← België

CNUDDE nv contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240314.1N.2 Rolnummer: C.23.0100.N Zaak: CNUDDE nv contra M. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Unierecht Invoerdatum: 2024-04-17 Raadplegingen: 1546 - laatst gezien 2026-06-18 15:54 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240314.1N.2 Fiches 1 - 2 Zodra de inhoudelijke grondslag van de aansprakelijkheid erin bestaat dat een gebrekkig product in het verkeer werd gebracht en schade heeft veroorzaakt, kunnen de producent en de leverancier slechts aansprakelijk gesteld worden en kan het slachtoffer slechts vergoeding verkrijgen binnen de voorwaarden van het objectieve aansprakelijkheidsstelsel van de Wet Productaansprakelijkheid, hetgeen voortvloeit uit het hoofddoel van de Richtlijn Productaansprakelijkheid om, door middel van een maximumharmonisatie, de verschillen weg te werken tussen de nationale aansprakelijkheidsstelsels voor schade veroorzaakt door gebrekkige producten, ten behoeve van de verwezenlijking van de interne markt en de vrijwaring van de vrije mededinging tussen marktdeelnemers

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - BIJZONDERE AANSPRAKELIJKHEID - Allerlei Wettelijke bepalingen: Richtlijn 85/374/EEG van de Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-07-1985 - Art. 1 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 4, § 2, 1° - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 5, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 7 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 11, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 12, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Richtlijn 85/374/EEG van de Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-07-1985 - Art. 1 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 4, § 2, 1° - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 5, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 7 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 11, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 12, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Wet 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken - 25-02-1991 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1991009354 Fiche 3 De Wet Productaansprakelijkheid laat het stelsel van buitencontractuele foutaansprakelijkheid, vervat in de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek, slechts onverlet voor zover de aansprakelijkheid op een andere inhoudelijke grondslag berust, dit is op een onrechtmatige daad die niet louter erin bestaat een gebrekkig product in het verkeer te hebben gebracht; dat dit aansprakelijkheidsstelsel het slachtoffer een hoger niveau van bescherming zou kunnen bieden, staat hieraan niet in de weg
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2024, nr. 4, p. 454-461. - VERHOEVEN, Dimitri; BUELENS, Wannes; Noot'De wet productaansprakelijkheid als dwingend aansprakelijkheidsregime' TBBR-Tijdschrift voor Belgisch burgerlijk recht - 2024, nr. 8, p. 387-425. - LENAERTS, Annekatrien; Noot'Aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door gebrekkige producten: eerherstel van de geharmoniseerde objectieve productaansprakelijkheid ten opzichte...' JT-Journal des tribunaux - 2024, n° 6994, p. 525-528. - CUVELIER, François; Note'Responsabilité du fait des produits défectueux: la loi du 25 février 1991 est exclusive du droit commun pour toute action contre le producteur fondée sur le (seul) défaut...' NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2024, nr. 511, p. 927. - BORUCKI, Christopher; Noot'Inverkeerbrenging en levering onveilig product als onzorgvuldigheid' Tekst van de beslissing Nr. C.23.0100.N 1. CNUDDE nv, met zetel te 8791 Beveren (Leie), Pontstraat 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0424.841.192, 2. VORWERK ELEKTROWERKE GmbH & Co KG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te Duitsland, DE-42275, Mühlenweg 17-37, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen 1. A.M.H., 2. F.E.J., eerste verweerder optredend zowel in eigen naam als samen met tweede verweerster in hun hoedanigheid van vertegenwoordiger van M.H.E., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 13 oktober 2022. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 20 februari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Artikel 1 Wet Productaansprakelijkheid, dat de omzetting vormt van artikel 1 van de Richtlijn 85/374/EEG van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken (hierna “Richtlijn Productaansprakelijkheid”), bepaalt dat de producent aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product. Krachtens artikel 4, § 2, 1°, Wet Productaansprakelijkheid, dat de omzetting vormt van artikel 3, derde lid, van voormelde Richtlijn, wordt de leverancier van het product dat de schade heeft veroorzaakt, als producent beschouwd wanneer, ingeval het product vervaardigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie, niet kan worden vastgesteld wie de producent van het product is, tenzij de leverancier binnen een redelijke termijn aan het slachtoffer de identiteit meedeelt van de producent of van degene die hem het product heeft geleverd. Artikel 5, eerste lid, Wet Productaansprakelijkheid, dat de omzetting vormt van artikel 6, eerste lid, Richtlijn Productaansprakelijkheid, bepaalt dat een product gebrekkig is wanneer het niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen, met name
