← België

PREFAMAC nv contra AUTODESK INC.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240314.1N.7 Rolnummer: C.18.0612.N Zaak: PREFAMAC nv contra AUTODESK INC. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-04-17 Raadplegingen: 2158 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240314.1N.7 Fiche 1 De beschikking tot beschrijvende maatregelen heeft slechts een beperkt gezag van gewijsde ten aanzien van de partijen en de rechter die de beschrijvende maatregelen heeft bevolen en opnieuw moet oordelen omwille van de beweerde veranderde omstandigheden, en geen gezag van gewijsde ten aanzien van de rechter ten gronde, die kennis neemt van het resultaat van de beschrijvende maatregelen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1369bis/1, §§ 1 en 7, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1481 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 2 - 3 De vernietiging op verzet van de beschikking die toelating verleent tot het leggen van een beschrijvend beslag inzake namaak op de grond dat de rechter oordeelt dat geen beschrijvend beslag inzake namaak in de zin van artikel 1369bis/1 Gerechtelijk Wetboek kon worden toegestaan ten aanzien van de derde die verzet doet, geldt ook voor het bewijs dat tijdens het beschrijvend beslag is verkregen, zodat de in dit kader verkregen bewijsmiddelen niet langer in rechte kunnen worden gebruikt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1369bis/1, §§ 1, 3 en 7 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1033 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1369bis/1, §§ 1, 3 en 7 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1033 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 4 - 5 Het bewijs dat werd verkregen naar aanleiding van een beschrijvend beslag inzake namaak dat naderhand onrechtmatig werd bevonden, wordt in de procedure voor de bodemrechter voor onbestaande gehouden en dient dus automatisch geweerd te worden, zodat de bodemrechter de toelaatbaarheid van het bewijs logischerwijs niet meer dient te beoordelen en derhalve niet meer dient te onderzoeken of een op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm werd miskend, of de betrouwbaarheid van het bewijs is aangetast, dan wel of het recht op een eerlijk proces in het gedrang komt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1369bis/1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1369bis/1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.18.0612.N
  1. PREFAMAC nv, met zetel te 3560 Lummen, Dellestraat 11, bus A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0435.214.353,
  2. GATIC bv, met zetel te 3520 Zonhoven, Engstegenseweg 45, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0448.964.104,
  3. M.S., eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar eiseressen woonplaats kiezen, tegen
  4. AUTODESK INC., vennootschap naar vreemd recht, met zetel te CA 94903 San Rafael, Californië (Verenigde Staten van Amerika), 111 Mc Innis Parkway,
  5. MICROSOFT CORPORATION, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te WA 98052-6399 Redmond, Washington (Verenigde Staten van Amerika), 1 Microsoft Way, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 14 mei
  6. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 21 februari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  7. Krachtens artikel 1481 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing voor de wet van 10 mei 2007 betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten, kunnen de personen die een vordering inzake namaak instellen, met de toestemming van de beslagrechter, verkregen op verzoekschrift, door een of meerdere deskundigen die deze magistraat benoemt, overal laten overgaan tot de beschrijving van alle voorwerpen, elementen, documenten of werkwijzen die van aard zijn de beweerde namaak alsook de oorsprong, de bestemming en de omvang ervan aan te tonen. Krachtens artikel 1369bis/1, § 1, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing, kunnen de personen die, op grond van een wet betreffende de uitvindingsoctrooien, aanvullende beschermingscertificaten, kwekerscertificaten, topografieën van halfgeleiderproducten, tekeningen en modellen, merken, geografische aanduidingen, benamingen van oorsprong, auteursrecht, naburige rechten of het recht van producenten van databanken een vordering inzake namaak kunnen instellen, met de toestemming van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in aangelegenheden die tot de respectieve bevoegdheid van die rechtbanken behoren, verkregen op verzoekschrift, door een of meerdere deskundigen die deze magistraat benoemt, overal laten overgaan tot de beschrijving van alle voorwerpen, elementen, documenten of werkwijzen die van aard zijn de beweerde namaak alsook de oorsprong, de bestemming en de omvang ervan aan te tonen. Krachtens artikel 1369bis/1, § 7, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de beslagene in geval van veranderde omstandigheden de wijziging of de intrekking van de beschikking tot beschrijvende maatregelen vragen door dagvaarding hiertoe van alle partijen voor de rechter die de beschikking heeft uitgesproken. Uit de voormelde bepalingen volgt dat de beschikking tot beschrijvende maatregelen slechts een beperkt gezag van gewijsde heeft ten aanzien van de partijen en de rechter die de beschrijvende maatregelen heeft bevolen en opnieuw moet oordelen omwille van beweerdelijk veranderde omstandigheden. Uit deze bepalingen volgt verder dat de beschikking tot beschrijvende maatregelen geen gezag van gewijsde heeft ten aanzien van de rechter ten gronde, die kennis neemt van het resultaat van de beschrijvende maatregelen.
  8. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de hen voorliggende bewijselementen werden verkregen onder dekking van een beschikking van de beslagrechter te Hasselt van 13 juni 2006, waarbij aan de verweersters de toelating werd verleend tot het leggen van een beschrijvend beslag inzake namaak; - de eiseressen derdenverzet hebben ingesteld tegen voormelde beschikking van de beslagrechter; - dit derdenverzet op datum van hun uitspraak nog hangende is voor een andere kamer van het hof van beroep te Antwerpen; - de voorliggende bewijselementen vooralsnog uit een rechterlijke beschikking voortvloeien; - de argumentatie van de eiseressen betreffende de vraag of de beslagrechter wel toelating mocht verlenen, het voorwerp uitmaakt van het derdenverzet dat nog hangende is voor een andere kamer van het hof van beroep te Antwerpen; - zij dan ook niet moeten ingaan op de uitgebreide argumentatie van de partijen in dat verband.
