeenkomst aan een ander recht te onderwerpen dan het recht dat deze voorheen, hetzij op grond van een vroegere rechtskeuze overeenkomstig dit artikel, hetzij op grond van een andere bepaling van deze verordening, beheerste. Uit deze wetsbepaling en de wetsgeschiedenis volgt dat een stilzwijgende rechtskeuze ook na het sluiten van de overeenkomst kan plaatsvinden, met name tijdens een over die overeenkomst aanhangig gemaakt geding. Wanneer partijen hun verweer voeren op grond van het forumrecht en in hun conclusies naar dit forumrecht verwijzen, kan de rechter hieruit evenwel uitsluitend een stilzwijgende rechtskeuze afleiden, indien dit gedrag van partijen overeenstemt met hun werkelijke wil om de overeenkomst aan het forumrecht te onderwerpen, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval. 5. Krachtens artikel 4, eerste lid, Rome I-Verordening wordt bij gebreke van een rechtskeuze overeenkomstig artikel 3 en onverminderd de artikelen 5 tot en met 8, het op de overeenkomst toepasselijke recht als volgt vastgesteld:
- a)de overeenkomst voor de verkoop van roerende zaken wordt beheerst door het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. 6. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eerste verweerster, een Belgische vennootschap, een bestralingsinstallatie heeft aangekocht bij de vijfde verweerster, een Franse vennootschap; - de vijfde verweerster op haar beurt bepaalde onderdelen heeft aangekocht bij de zevende verweerster, een Franse vennootschap, die deze onderdelen via de tweede verweerster, een Belgische vennootschap, heeft aangekocht bij de eerste eiseres, een Turkse vennootschap, de producent; - bij de uitvoering van een lektest een fysieke explosie heeft plaatsgevonden bij de eerste verweerster, waardoor het gebouw waarin de installatie stond zwaar werd beschadigd; - de eerste verweerster een rechtstreekse vordering heeft ingesteld tegen de vijfde verweerster, de zevende verweerster, de tweede verweerster en de eerste eiseres, en de tweede verweerster een vrijwaringsvordering heeft ingesteld tegen de eerste eiseres, op grond van artikel 1641 Oud Burgerlijk Wetboek, wegens het bestaan van verborgen gebreken; - de eerste rechter de vorderingen gegrond heeft verklaard met toepassing van het Belgisch recht; - de appelrechters bij tussenarrest van 15 maart 2021 het debat ambtshalve hebben heropend om partijen toe te laten standpunt in te nemen over de vraag of het Weens Koopverdrag van toepassing is op de verschillende gesloten overeenkomsten en welk nationaal recht aanvullend van toepassing is en of dat recht in een rechtstreekse vordering voorziet van de uiteindelijke koper ten laste van alle verkopers in de keten. 7. Bij appelconclusie na tussenarrest hebben de eiseressen onder titel II.2 “Bespreking van het toepasselijk recht” aangevoerd dat aanvullend op het Weens Koopverdrag het Turks recht moet worden toegepast op de contractuele verhouding tussen de eerste eiseres en de tweede verweerster, op basis van artikel 4, eerste lid, a), Rome I-Verordening, dit is het recht van de gebruikelijke verblijfplaats van de verkoper. In het beschikkend gedeelte vorderen zij in hoofdorde te zeggen voor recht dat “het Weens Koopverdrag en aanvullend het Turks recht van toepassing is op het geschil tussen [de eerste eiseres] en [de tweede verweerster] en dienvolgens te willen bevestigen dat het Weens Koopverdrag en aanvullend het Turks recht van toepassing is bij de beoordeling van het geschil tussen alle in het geding betrokken partijen” en een heropening van het debat te bevelen om partijen toe te laten verder standpunt in te nemen over de rechtsgevolgen hiervan. Ondergeschikt voeren de eiseressen op grond van het Belgisch recht het verweer dat de rechtstreekse vordering van de eerste verweerster jegens de eerste eiseres wegens verborgen gebreken in elk geval laattijdig is ingesteld krachtens artikel 1648 Oud Burgerlijk Wetboek en, onder titel III.2.3 “Belgisch recht: geen sprake van een verborgen gebrek of verborgen niet-conformiteit”, met betrekking tot de contractuele verhouding tussen de eerste eiseres en de tweede verweerster, dat de tweede verweerster, als professionele koper, de vermeende gebreken had kunnen vaststellen en deze heeft aanvaard. 8. De appelrechters oordelen dat: - de eerste verweerster zich tot de volgende verkopers in de keten richt op basis van artikel 1615 Oud Burgerlijk Wetboek; - uit die bepaling volgt dat in een keten van koopcontracten de koper niet enkel een vordering wegens tekortkoming aan de verplichting tot conforme levering of de verbintenis tot vrijwaring voor verborgen gebreken kan richten tegen zijn rechtstreekse verkoper, maar ook tegen elke voorafgaande verkoper in de keten aangezien die vordering geacht wordt bij iedere verkoop samen met de zaak te zijn overgedragen aan de volgende koper; - de vordering van de koper tegen een voorgaande verkoper in de keten van contractuele aard is; - de eerste verweerster eveneens de eerste eiseres aanspreekt; - de eerste eiseres stelt dat het Weens Koopverdrag van toepassing is, maar zij anderzijds, voor wat de vordering van de eerste verweerster jegens haar betreft, zelf naar het Belgisch recht verwijst, en zij voor de overeenkomst gesloten tussen haar en de tweede verweerster eveneens naar het Belgisch recht verwijst; - het hof van beroep hieruit afleidt dat de eerste eiseres akkoord is dat het Belgisch recht aanvullend van toepassing is; - er sprake is van een verborgen gebrek zoals blijkt uit het deskundigenverslag en het feit dat het aantal trekstangen zichtbaar was daaraan niets verandert en uit niets blijkt dat de tweede verweerster de gebreken aanvaard heeft, waardoor de aansprakelijkheidsketen verbroken zou worden; - de vordering van de eerste verweerster ten aanzien van de eerste eiseres gegrond is. 9. Door aldus te oordelen dat de rechtstreekse vordering in vrijwaring voor verborgen gebreken van de eerste verweerster jegens de eerste eiseres gegrond is op basis van een stilzwijgende keuze voor het Belgisch recht, op grond van de enkele vaststelling dat de eiseressen in hun verweer zelf hebben verwezen naar het Belgisch recht, zonder te onderzoeken of hieruit de werkelijke wil van de eiseressen kan worden afgeleid om aanvullend op het Weens Koopverdrag het Belgisch recht toe te passen, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel […] Derde middel […] Vierde middel […] Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de rechtstreekse vordering van de eerste verweerster jegens de eerste eiseres en de derde eiseres gegrond verklaart en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 14 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240314.1N.1 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240314.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div