  1. a)de presentatie van het product;
  2. b)het normaal of redelijkerwijze voorzienbaar gebruik van het product;
  3. c)het tijdstip waarop het product in het verkeer is gebracht. Krachtens artikel 7 Wet Productaansprakelijkheid, dat artikel 4 Richtlijn Productaansprakelijkheid omzet in de Belgische rechtsorde, moet de benadeelde het bewijs leveren van de schade, van het gebrek en van het oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade. Krachtens artikel 11, § 2, Wet Productaansprakelijkheid, dat de omzetting vormt van artikel 9, b), Richtlijn Productaansprakelijkheid, levert schade toegebracht aan goederen alleen grond tot schadeloosstelling op indien de goederen gewoonlijk bestemd zijn voor gebruik of verbruik in de privésfeer en door het slachtoffer hoofdzakelijk als zodanig zijn gebruikt, en is schadeloosstelling voor schade toegebracht aan goederen slechts verschuldigd onder aftrek van een franchise van 500 euro. Krachtens artikel 12, § 2, Wet Productaansprakelijkheid, dat de omzetting vormt van artikel 10, eerste lid, Richtlijn Productaansprakelijkheid, verjaart de rechtsvordering ingesteld op grond van deze wet door verloop van drie jaar, te rekenen van de dag dat de eiser kennis kreeg dan wel had moeten krijgen van de schade, het gebrek en de identiteit van de producent. Artikel 13 Richtlijn Productaansprakelijkheid bepaalt dat “deze richtlijn de rechten die de gelaedeerde ontleent aan het recht inzake contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid (…) onverlet laat.” Ter omzetting hiervan bepaalt artikel 13 Wet Productaansprakelijkheid dat “deze wet de rechten die het slachtoffer ontleent aan het recht inzake contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid onverlet laat.” 2. De eerste overweging van de considerans bij de Richtlijn Productaansprakelijkheid vermeldt dat de wetgevingen van de lidstaten inzake aansprakelijkheid van de producent voor schade die door een gebrek van diens producten is veroorzaakt, onderling moeten worden aangepast, aangezien onderlinge verschillen op dat gebied de mededinging kunnen vervalsen, het vrij verkeer van goederen binnen de gemeenschappelijke markt kunnen aantasten en tot verschillen kunnen leiden in het niveau van de bescherming van de consument. De tweede overweging van de considerans bij voornoemde Richtlijn vermeldt dat alleen wanneer de producent ook buiten schuld aansprakelijk wordt gesteld, een passende oplossing kan worden gevonden voor het probleem eigen aan onze tijd van voortschrijdende techniek, waarbij het gaat om een rechtvaardige toewijzing van de met de moderne technische productie samenhangende risico’s. De dertiende overweging van de considerans bij de Richtlijn benadrukt ten slotte dat de gelaedeerde volgens de rechtsstelsels van de lidstaten een recht op schadevergoeding kan hebben uit hoofde van een contractuele aansprakelijkheid of “uit hoofde van een andere buitencontractuele aansprakelijkheid dan die waarin deze richtlijn voorziet”. 3. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt in drie arresten van 25 april 2002, C-52/00, Commissie t. Frankrijk, r.o. 16-24, C-154/00, Commissie t. Griekenland, r.o. 12-20 en C-183/00, González Sánchez, r.o. 25-34, dat: - artikel 13 van de Richtlijn Productaansprakelijkheid niet aldus kan worden uitgelegd dat het de lidstaten de mogelijkheid laat om een algemeen aansprakelijkheidsstelsel inzake gebrekkige producten te handhaven dat verschilt van het stelsel van de richtlijn (bevestigd in HvJ 10 januari 2006, C-402/03, Skov, r.o. 39; HvJ 4 juni 2009, C-285/08, Moteurs Leroy Somer, r.o. 22); - de verwijzing in artikel 13 van de richtlijn naar de rechten die de gelaedeerde ontleent aan het recht inzake contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid aldus moet worden uitgelegd dat het door de richtlijn ingevoerde stelsel, op grond waarvan de gelaedeerde volgens artikel 4 schadevergoeding kan vragen wanneer hij de schade, het gebrek van het product en het oorzakelijk verband tussen dit gebrek en de schade bewijst, niet de toepassing uitsluit van andere stelsels van contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid “die op een andere grondslag berusten, zoals de aansprakelijkheid wegens verborgen gebreken of onrechtmatige daad” (bevestigd in HvJ 10 januari 2006, C-402/03, Skov, r.o. 47; HvJ 4 juni 2009, C-285/08, Moteurs Leroy Somer, r.o. 23); - de richtlijn, zoals uit de eerste overweging van de considerans blijkt, door het instellen van een geharmoniseerd stelsel van burgerlijke aansprakelijkheid van producenten voor door gebrekkige producten veroorzaakte schade, beantwoordt aan de doelstelling de onvervalste mededinging tussen de