  9. De appelrechters die aldus oordelen dat de beschikking van de beslagrechter te Hasselt van 13 juni 2006 ten aanzien van hen gezag van gewijsde heeft, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Derde onderdeel
  10. Krachtens artikel 1369bis/1, § 1, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing, kunnen de personen die, op grond van een wet betreffende de uitvindingsoctrooien, aanvullende beschermingscertificaten, kwekerscertificaten, topografieën van halfgeleiderproducten, tekeningen en modellen, merken, geografische aanduidingen, benamingen van oorsprong, auteursrecht, naburige rechten of het recht van producenten van databanken een vordering inzake namaak kunnen instellen, met de toestemming van de voorzitter van de rechtbank van koophandel en de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in aangelegenheden die tot de respectieve bevoegdheid van die rechtbanken behoren, verkregen op verzoekschrift, door een of meerdere deskundigen die deze magistraat benoemt, overal laten overgaan tot de beschrijving van alle voorwerpen, elementen, documenten of werkwijzen die van aard zijn de beweerde namaak alsook de oorsprong, de bestemming en de omvang ervan aan te tonen.
  11. Krachtens artikel 1369bis/1, § 3, Gerechtelijk Wetboek onderzoekt de voorzitter, die uitspraak doet over een verzoek tot verkrijging van maatregelen tot beschrijving: 1) of het intellectueel eigendomsrecht waarvan de bescherming wordt ingeroepen, ogenschijnlijk geldig is; 2) of er aanwijzingen zijn dat inbreuk zou zijn gemaakt op het intellectueel eigendomsrecht of dat een inbreuk dreigt. De beschikking bepaalt de voorwaarden waaraan de beschrijving is onderworpen, onder meer met het oog op de bescherming van vertrouwelijke gegevens en de termijn binnen dewelke de aangestelde deskundige zijn verslag neerlegt en opstuurt, alsook de personen die, als uitzondering op artikel 1369bis/1, § 7, in voorkomend geval kennis ervan mogen nemen. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden uitdrukkelijk vermeld in de beschikking die een langere termijn rechtvaardigen, overschrijdt deze termijn twee maanden vanaf de betekening van de beschikking niet.
  12. Krachtens artikel 1369bis/1, § 7, Gerechtelijk Wetboek staat tegen de beschikking waarbij beschrijvende maatregelen of beslagmaatregelen worden toegekend of geweigerd, en tegen de beschikking waarbij de intrekking van die maatregelen wordt toegekend of geweigerd, voorziening open zoals bepaald in de artikelen 1031 tot 1034 Gerechtelijk Wetboek.
  13. Krachtens artikel 1033 Gerechtelijk Wetboek kan al wie niet in dezelfde hoedanigheid in de zaak is tussengekomen, verzet doen tegen de beslissing die zijn rechten benadeelt.
  14. Uit de samenhang tussen deze wetsbepalingen volgt dat wanneer de rechter op verzet oordeelt dat geen beschrijvend beslag inzake namaak in de zin van artikel 1369bis/1 Gerechtelijk Wetboek kon worden toegestaan, de beschikking waarbij toelating werd verleend tot het leggen van een dergelijk beslag ten aanzien van de derde die verzet doet, wordt vernietigd en dat dit gevolg ook geldt voor het bewijs dat tijdens het beschrijvend beslag verkregen werd. Bijgevolg kunnen de bewijsmiddelen die in het kader van het beschrijvend beslag werden verkregen, niet langer in rechte worden gebruikt.
  15. De appelrechters die oordelen dat de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder en de deskundige, gedaan in het kader van een beschrijvend beslag inzake namaak, hoe dan ook als feitelijk vermoeden kunnen blijven gelden, zelfs indien de machtiging tot beschrijvend beslag zou worden hervormd, schenden de voormelde wetsbepalingen. Het onderdeel is gegrond. Vierde onderdeel Ontvankelijkheid
  16. De verweersters werpen een grond van niet-ontvankelijkheid op: de kritiek van de eiseressen die geheel is afgeleid uit de onmogelijkheid tot bewijswering aan de hand van de criteria van nietigheid, betrouwbaarheid en het eerlijk proces, is zonder belang omdat die kritiek de vaststelling van het hof van beroep dat het met toelating van de rechter vergaarde bewijs nog steeds als feitelijk vermoeden kan gelden, niet aantast.
  17. Uit het antwoord op het derde onderdeel volgt dat het oordeel van de appelrechters dat de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder en de deskundige in het kader van een beschrijvend beslag inzake namaak, hoe dan ook kunnen blijven gelden als feitelijk vermoeden, zelfs indien de machtiging tot beschrijvend beslag zou worden hervormd, hun beslissing van de appelrechters niet kan dragen. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid Eerste subonderdeel
  18. Uit het antwoord op het derde onderdeel volgt dat het bewijs dat werd verkregen naar aanleiding van een beschrijvend beslag inzake namaak in de zin van artikel 1369bis/1 Gerechtelijk Wetboek dat naderhand onrechtmatig werd bevonden, in de procedure voor de bodemrechter voor onbestaande wordt gehouden en dus automatisch dient te worden geweerd, zodat de bodemrechter de toelaatbaarheid van het bewijs logischerwijs niet meer dient te beoordelen en derhalve niet meer dient te onderzoeken of een op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm werd miskend, of de betrouwbaarheid van het bewijs is aangetast, dan wel of het recht op een eerlijk proces in het gedrang komt. Het subonderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 14 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240314.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240314.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.