marktdeelnemers te waarborgen, het vrij verkeer van goederen te vergemakkelijken, en verschillen in het niveau van de consumentenbescherming te vermijden; - de richtlijn geen enkele bepaling bevat die de lidstaten expliciet toestaat om inzake de door de richtlijn geregelde kwesties strengere maatregelen vast te stellen ter verhoging van het beschermingsniveau van de consumenten; - de richtlijn, voor de punten die zij regelt, aldus een volledige harmonisatie na-streeft van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten (bevestigd in HvJ 10 januari 2006, C-402/03, Skov, r.o. 23; HvJ 4 juni 2009, C-285/08, Moteurs Leroy Somer, r.o. 21); - de rechten die de wetgeving van een lidstaat aan slachtoffers van door gebrekkige producten veroorzaakte schade verleent krachtens een algemene aansprakelijkheidsregeling die op dezelfde grondslag berust als de door de richtlijn ingevoerde regeling, beperkter of geringer kunnen zijn ingevolge de omzetting van de richtlijn in het interne recht van die staat. 4. Uit het geheel van de voormelde wetsbepalingen en de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt aldus kennelijk dat zodra de inhoudelijke grondslag van de aansprakelijkheid erin bestaat dat een gebrekkig product in het verkeer werd gebracht en schade heeft veroorzaakt, de producent en de leverancier slechts aansprakelijk kunnen worden gesteld en het slachtoffer slechts vergoeding kan verkrijgen binnen de voorwaarden van het objectieve aansprakelijkheidsstelsel van de Wet Productaansprakelijkheid. Dit vloeit voort uit het hoofddoel van de Richtlijn om, door middel van een maximumharmonisatie, de verschillen weg te werken tussen nationale aansprakelijkheidsstelsels voor schade veroorzaakt door gebrekkige producten, ten behoeve van de verwezenlijking van de interne markt en de vrijwaring van de vrije mededinging tussen marktdeelnemers. De Wet Productaansprakelijkheid laat het stelsel van buitencontractuele foutaansprakelijkheid, vervat in de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek, aldus slechts onverlet voor zover de aansprakelijkheid op een andere inhoudelijke grondslag berust, dit is op een onrechtmatige daad die niet louter erin bestaat een gebrekkig product in het verkeer te hebben gebracht. Dat dit aansprakelijkheidsstelsel het slachtoffer een hoger niveau van bescherming zou kunnen bieden, staat hieraan niet in de weg. 5. De appelrechter stelt vast dat: - de eerste verweerder en zijn dochtertje op 3 november 2014 het slachtoffer zijn geworden van een schadegeval bij het gebruik van het kooktoestel “Thermomix TM31”; - tijdens het mixen van hete soep in de woning van de eerste verweerder het deksel van de mengbeker of de maatbeker is opengesprongen, waardoor een grote hoeveelheid vloeistof is terechtgekomen op de eerste verweerder en zijn dochtertje, die brandwonden opliepen; - de kok van de eerste verweerder het product heeft aangekocht bij de eerste eiseres; - de tweede eiseres de producent is van het product; - de verweerders op 19 augustus 2019 een vordering tot betaling van een schadevergoeding hebben ingesteld tegen de eiseressen. Hij oordeelt vervolgens dat: - voldoende bewezen is dat het schadegeval werd veroorzaakt door een gebrek in de constructie van het toestel; - de tweede eiseres, als producent, door het op de markt brengen van dergelijk onveilig product, de algemene zorgvuldigheidsnorm heeft miskend en hiermee een fout heeft begaan die de oorzaak is van de schade, zodat zij, overeenkomstig artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek, is gehouden tot het vergoeden van de schade van de verweerders; - de eerste eiseres, als verkoper, door het verkopen van het onveilig product, eveneens de algemene zorgvuldigheidsnorm heeft miskend en hiermee een fout heeft begaan die de oorzaak is van de schade, zodat zij, overeenkomstig artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek, ook is gehouden tot het vergoeden van de schade van de verweerders. 6. Door op die gronden te oordelen dat de eiseressen in solidum zijn gehouden tot het vergoeden van de door de verweerders geleden schade wegens miskenning van de algemene zorgvuldigheidsnorm, vervat in de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek, na te hebben vastgesteld dat de fout uit niets anders bestaat dan het in het verkeer hebben gebracht of het hebben geleverd van een gebrekkig product, zonder na te gaan of is voldaan aan de voorwaarden van de Wet Productaansprakelijkheid, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. 7. De prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie moeten niet worden gesteld. […] Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de eiseressen in solidum veroordeelt tot het vergoeden van de door de verweerders geleden schade, een deskundige aanstelt voor de schadebepaling en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 14 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240314.1N.2 Gerelateerde publicatie(
  4. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240314.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.